maandag 11 februari 2013

Voorspelling 2013: de revival van de woonzorgzone

Door Sandy van Marrewijk

iStockphoto
Jaarwisselingen zijn altijd stof voor terugblikken, vooruitblikken en voorspellen. Terugblikken hebben we eind 2012 al genoeg gedaan, ik kijk liever vooruit. Ik voorspel voor 2013 de terugkeer van de woonzorgzone. Dit gedachtegoed is bittere noodzaak om in de nabije toekomst de golf aan mensen die in meer of mindere mate zorg nodig hebben op een fatsoenlijke manier te kunnen huisvesten. Nieuwbouw wordt de komende jaren schaars. We zullen veel slimmer onze bestaande voorraad moeten benutten. Rondom die locaties waar het in potentie het beste wonen is voor mensen met een zorgvraag moeten partijen als gemeenten, woningcorporaties en zorginstellingen hun krachten bundelen. Alle partijen kunnen op deze manier geld besparen. Op 1 voorwaarde, laten we met elkaar wel een nieuwe naam bedenken voor de sleets geraakte term woonzorgzone.

Zorgvastgoed een groeimarkt?
Begin december verscheen een rapport van het EIB over zorgvastgoed ‘Bouwen voor de zorg’. Conclusie uit dit onderzoek: Er is grote behoefte aan investeringen in zorgvastgoed. Vanwege enerzijds de vergrijzing en anderzijds de vervangingsvraag van verouderde verzorgings- en verpleeghuizen uit de jaren ’70 en ’80. Ongeveer tegelijkertijd verscheen een onderzoek van de ANBO waaruit bleek dat er nog altijd een groot tekort is aan seniorenwoningen. Het huisvesten van mensen die in meer of mindere mate zorg nodig hebben klinkt dus als een groeimarkt. Dat moet toch als muziek in de oren klinken bij een kwakkelende bouwsector? In de praktijk is het echter de vraag wie dit vastgoed nog wil en kan realiseren?

Veranderingen voor zorgorganisaties
Er zijn een aantal ontwikkelingen gaande omtrent ‘wonen en zorg’ die ervoor zorgen dat partijen terughoudend zijn. De financiering van zorgvastgoed is veranderd. Investeren in zorgvastgoed is risicovoller geworden. Inkomsten worden in toenemende mate productieafhankelijk gemaakt (de zogenaamde Normatieve Huisvestingscomponent als onderdeel van de zorgzwaartepakketten). Simpel gezegd, geen cliënt betekent geen inkomsten. Klinkt logisch voor het bedrijfsleven, maar is nieuw voor zorgorganisaties. Daarnaast is het aantal plaatsen in verzorgings- en verpleeghuizen sterk gedaald, hoewel het aantal ouderen sterk is toegenomen. De vraag verandert namelijk ook, mede ingegeven door het beleid van de overheid. Mensen blijven zo lang mogelijk zelfstandig wonen en gaan pas naar een verzorgings- of verpleeghuis wanneer het echt niet anders kan.

Scheiden wonen zorg
Deze zogenaamde extramuralisering krijgt vanaf dit jaar een extra impuls met de introductie van het scheiden van wonen en zorg. Het principe van het scheiden van wonen en zorg is dat een cliënt alleen nog maar de kosten vergoed krijgt voor de zorg, en zelf betaalt voor het wonen in de vorm van huur of koop. Dit is 1 januari 2013 gestart voor de lagere zorgzwaartepakketten (ZZP1+2). En wordt geleidelijk aan uitgebreid naar de hogere ZZP’s (ZZP3 in 2014, ZZP4 in 2016, ZZP 5 in ???). Men kan nog wel terecht in een verzorgings- of verpleeghuis, maar moet huur gaan betalen. Men vreest leegstand in met name verouderde verzorgingshuizen, doordat mensen ervoor zullen kiezen in de huidige woning te blijven.

Het sluitend krijgen van een businesscase voor zorgvastgoed met al die verschillende onzekere geldstromen (nacalculatie, normatieve huisvestingscomponent en huurinkomsten) vraagt goede en creatieve rekenmeesters. Banken zijn terughoudender geworden. Net als andere sectoren heeft ook de zorg last van de verminderde uitleencapaciteit van banken.

Woningcorporaties
Voorheen vonden zorginstellingen in woningcorporaties goede partners voor het bouwen van zorgvastgoed. Vanuit de regelgeving worden corporaties ook geacht een bijdrage te leveren op het terrein van wonen en zorg. In het recente verleden hebben veel corporaties zorgvastgoed gebouwd voor zorginstellingen. Met als gevolg dat veel corporaties verzorgingshuizen, verpleeghuizen, woonzorgcomplexen of aanverwant vastgoed in eigendom hebben en verhuren aan zorginstellingen. Corporaties die dit slim hebben gedaan, hebben hier de afgelopen jaren goed aan verdiend, dat moet gezegd worden. Maar ook voor corporaties is deze tak van sport nu dus een stuk risicovoller geworden.

Dat verhoogde risico en de verslechterde financiële positie van corporaties maakt dat corporaties zeer terughoudend zijn geworden in het zorgvastgoed. En zitten nu vaak ook in hun maag met verouderde verzorgingshuizen waarvan zorginstellingen straks de huur wellicht niet meer kunnen opbrengen. Niet bevorderlijk voor een goede samenwerkingsrelatie. Naast het zorgvastgoed hebben corporaties de afgelopen jaren ook veel geïnvesteerd in voor senioren geschikte woningen. Nu door veel bouwplannen een streep gaat, neemt ook het aanbod van dit type woning maar mondjesmaat toe.

Beleggers
Is vastgoed voor mensen die zorg nodig hebben dan een interessante markt voor beleggers? Slechts een enkele belegger zoals Syntus Achmea heeft de weg naar deze markt gevonden. Zij willen rendement maken en dat is nu juist het probleem.

Bestaande voorraad beter benutten
Enerzijds is er dus sprake van een steeds groter wordend tekort aan huisvesting voor mensen met een zorgvraag, anderzijds zijn er steeds minder partijen die dit type huisvesting wil en kan realiseren. Maar hoe zit het met de bestaande bouw? Kunnen we de bestaande voorraad niet veel beter benutten bij het huisvesten van mensen met een zorgvraag? Hoe maken we de bestaande voorraad dusdanig geschikt dat mensen er ook wanneer ze in meer of mindere mate zorg nodig hebben kunnen wonen? Dat betekent een toegankelijke woning, maar nog belangrijker, nabijheid van zorg, voorzieningen en welzijn. Sommige locaties zijn hiervoor meer geschikt dan anderen. Gemeenten moeten samen met woningcorporaties en zorginstellingen op zoek gaan naar die locaties waar het in potentie het beste wonen is voor mensen met een zorgvraag, en rondom deze locaties het aanbod optimaliseren.

Alle partijen kunnen op deze manier geld besparen, de zorg doordat cliënten geclusterd wonen, gemeenten op kosten voor voorzieningen uit de Wet maatschappelijke ondersteuning en woningcorporaties op beheerkosten (mensen met een zorgvraag vragen vaak extra aandacht, kans op ongelukken is groter, verwaarlozing van de woning wanneer er geen goede begeleiding is etc.). De tegenovergestelde beweging dreigt te gebeuren. Iedereen trekt zich terug op zijn eigen eiland, waardoor de medemens die zorg nodig heeft de dupe wordt. Dat is niet nodig als de schaarse middelen die er nog zijn veel gerichter en gezamenlijk worden ingezet.

Noodzaak is hoger
Dit denken en dit concept is niet nieuw. Het lag ook ten grondslag aan de gedachte achter de woonzorgzones en woonservicegebieden. Van deze term krijgen sommige mensen pukkeltjes. Veel van de initiatieven tot deze gebieden zijn immers gestrand in oeverloze overlegstructuren, te hoge ambities, goede intenties maar geen actie, te weinig noodzaak en te weinig commitment. Tijden zijn echter veranderd. De noodzaak is nu veel hoger dan 10 jaar geleden. Laten we ook leren van de fouten van toen. Een daarvan is het betrekken van niet teveel partijen, het aanwijzen van overzichtelijke gebieden, oftewel gerichter en selectiever zijn. En niet op de laatste plaats het betrekken van de doelgroep zelf. Dat betekent ook accepteren dat het op sommige plekken beter is om te wonen als je zorgbehoevend wordt dan op andere plekken. En als we op deze locaties dan toch nog iets aan nieuwbouw mogelijk kunnen maken, zou dat helemaal mooi zijn, ook voor de kwakkelende bouwsector.

Nieuwe naam?
Deze ontwikkeling is toe aan een nieuwe naam, de term woonservicezone is sleets geraakt, is teveel besmet. De ‘verzorgde woonomgeving’ , de ‘zorggeschikte leefomgeving’, de …………? Lezer van dit blog, heeft u nog een goede suggestie?

Meer informatie:

Sandy van Marrewijk is bedrijfskundige, en vanuit verschillende rollen zo’n 10 jaar werkzaam voor en bij woningcorporaties. Onder andere als adviseur bij Twynstra Gudde. Nu werkt zij als strategisch adviseur bij woningcorporatie Vidomes. Vidomes bezit 18.000 woningen in Delft, Rijswijk, Zoetermeer en Leidschendam-Voorburg. Zij ontwikkelt en implementeert nieuwe organisatiestrategieën en visies.

dinsdag 29 januari 2013

Ouderen in de hoofdrol

Laatst kreeg ik van een goede vriend een dvd box kado met allemaal films waarin ouderen de hoofdrol spelen. Ik was er om twee redenen heel blij mee. Ten eerste omdat ik bezig ben met het mee organiseren van enkele filmfestivals (het eerste op 28 februari in Eye Amsterdam) en altijd op zoek ben naar mooie en passende films. Dat doe ik vanuit mijn betrokkenheid bij stichting Art Age, een stichting die hechte relaties tussen generaties en het debat over zorg voor elkaar en de samenleving stimuleert. Ten tweede, en dat is nog essentiëler, omdat ik het fijn vind dat ouderen op allerlei manieren in beeld komen. Dus niet alleen bij discussies over kosten van vergrijzing of om stereotypen uit te vergroten. Het is juist belangrijk te laten zien dat ouderen volop in de maatschappij staan. Het aantal ouderen neemt toe, maar dat zie je te weinig terug in de media en op andere plekken. Dat is voor ons van stichting Art Age een belangrijke reden om een filmfestival Forever Young te organiseren. 

Meer podium voor ouderen
Er lijkt een kentering te zijn. Ouderen krijgen steeds meer een podium. Zo heeft Ari Seth Cohen het boek Advanced style gemaakt met zijn foto’s van oudere vrouwen. Hij maakt hier ook een documentaire over en blogt. In het theater zie je dat de ouderdom niet wordt geschuwd. Multimediale theatergroep PIPS:lab maakte bijvoorbeeld de voorstelling Diespace 3.0, een internetcommunity voor overledenen. Zij spreken tijdens de voorstelling over ‘greyification’, met het oog op de toename van het aantal ouderen (bron: review de Volkskrant). Humor is belangrijk. Maar ook ontroering, zoals in de aangrijpende  theatervoorstelling U bent mijn moeder die al jaren geleden is gemaakt maar nu bewerkt is en weer wordt opgevoerd.

Kunst over ouder worden
Kunst over het ouder worden geeft voer tot gesprekken over verschillende aspecten van het ouder worden. Zo hoorde ik bij het zien van de Franse film ‘Tous ensemble’ - over vijf Franse ouderen die samen gaan wonen - twee jonge meiden na afloop zeggen: ‘Nou, deze film moeten we nog maar eens zien als we 60 zijn. Zo wil ik ook wel ouder worden’. De zaal was met name gevuld met zestig-plussers die na afloop ook met elkaar van gedachten wisselden. Bij de film ‘Amour’ van regisseur Michael Haneke zat een goede mix van jong en oud in de zaal. De jongeren verzuchtten: ‘Heftig, zeg’. De senioren in de zaal waren erg stil na afloop van deze indrukwekkende film.

Jong zorgt voor oud en andersom
Een ander aspect dat wat mij betreft meer op waarde mag worden geschat is de ontmoeting tússen de generaties. De solidariteit tussen generaties lijkt wat onder druk te komen door de discussies over pensioenen en zorg. In dialoog met elkaar blijven is belangrijk en ook de waarde zien van contact. ActiZ, organisatie van zorgondernemers, probeert ook om dergelijke gesprekken op gang te brengen. Zo organiseert deze brancheorganisatie niet alleen interessante debatten in het kader van de campagne Het nieuwe ouder worden maar ondersteunt zij ook het filmfestival Forever Young. Daarnaast is ActiZ op dit moment bezig met een tv serie over jonge mensen die werkzaam zijn in de zorg. Dat is prachtig. Laat dit aspect ook maar eens in beeld komen. Dat werken in de zorg een belangrijk element is in de samenleving waar we eigenlijk weinig van weten als we er niet mee te maken hebben. Jong zorgt voor oud. En vice versa!

Forever Young
Tijdens het eerste filmfestival op donderdag 28 februari draait de documentaire NU OF NOOIT. In deze prachtige documentaire zie je deelnemers, jong en oud, aan een muziektheatervoorstelling. Zij worden gevolgd en de kijker krijgt een indruk van de reden  waarom ze meedoen, hoe is het voor verschillende generaties om samen te zingen. Dat brengt zo mooi in beeld in wat we met het  filmfestival beogen: een never ending dialoog tussen generaties. Dat houdt de samenleving forever young en levend, met respect voor elkaars talenten. Een samenleving waar jong én oud een gelijkwaardige (hoofd)rol spelen.

Meer informatie

Door Yvonne Witter, bestuurslid Stichting Art Age en adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.

dinsdag 8 januari 2013

Miljoenen te verdienen met huisvestingsbeleid senioren

Door Bram Klouwen

De ouderenbond ANBO heeft, ondersteund door BZK, onderzoek gedaan naar lokaal beleid voor ouderenhuisvesting. ANBO stelt dat uit het onderzoek een fors tekort aan seniorenwoningen blijkt. Kranten en journaals nemen dit over. Dit blijkt echter niet uit het onderzoek. De volgende kop was eerlijker geweest: volop aandacht voor huisvesting van ouderen. Want, zo blijkt uit het prima ANBO-onderzoek, 90% van de gemeenten is bezig met huisvestingsbeleid voor senioren. Zij worstelen echter met de uitvoering. En juist daar is veel (financiële) winst te halen.

Roep om meer seniorenwoningen niet meer van deze tijd
Jammer dat het ANBO onderzoek nu wordt gebruikt voor het afdraaien van een grijsgedraaide (belangengestuurde) plaat van meer seniorenwoningen. Jammer dat het onderzoek niet benut wordt als aanzet voor een moderne aanpak bij lokaal beleid. En jammer dat belangenbehartiging het wint van goede onderzoeksjournalistiek.
Seniorenwoning. Foto: Ed NolteDe invulling die de ANBO geeft aan het onderzoek stamt uit de tijd dat mijn grootouders bejaard waren. Seniorenwoningen waren die kleine huisjes aan de rand van het dorp of een flatje in de stad. Die ‘seniorenwoningen’ worden door woningcorporaties inmiddels aan jonge starters verhuurd. De roep om meer van deze seniorenwoningen is dus vooral ketelmuziek.

Moderne ouderen zijn vaak actief, vitaal en zelfstandig
Interessanter dan de boodschap dat meer seniorenwoningen nodig zijn, is vooral de vraag hoe we ervoor zorgen dat mensen tot op hoge leeftijd zelfstandig in hun huidige woning kunnen functioneren; zeker met  het oog op de bezuinigingen en wijzigingen in zorgland. Wat is nodig in een tijd dat mensen actief, vitaal en zelfstandig leven? Ouderen zijn geëmancipeerd en laten zich niet meer in hokjes dringen. Het huisvestingsvraagstuk behoeft daarom op een moderne manier aandacht. Daartoe breng ik drie noties naar voren.  
  • Mensen verhuizen niet
    Iemand is pas oud als hij vijf jaar ouder is dan hij nu is. Deze perceptie van ouderdom leidt ertoe dat mensen wel nadenken over een toekomstige andere woonsituatie, voor als je ouder bent, maar in de praktijk niet verhuizen. Naast de ervaren ‘jonge’ leeftijd zijn het gedoe, het missen van noodzaak en de verknochtheid met het huis en de omgeving belangrijke redenen dat mensen blijven wonen in hun rijwoning, tweekapper of vrijstaande woning. Keerzijde is dat die woning vaak niet geschikt is voor als mensen minder goed ter been zijn.
  • Zorgvragers zijn zelf verantwoordelijk voor hun huisvesting
    Daarbij is er een groeiende groep mensen, waaronder veel ouderen, met een zorgvraag. Door bezuinigingen in de AWBZ komen minder zorgbehoevenden in een zorgcentrum terecht. Met een lichtere zorgindicatie wordt verblijf in een zorgcentrum niet meer meegefinancierd vanuit de AWBZ. Het ligt voor de hand dat mensen met een lichte zorgvraag die zorg thuis gaan krijgen. Traditioneel komen mensen in die situaties bij gemeenten terecht voor allerhande hulpmiddelen: woningaanpassingen, rollator, scootmobiel, activiteiten, etc. Maar ook bij gemeenten gaat de hand op de knip. Mensen worden terugverwezen naar hun eigen verantwoordelijkheid. One-liners die het daarbij goed doen: ‘een kinderwagen krijg je toch ook niet vergoed’ of ‘wat je bij de Gamma kan kopen hoeft door de overheid niet betaald te worden’.
  • Valpreventie in woningen bespaart miljoenen aan zorgkosten
    In de derde plaats zijn toegankelijke bestaande woningen vanuit volksgezondheids- en economisch perspectief noodzakelijk. Jaarlijks vinden in Nederland 145.000 valongelukken plaats die bij de spoedeisende hulp of het ziekenhuis terecht komen. Hiervan vindt 40% in huis plaats (dat zijn bijna 60.000 valongelukken). De gemiddelde medische kosten bedragen €7.000 per valongeluk: in totaal dus een medische kostenpost van ruim €400 miljoen per jaar. Als door aanpassingen van woningen hiervan 10% voorkomen kan worden, levert dit een besparing op van €40.000.000 (er zijn ervaringen die wijzen op een besparing van 15% à 20%).

Nieuwe coalities met marktpartijen nodig om winst te boeken
Deze drie trends samen geven aan dat aandacht nodig is voor toegankelijke woningen, zoals ook de ANBO bepleit, maar niet in de eerste plaats door nieuwbouw. Ik merk dat gemeenten dit zien, maar worstelen met een concrete aanpak. Daarbij wordt snel naar de eigen verantwoordelijkheid verwezen. Maar is dat wel economisch rendabel. Leidt die verantwoordelijkheid tot de besparing op zorgkosten die we voor ogen hebben? Laten we hier zakelijk naar kijken.
Als besparingen van een toegankelijke woningvoorraad zo evident zijn, waarom bezuinigen gemeenten dan op de Wmo en leggen zij de verantwoordelijkheid bij mensen zelf? Een belangrijke reden hiervoor is dat de kosten bij de gemeenten liggen en de besparing op zorgkosten bij verzekeraars. Ligt samenwerking tussen gemeenten en verzekeraars dan niet voor de hand? En wat te denken van de rol van aannemers en bouwmarkten bij het comfortabeler maken van woningen? Voor hen liggen er kansen voor meer omzet, noodzaak voor veel bedrijven. Zaak is op lokaal niveau coalities te smeden van belanghebbenden.
Het ANBO-onderzoek is een prima aanleiding om vooral hiermee aan de slag te gaan.

Meer informatie:

Door Bram Klouwen, Algemeen directeur Adviesbureau Companen en Adviseur woningmarkt en gedrag.

donderdag 20 december 2012

Active Ageing, nu of nooit!

Het is nu of nooit. Terugblikkend op het Europees Jaar van het Actieve Ouder Worden en Solidariteit tussen de Generaties is gebleken dat het belangrijk is en blijft om generaties met elkaar te verbinden. Het afgelopen jaar zijn verschillende initiatieven op dit gebied ontplooid, waaronder de website Festival der Generaties - waar activiteiten die in het kader van het EU jaar plaatsvonden werden verzameld - 'Generatiedialogen' georganiseerd door Stichting Rijp en Groen en debatten van ActiZ rond Het Nieuwe Ouder Worden. En met succes! Zo heeft de film 'Actief Ouder' worden van Stichting Voorbeeld in samenwerking met onder meer het Netwerk voor Oudere Migranten (NOOM) zelfs een internationale award gewonnen in het kader van het EU jaar! 

Ook buiten Nederland actie(f)
Vooral in de landen om ons heen gebeurde veel, zoals in Duitsland met onder meer excursies naar lokale initiatieven in zorg en welzijn. Age Platform Europe was actief en onze eigen Europarlementarier Lambert van Nistelrooij heeft zich in woord en daad erg hard gemaakt voor de thematiek van dit jaar, door onder meer het Ambient Assistent Living Forum naar Nederland te halen. Cecodhas bood een overzicht van Europese voorbeelden van seniorenhuisvesting en organiseerde een symposium over vergrijzing en wonen.

Preventie en gezondheid
We realiseren ons allemaal dat het nu of nooit is met de vergrijzing, met de lossere familiebanden, de grote druk op mantelzorger en de civil society. We zullen het met elkaar moeten doen, zonder teveel te verwachten van de overheid. Op het gebied van preventie en gezondheid is nog wist te behalen, zo weten mensen in Groningen maar al te goed. Daar is een groot programma rond healthy ageing gaande. De Unie KBO zette ook een groot programma rond bewegen in gang. Wereldwijd is bekend dat preventie het adagio is de komende jaren. Een gezonde leefstijl betekent langer een actieve bijdrage kunnen leveren aan de samenleving. Recente rapporten, zoals Actief Oud van het NIDI en een rapport van TNO, gaan in op de bijdrage die vitale ouderen kunnen leveren. Tijdens het wereldcongres rond Active Ageing was een de rode draad het gunstige effect dat bewegen kan hebben op het uitstellen van dementie. Het Kenniscentrum en ActiZ leverden een bijdrage met goede praktijkvoorbeelden en het ActiZ-rapport Internationale signalen.

Verbinding van generaties
Los van preventie op het terrein van gezondheid is het ook belangrijk te voorkomen dat we als mensen losraken van elkaar. Op het symposium 'Regeneration', georganiseerd door het Euro+songfestival in het kader van het jongerentalentontwikkelingsprogramma 'Roots and Routes' zei Conny Groot - drijvende kracht achter dit programma en het intergenerationele muziektheater stuk 'Nu of nooit' - dat we nu een manier moeten vinden om elkaar beter te verstaan, te waarderen. Slechts dan is de vervreemding tussen culturen en generaties omkeerbaar. Dat kan op diverse manieren. Ook in de muziek bijvoorbeeld.

                                                      Muziek verbindt
mixages.euEvert Bisschop Boele, assistent lector ‘Lifelong learning in music & the arts’ van het Prins Claus Conservatorium van de Hanzehogeschool Groningen, zag dat ouderen zich buiten het blikveld van de studenten bevinden. Hij bracht ze samen en liet de jonge studenten ouderen lesgeven. Dat bleek voor beide partijen verrassend goed uit te pakken. De studenten begonnen met veel vooroordelen: ‘Wie gaat er nu boven zijn zeventigste nog gitaar spelen? Zij hebben toch artrose in de vingers en kunnen niets meer leren?' Maar hun oudere leerlingen bleken juist veel bagage, veel verhalen en ervaring mee te brengen. Muziek bleek van grote betekenis voor de emotie van deze oudere leerlingen, omdat zij het omgaan met muziek verbinden aan hun hele biografie. Met dit soort projecten wil Bisschop Boele verwondering en het onbevooroordeeld kijken naar onverwachte situaties stimuleren. Zie de leerling als uniek wezen en niet als 'oudere'. Dat is ook van toepassing in de combinatie van muziek en mensen met bijvoorbeeld dementie.

Creatieve media en generaties
Almuth Fricke van het Institut für Bildung und Kultur doet voor de Europese Commissie onderzoek naar intergenerationeel werken in een programma ‘Intergenerational Learning and Bonding via Creative New Media’, waar de focus ligt op wat mensen te brengen hebben. Tieners en ouderen maken samen videoblogs, ipadmovies en audiovisuele handleidingen voor musea. In het voorjaar van 2013 komt er een handboek uit ter inspiratie, om de intergenerationele dialoog te stimuleren. Jongeren zien de waarden van hun culturele achtergrond en ouderen voelen dat zij bijdragen aan de toekomst.

Eu jaar gaat door
Vooruitblikkend op de toekomst is het zaak om door te gaan met het in contact brengen van verschillende generaties. Stichting Art Age gaat in samenwerking met ActiZ het filmfestival Forever Young organiseren. Op 28 februari 2013 vindt de aftrap plaats in het Amsterdamse filmtheater Eye. Het filmfestival wordt gecombineerd met de slotmanifestatie van het EU jaar in Nederland. Begin januari hoort u meer hierover! Maar het thema van het EU jaar eindigt niet dit kalenderjaar: de activiteiten gaan gewoon door! De diverse organisaties die afgelopen jaar actief waren op het gebied van Active Ageing gaan werken verder aan een samenleving voor alle leeftijden, waarin iedereen mee kan doen, waarin gebruik gemaakt wordt van talenten, kracht en zin. Het is nu of nooit!

Meer weten?


Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.

donderdag 6 december 2012

Ouderen aan het roer, organisaties aan de kant?

'Ouderen nemen het roer over', zo begint Ad Pijnenborg van zorgcoöperatie Hoogeloon zijn verhaal op het congres Seniorencoöperaties en zelforganisatie op 22 november. Welke rol pakken gemeenten, welzijn- en zorgorganisaties en woningcorporaties dan?, vraag ik me af. Worden ze het 'fokkemaatje [1]' van de ouderen of staan ze aan de kant?

Coöperaties in de lift
Het gaat goed met de coöperaties van ouderen in wonen, welzijn en zorg. Zo goed dat ze het tijd vonden hun eigen congres te organiseren samen met ILC Zorg voor Later. Ook zo’n club van ouderen zelf. De zaal is gevuld met veel ouderen. Een klein deel ervan is al actief in een coöperatie of zelforganisatie. Maar op de vraag wie plannen heeft in deze richting gaan heel wat handen omhoog. Verspreid over de zaal de professionals, iets jonger dan de actieve ouderen, werkzaam bij kenniscentra, welzijns- of zorgorganisaties en een enkele woningcorporatie of gemeente. Nieuwsgierig, soms gegrepen door deze nieuwe ontwikkeling en zoekend naar hoe ze zich ertoe moeten verhouden.

Missionair karakter
Martin Boekholdt (hoogleraar en bestuurslid van ILC Zorg voor Later) plaatst de opkomst van de zelforganisaties in een maatschappij waar formele zorg minder een recht is en de publieke middelen beperkt zijn. Er wordt een groter beroep gedaan op eigen bekostiging en de gemeente krijgt een grote rol in de zorg en ondersteuning van ouderen. Ouderen nemen het roer over vanuit de verantwoordelijkheid die ze voelen om voor zichzelf te zorgen en de wil om de eigen regie te behouden. Daarnaast speelt de verschraling van de formele zorg en de druk vanuit de overheid om eerst in eigen kring ondersteuning te organiseren een rol. Een mix van intrinsieke en externe factoren. Het lijkt er op dat een extern beroep op eigen verantwoordelijkheid aansluit bij de eigen wil van ouderen het zelf te regelen. Zo veranderen ouderen van zorgconsument naar coproducent. Niet voor niets spreekt Boekholdt van het missionaire karakter van de zelforganisaties. Ouderen doen het omdat ze het goed vinden; voor zichzelf maar ook voor anderen.

Eetgroep zorgcoöperatie HoogeloonModern nabuurschap en eigen zorg
De praktijkverhalen van Stadsdorp Zuid in Amsterdam en Zorgcoöperatie Hoogeloon spreken boekdelen. Jacques Allegro verhaalt van de start die in Amsterdam lag bij het vinden van betrouwbare vaklieden, zoals een klusjesman of iemand voor computeronderhoud. Inmiddels zijn er vele kringen actief voor gezamenlijke activiteiten, krijgt modern nabuurschap vorm en zijn er afspraken met een zorgorganisatie over hoe de zorg geleverd wordt. Ad Pijnenborg van zorgcoöperatie Hoogeloon is al 10 jaar bezig. De coöperatie heeft 240 leden, 40 vrijwilligers en 8 betaalde medewerkers. In 2013 opent het nieuwbouwproject kleinschalig wonen voor 14 zorgvragers zijn deuren. En dat in een dorp van 2200 inwoners waaruit je 10 jaar geleden moest verhuizen als je intensievere zorg nodig had. Nu helpen actieve senioren kwetsbare ouderen, voelen ouderen zich veilig en gerust en is de bereidheid elkaar te helpen in een modern jasje teruggekomen, aldus een trotse Pijnenborg.

Kritische houding
Wat betekent de opkomst van zorgcoöperaties voor de houding die gemeenten en professionele organisaties in moeten nemen tegenover dit nieuwe fenomeen? Moeten ze gaan zitten wachten tot ze ontstaan en zich er vooral niet mee bemoeien, of zijn er manieren om te zorgen dat dit soort initiatieven op grotere schaal landen? De sprekers zijn kritisch. Pijnenborg noemt de bureaucratie van zorgorganisaties verstikkend. Bureaucratie haalt de ziel uit de zorg. Werk samen maar blijf onafhankelijk en houd de eigen visie vast, is zijn raad. Allegro kiest voor de onderhandeling. Bij de zorg is dat een succes en het zou ook kunnen werken bij de gemeente als het gaat om de uitvoering van de Wmo. Boekholdt ziet de zelforganisaties als bewegingen die zich tegenover de institutionele kaders stellen. Ze zijn activistisch van karakter. Zoals Pijnenborg het stelt: "Mensen moeten wel ergens ontevreden over zijn voor ze een coöperatie gaan oprichten".

Nieuwe samenwerking
Maar kritische ouderen die zoeken naar nieuwe vormen van zorg en ondersteuning zijn toch precies de burgers die we nodig hebben in een tijd waar de traditionele vorm van ouderenzorg niet meer haalbaar is? Misschien helpt het als we ook eens uit onze eigen rol stappen. Want naast dat we werkzaam zijn bij een gemeente of organisatie voor wonen, welzijn en zorg, zijn we ook allemaal burgers en gaat de zoektocht ons allemaal aan. Als we ons verbinden met actieve ouderen en hun zoektocht ook tot de onze maken, kan er een hoop gebeuren. En zijn gelijk de jongere generaties ook betrokken. Dus liever ‘fokkemaatje’ dan aan de kant; per slot van rekening zitten we allemaal in het zelfde schuitje.

[1] persoon die de fok bedient op tweepersoonszeilbootjes 

Meer lezen?


Door Daniëlle Harkes, manager van het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. De samenwerking tussen woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties en gemeenten en de ontwikkeling van woonservicegebieden en multifunctionele accomodaties zijn binnen het Kenniscentrum haar aandachtsgebieden.

dinsdag 27 november 2012

De ritmes van burgerinitiatieven

Door Yvonne Witter

Lichte gemeenschappen, zo noemde professor Marli Huijer, bijzonder hoogleraar Filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam geïnspireerd door socioloog Zigmund Baumann, de huidige burgerinitiatieven. ‘Je levenslang op iets vastleggen is niet meer van deze tijd’, sprak zij onlangs tijdens de jaarvergadering van Stichting Het Maagdenhuis met als thema: Van ontmoeting naar betrokkenheid.

Marli Huijer
'We willen na enige tijd verder trekken. Nieuwe mensen ontmoeten en nieuwe ervaringen opdoen.’ Lichte gemeenschappen verschillen hiermee van zwaardere gemeenschappen, zoals kerkgemeenschappen en buurtverenigingen. Daar was een burger doorgaans levenslang lid van. In tijd en ruimte zaten deze aan elkaar verbonden. De wederkerigheid was een vanzelfsprekend goed. Dat vanzelfsprekende ontbreekt in lichte gemeenschappen. Jonge ouders genieten bijvoorbeeld van faciliteiten die door anderen in de buurt zijn opgezet. Je staat niet bij elkaar in het krijt, je mag ervan profiteren.

Betrokkenheid
Maar zijn deze lichte gemeenschappen dan niet te vluchtig? Kun je betrokkenheid garanderen? Huijer heeft hier een duidelijke mening over. Zij concludeert dat als er veel doorstroom is, dat niet wil zeggen dat er geen betrokkenheid is. Zij brengt een nieuwe denkrichting in, namelijk denken vanuit ritmes. Daar heeft zij veel onderzoek naar gedaan en zij past het nu toe op burgerinitiatieven. Ritmes zijn volgens haar herhalingen in tijd en ruimte. De gebeurtenis die herhaald wordt, ziet er steeds anders uit. Zo kan een buurtmoestuin wekelijks door mensen onderhouden worden. Maar dat hoeft niet dezelfde persoon te zijn. En de activiteit kan eveneens verschillen. Soms komen mensen daar koffie drinken, soms expliciet om elkaar te ontmoeten en soms om te oogsten en te spitten. Een paar mensen zijn nodig om het ritme vast te houden. Zij kunnen er wel een keertje mee ophouden, want dan komen er anderen die het overnemen. De sociale betrokkenheid blijft wel, aldus Huijer. Sociale betrokkenheid is het gevolg van een veelheid van opkomende en verdwijnende burgerinitiatieven en niet zozeer het gevolg van stabiele activiteiten.

Fondsen
Zij had wel wat tips richting fondsen: geef dergelijke burgerinitiatieven periodiek geld zodat de betrokkenheid de kans krijgt zich te stabiliseren. En heb oog voor deze lichte gemeenschappen en belast hen niet met te zware procedures. Ik denk dat dit ook voor anderen kan gelden, voor organisaties als de gemeenten en aanbieders. Geef de initiatieven de kans zich waar te maken, belast hen niet maar ondersteun hen en voel hun ritmes aan.

Kwetsbare burgers
Ritmes geven burgerinitiatieven bestendigheid ondanks alle vluchtigheid. Deze insteek van professor Huijer gaf me een verhelderend inzicht om tegen burgerinitiatieven aan te kijken. Toch blijf ik steeds met de vraag zitten of burgerinitiatieven wel voor iedereen toegankelijk zijn en blijven. Kunnen kwetsbare burgers ook mee in de ritmes van deze lichte gemeenschappen? Deels kreeg ik antwoord door mijn tafelgenoten die meenden dat burgerinitiatieven anderen meetrekken, ook mensen die anders niet hadden gedurfd. En dat er ook genoeg burgerinitiatieven van kwetsbare burgers zijn, maar wellicht minder zichtbaar? Hoe dat zit in de wereld van wonen, zorg en welzijn? En hoe zit het met de ritmes bij andere organisatievormen zoals coöperaties (waar onlangs een boeiende middag over is georganiseerd, zie verslag Themamiddag coöperaties

3 april Lokale kracht
We hopen die vragen mee te nemen op het congres Lokale kracht dat wij op 3 april organiseren. We zien namelijk graag dat de lichte gemeenschappen openstaan voor alle burgers in de maatschappij, zodat de ritmes samen een harmonisch geheel kunnen vormen.

Meer informatie

Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.

woensdag 17 oktober 2012

Kracht moet wel een kans blijven krijgen

Je kunt er niet meer omheen: lokale kracht - hoe divers ook - is helemaal 'in'! Een mooie en hoopgevende ontwikkeling die recht doet aan de veranderende relatie tussen de samenleving en overheid, aan de mondige en 'diverse' burger en aan de huidige tijd van bezuinigingen.

Begin oktober waren er twee grote bruisende manifestaties rond het thema. Zo was er De wijk verdient het, een bijeenkomst van Aedes en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in partnerschap met het Landelijk Steunpunt Aandachtswijken, Kennisland en Bouwstenen voor Sociaal. En een manifestatie van Kracht in Nederland, een beweging die maatschappelijke initiatieven rond thema´s als integratie, krimp, sport en bewegen, ouderen, wonen en duurzaamheid een landelijk podium wil bieden.

Beide bijeenkomsten hadden eigen accenten. Bij de één stonden wijkondernemingen centraal, dus ondernemende bewoners die in hun buurt zélf het heft in handen nemen. Bij de ander was het thema nog breder ingevuld, maar wat ze gemeen hadden was dat het ging om burgerkracht. En dat het uitwisselen van kennis en ervaring centraal stond. Op beide bijeenkomsten kon kennis genomen worden van lessen die geleerd zijn tot nu toe. Dat is uitermate van belang om kracht een kans te blijven geven.

Zo makkelijk is het niet
Want het is niet eenvoudig om een initiatief te realiseren. 'Er komt meer bij kijken dan ik dacht´, aldus een deelnemer op de bijeenkomst 'De wijk verdient het', afkomstig uit Enschede en bezig met het opzetten van een buurtbeheerbedrijf. 'En dat komt voornamelijk omdat je met veel verschillende partijen om tafel moet zitten. Dat kost veel tijd en energie. Maar gelukkig loont het wel.´

Community Lovers Guide http://communityloversguide.org/
Hetzelfde was te horen op de conferentie van 'Kracht in Nederland'. Een betrokkene van de 'Community Lovers Guide', gidsen met een overzicht van initiatieven van burgers in verschillende steden, vertelt: 'Het kost al veel tijd en moeite om alle projecten op te sporen voor de gids, laat staan om er eentje op te zetten. Maar door de gids kunnen initiatieven elkaar nu vinden. Want velen weten niet van elkaars bestaan af'. Dat is direct een valkuil voor burgerinitiatieven: langs elkaar heen werken of het wiel steeds opnieuw uitvinden. Of wordt het dé norm in de wereld van wonen, zorg en welzijn? 'Heb jij dan nog geen initiatief opgezet in jouw wijk?' Misschien is dat ook wel helemaal niet erg.

Loslaten
Minister Spies deed in haar speeches op beide conferenties niet voor niets de oproep om vertrouwen terug te geven en los te laten. Zij riep op om als overheid, corporatie of andere maatschappelijke organisatie ruimte te bieden aan initiatieven van buurtbewoners. 'Niet overnemen, maar initiatieven honoreren. Vertrouwen geven aan mensen, buurten en wijken'. Natuurlijk ziet zij ook dat er obstakels zijn. Zij gaf burgers en organisaties de tip om concrete wetten en regels te noemen die initiatieven in de weg zitten of zelfs namen van onwillende ambtenaren. 'Namen en rugnummers noemen, dat is de enige oplossing', aldus Spies. Het vraagt ook een andere attitude. 'We moeten soms op onze handen zitten', zegt de minister. 'We zijn liever een bondgenoot van een maatschappelijk initiatief. Als het iets is van de mensen zelf, dan zorgen zij er ook zelf voor.'

Bij 'De wijk verdient het' pleitte Marc Calon, voorzitter van Aedes, er voor om soms géén beleid te maken. 'Er zit meer kracht in mensen dan we er uit halen.' En hij geeft aan dat we moeten accepteren dat er soms fouten gemaakt worden. Een betrokkene van het Amersfoortse Soesterkwartier, een succesvolle wijk,  meent dat extra geld niet altijd helpt bij het vormgeven van een initiatief. 'Geld maakt meer kapot dan drank. Bij teveel subsidie gaan mensen achterover leunen en laten zij hun creativiteit schieten.'

Sterke bewoners verbinden aan kwetsbaren en andersom
Eén van de workshops van de bijeenkomst 'De wijk verdient het' stelt de vraag over eigenaarschap centraal en geeft precies aan waar organisaties, zoals corporaties hun 'nieuwe' rol kunnen invullen. Corporatie Woonbedrijf uit Eindhoven gaf een seniorenorganisatie het beheer over een gebouw, zolang zij maar aan drie voorwaarden voldeden: een plan hebben, inkomsten genereren en een organisatievorm in het leven roepen. De senioren hebben een stichting opgericht, een plan gemaakt met activiteiten en doelen en vervolgens het pand onderverhuurd aan een andere organisatie. De corporatie was facilitator maar verder heeft de groep het zelf gedaan.

Dit initiatief functioneert prima bij een groep sterke burgers, maar bij kwetsbare burgers is het zaak om sterke bewoners in te schakelen, die wel dicht bij de groep staan. Dat was één van de conclusies van de workshop. En een hele belangrijke, want in de hele lokale kracht-hype staan kwetsbare burgers soms in de schaduw, terwijl bij hen ook veel kracht en kunde zit. Dat kan aangeboord worden, maar daar is soms meer maatwerk of ondersteuning voor nodig. Maatschappelijke organisaties kunnen hier een grote rol vervullen, maar ook burgers.

Kortom, beide conferenties bruisten van energie, optimisme en daadkracht. Lokale kracht, wijkondernemingen, burgerinitiatieven: ze passen in de huidige tijdsgeest en zijn alom aanwezig. Als maatschappelijke organisaties en de overheid faciliteren; dingen waar nodig los kunnen laten of juist ondersteunen; de burgers het gevoel hebben dat zij niet alleen staan in hun ideeën; de vaart in de initiatieven kan blijven (dus wet- en regelgeving versoepelen); kwetsbare burgers niet vergeten worden, maar op maat ondersteund worden; nagedacht wordt over het borgen van initiatieven... dan kunnen deze initiatieven uiteindelijk een prachtige 'bestendige' plek krijgen. Kracht moet wel een kans blijven krijgen!
Meer weten?


Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.

woensdag 19 september 2012

Op zoek naar de juiste snaar

Als studente heb ik ruim vijf jaar lang op de vrijdagmiddag vrijwilligerswerk gedaan bij De Hogeweyk, toenmalig verpleeghuis Hogewey in Weesp. Daar is mijn fascinatie voor mensen met dementie en vooral mijn bewondering voor mantelzorgers, vrijwilligers én zorgpersoneel ontstaan. Ik kreeg een kijkje in de wereld van dementie(zorg) en zag hoeveel verdriet er is en pijn, maar ook dat er vele mooie, ontroerende en fijne momenten zijn.

Het aantal mensen met dementie neemt toe, dus steeds meer mensen zullen een (thuiswonend) familielid of kennis krijgen met dementie. Dat geldt ook voor kinderen. Bijzonder contact blijft mogelijk met dierbaren die dementerend zijn. Dat wilde ik beschrijven, juist over/voor kinderen, die vaak natuurlijk en op hun eigen wijze omgaan met ziekten. Dus op een dag, toen ik urenlang in de trein zat, heb ik pen en papier gepakt en ben ik gaan schrijven. Al schrijvende besefte ik dat ik nóg meer actuele boodschappen kwijt wilde in het verhaal, bedoeld voor jong en oud.

Zichtbare participatie
Zo vind ik het belangrijk te laten zien dat ouderen met een niet-Nederlandse achtergrond midden in de maatschappij staan. Oudere migranten doen actief mee. Zij zetten zich veelvuldig in voor de eigen gemeenschap, maar steeds vaker ook buiten de eigen gemeenschap. Dit is niet altijd even zichtbaar. Het is wel zo dat oudere migranten wat hindernissen ondervinden bij het participeren. Zo hebben zij minder financiële middelen, lopen soms tegen taalbarrières aan, ervaren een slechtere gezondheid en wonen in kwalitatief minder goede woningen. In het kader van het ‘EU Year of Active Ageing and Intergenerational Solidarity’ is het belangrijk dat organisaties - zoals gemeenten en aanbieders van wonen, zorg en welzijn - deze hindernissen in samenwerking met migranten(organisaties) beperken of liever nog opheffen.

Vegetarische woongemeenschap
Ook wil ik graag laten zien dat de diversiteit aan woonvormen toeneemt. Maar niet iedereen is op de hoogte van het aanbod. En daar ligt wederom een taak voor gemeenten, aanbieders en consumentenorganisaties. De Spaanse oma uit mijn verhaal gaat verhuizen naar een woongemeenschap voor vegetarische ouderen. Het aantal woongemeenschappen neemt toe. Ook deze gemeenschappen zijn divers van karakter, soms zijn zij op basis van leefstijl gevormd, soms op basis van culturele achtergrond en soms zijn er gemeenschappen van meerdere generaties samen. Het is fijn dat mensen kunnen kiezen hoe en met wie zij ouder willen worden. Steeds vaker denken burgers hier tijdig over na. Zij nemen soms zelf het initiatief. Eenvoudig is dit niet en er is veel geduld voor nodig. Maar de trend zet zich door.

Dementie-vriendelijke dorpen
De opa in het verhaal verhuist naar een kleinschalige woonvorm voor Zuid-Europese mensen met dementie. Juist mensen met dementie vinden het vaak prettig te wonen met mensen die de taal en cultuur kennen. De tweede taal raakt als eerste verloren voor mensen met dementie. Zij grijpen dan vaak terug op de oorspronkelijke taal. Dan is het fijn als personeel en medebewoners dit begrijpen.

Foto: Claudia Kamergorodski.Het aantal mensen met dementie neemt toe van 250.000 nu tot 500.000 in het jaar 2050. Een groot deel van hen zal lang thuis blijven wonen, zeker gezien de huidige en komende wet- en regelgeving. Een goede woning en woonomgeving is nodig. Brabant experimenteert nu met dementie-vriendelijke wijken en dorpen, zoals Hoogeloon. Dat is al een goed begin om voorbereid te zijn op deze groeiende groep. Ik hoop op meer kennis over dementie, meer cultuur-sensitieve zorg, meer begrip voor mensen met dementie en meer steun voor alle mantelzorgers en vrijwilligers. Samen zoeken naar ‘de juiste snaar’ zodat kwetsbaren samen met hun naasten, met hulp van vrijwilligers en met -waar nodig- professionele ondersteuning zo prettig mogelijk kunnen leven.

Meer weten?
  • 'De juiste snaar' is een kinderboek waarin de bijzondere band tussen een kleinkind en haar Spaanstalige grootouders wordt getoond. Het boekje laat op speelse wijze zien dat een kind een fijne band kan houden wanneer een familielid gaat dementeren. Het boekje is voor € 10,- te bestellen via deze link. De opbrengst van het boekje gaat naar Alzheimer Nederland
  • Een impressie van het seminar 'Meer doen met jong en oud' van 14 september j.l. leest u hier.


Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.

donderdag 13 september 2012

Doe-het-zelven in de zorg is in

Bijna 400 mensen zijn er 5 september naar de bijeenkomst ‘Lokale Kracht: power in wonen, welzijn en zorg’ gekomen. Dat geeft wel aan dat lokale kracht volop in de belangstelling staat. In 2006 hebben we één van de voorbeelden - zorgcoöperatie Hoogeloon - al eens uitgenodigd voor een presentatie tijdens een ProjectImpuls-bijeenkomst. De sessie vond plaats in een klein zaaltje met misschien 20 mensen. Duidelijk een niche-onderwerp, waar mijn collega Yvonne Witter het patent op leek te hebben. ‘Burgers nemen zelf het heft in handen’, die trend heeft ze goed gezien want afgelopen woensdag is een van de hallen van de Brabanthallen in Den Bosch gevuld met honderden nieuwsgierige en gedreven mensen.

“Doe Het Zelf burger organiseert nu ook eigen zorg” kopte Trouw twee weken geleden. Na collectieve acties rond energie en mobiliteit gaan burgers samen zorg inkopen en onderlinge hulp organiseren. De Volkskrant besteedde onlangs aandacht aan zorgcoöperaties in Hoogeloon en Elsendorp, twee dorpen in Brabant die zelf de zorg regelen voor hun oudere bewoners, en Stadsdorp Zuid in de Apollobuurt in Amsterdam, waar samen diensten en activiteiten worden geregeld om prettig zelfstandig te kunnen blijven wonen. Doe het zelven in de zorg is duidelijk in. Ook in de politieke arena. Luister maar naar de zorgdebatten; eigen verantwoordelijkheid, kleiner pakket, minder professionele zorg. Maar daar wordt de bal wel heel erg makkelijk bij de burger, de vrijwilliger en de mantelzorger neergelegd. De kosten in de zorg lopen op en daarom moet de burger het nu zelf maar gaan doen. Dat is niet mijn definitie van lokale kracht.

Voor mij is lokale kracht het samenspel tussen burgers, overheid en professionele organisaties (zorg- en welzijnsorganisaties, woningcorporaties en andere lokale partijen) met als inzet wonen, welzijn en zorg in de eigen omgeving zo te organiseren, dat mensen - ook als ze hulp nodig hebben - zo lang mogelijk prettig kunnen blijven wonen waar ze willen, onderdeel uit kunnen blijven maken van hun eigen sociale omgeving en een bijdrage kunnen leveren aan de samenleving. Burgers niet reduceren tot klant of doelgroep waar organisaties hun waren aan kunnen slijten maar zien als initiatiefnemers, ondernemers, eigenaren, co-creatoren.

Nieuwe kansen op congres Lokale krachtDat is wennen. Voor burgers zelf, die dachten dat eigenlijk alles wel geregeld was en ze zelf niet zoveel hoefden te doen; voor organisaties, die meenden te weten wat goed was voor de klant en nog niet zo goed weten wat ze met die actieve burgers aan moeten; en voor de overheid, die dacht dat ze eigenlijk alles wel goed geregeld had. Het blijkt heel anders te kunnen.

Door nieuwe collectieven te creëren, kunnen burgers wonen, welzijn en zorg organiseren op een manier die echt bij ze past. Ze blijken veel meer te kunnen dan ze dachten. Het realiseren van kleinschalig wonen voor mensen met dementie is niet voorbehouden aan een zorgorganisatie (in Hoogeloon doen ze het zelf), vrijwilligers en gehandicapten runnen met veel plezier een lokale supermarkt (o.a. in Westwoud in Noord Holland en Oostwold in Groningen), ervaringsdeskundigen bieden zorg en ondersteuning die weldadig is voor ontvanger en gever (luister naar de verhalen van medewerkers van Kwintes en Pameier) en een nieuwe bestemming voor een verzorgingshuis dat gaat sluiten, blijkt in goede handen bij de omwonenden (zoals in het Groningse Warffum).

Nieuwe rollen, nieuwe kansen… Maar ook nieuwe werelden die open gaan en nieuwe partners om te leren kennen. En daarom ben ik zo blij met al die actieve burgers en vrijwilligers die 5 september aanwezig zijn. Ze laten zich zien, doen inspiratie op en gaan in gesprek met professionals over de inzet van burgerkracht in wonen, zorg en welzijn. En ik ben blij dat we de bijeenkomst samen met zoveel verschillende brancheorganisaties hebben kunnen organiseren en het ons is gelukt zo veel mensen uit verschillende sectoren bij elkaar te brengen. Want lokale kracht heeft alles te maken met openstaan voor nieuwe partners, nieuwe verbindingen en nieuwe ideeën.

Als we daar, als Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg, een bijdrage aan kunnen leveren, is onze missie geslaagd. We vieren dit jaar dat we 10 jaar bestaan. Een bijeenkomst als ‘Lokale Kracht’ is dus ook een beetje een feestje voor ons. Een feest van goede voorbeelden, van mensen met lef om het anders te doen en een feest van kennis delen en kennis verspreiden. En laat dat nou net onze kracht zijn.

Meer lezen?


Door Daniëlle Harkes, manager van het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. De samenwerking tussen woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties en gemeenten en de ontwikkeling van woonservicegebieden en multifunctionele accomodaties zijn binnen het Kenniscentrum haar aandachtsgebieden.

donderdag 30 augustus 2012

De Zin van het Zintuig

Foto: Peter Dedecker Flickr.com
Op de Placa Reial in Barcelona met zijn fontein, straatlantaarns van Gaudi en wuivende palmbomen, was het gezellig druk. Alle tapas restaurantjes liepen vol, maar bij één restaurant, Les Quinze Nits, begon zich al vlot een rij wachtende mensen te vormen. Wat was daar het culinaire geheim? Was het de frisheid van de gazpacho, de nootachtige smaak van de jamon iberico, de knoflook saus bij de gamba’s of waren het de met tonijn gevulde piquillo pepertjes? Zonder mijn gebrekkige Spaans vroeg ik een willekeurige wachtende ‘Please, can you tell me, why are you waiting in this queue?’. Het antwoord was zowel amusant als verrassend ‘Well, everyone is waiting here in this queue, so, I’m waiting here too’. Ook een tweede wachtende gaf toe in de rij te staan, alleen om de reden dat andere mensen dat ook deden. Het wachten had dus niets te maken met hun persoonlijke keuze voor het restaurant. Als kuddedieren gaan we dus in de rij staan zonder te weten waarvoor en we vertrouwen voor het ware zintuiglijke genot het smaakzintuig van anderen.
Het opmerkelijke is dat we dat ook met onze huisvesting doen. We nemen zelf niet de tijd om te voelen, te luisteren, te kijken, te betasten….maar vragen direct aan een architect, een adviseur, een inrichter, een stoelenleverancier, een kleurspecialist, een geurdeskundige, een kurkfabrikant of desnoods een futuroloog wat te doen. En zij doen dan al of niet gewapend met bouwbesluit en wat NEN’s een (God zegen de) greep uit hun pakketje aangeleerde tools waarna de arme gebouwgebruikers vervolgens gemiddeld 15 jaar kunnen gaan ‘nagenieten’ al of niet met oordopjes, zonnebril of tranquillizers. 
En dat alles gebeurt terwijl elk mens, ook u en ik, is toegerust met een sensorisch hoogstandje van een verfijnd en ultiem uitgebalanceerd zintuigstelsel dat op een zuivere manier de weg toont in het labyrint van huisvestingskeuzes. Een zintuigstelsel bovendien dat zodanig is ingericht dat het ons ondersteunt in onze eigen ontwikkeling. Het enige wat we moeten doen is zelf de ogen te openen, te luisteren en te voelen. Die zintuigen kunnen we uitstekend gaan benutten om de best passende werk- en leefomgeving te kunnen aansturen.

Op 9 oktober 2012 organiseert het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg een bijeenkomst waar een methode uit de doeken wordt gedaan hoe we met onze zintuiglijke informatie kunnen sturen op een omgeving die bij ons past. Een breder beeld zal worden geschetst wat onze zintuigen exact te vertellen hebben, niet als losse op zich zelf staande informatiebronnen, maar in hun onderlinge samenhang waarbij wordt gefocust op de Zin van het zintuig. We leren daar begrijpen waarom bepaalde plekken in onze omgeving prettig aanvoelen en waarom bijvoorbeeld bepaalde werkplekken of zitjes in gebouwen altijd leeg zijn. U krijgt er ook nog een aardig boekje bij. Wie weet, tot ziens!

Meer weten?


Iris Bakker (Levenswerken) is onderzoeker aan de TU Delft en verrichtte samen met Jan de Boon (de Werkplaats gsb) jarenlang onderzoek naar de werking van de zintuigen en de mogelijkheden om via het vormgeven van de omgeving te sturen op de ervaring die de omgeving biedt. De door hen ontwikkelde methode is samen met een aantal zorgorganisaties en het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg uitgewerkt en zodanig vertaald naar de praktijk dat het breed toepasbaar is. In het boek 'Zorg voor mens en omgeving: Het zintuig als maatstaf' staan visies en achtergronden beschreven en wordt de methode aan de hand van een aantal stappen nader toegelicht.

maandag 27 augustus 2012

WijkWegenWacht helpt mensen op weg

Eigen verantwoordelijkheid. Je leest en hoort het overal. We moeten (weer) meer onze verantwoordelijkheid nemen. Zowel in de zorg voor elkaar, voor familie als voor onszelf. Corporatie Woonwaard experimenteert met andere instellingen uit het maatschappelijk middenveld en wijkbewoners met een project waarbij niet alleen burgers maar ook professionals hun verantwoordelijkheid nemen. ‘Vooral in aandachtswijken is de hoeveelheid hulpverlenende instanties groot’, aldus Monique ter Berg, beleidsadviseur bij woningcorporatie Woonwaard. ‘Wie is er dan verantwoordelijk voor wat? Hoe kunnen we effectiever en efficiënter werken dan de enorme buurt- en zorgnetwerken? Vroeger was het overzichtelijk: je had het schoolhoofd, de dokter en de pastoor. Zij werden aangesproken op hun kennis, ervaring en verantwoordelijkheid.’

Signaleringsfunctie
Foto: Chris PennartsWoonwaard kwam op het idee om in diverse wijken een beperkt aantal organisaties te vragen om samen met bewoners verantwoordelijkheid te nemen voor de signaleringsfunctie. De corporatie nam het initiatief tot een project, dat als werktitel de WijkWegenWacht heeft, om mensen op weg te helpen. Organisaties uit het maatschappelijk middenveld die in een wijk het meest te zoeken hebben, vormen het wegenwachtteam. In de ene wijk kunnen dat een wijkagent, corporatie en GGZ-instelling zijn, in de andere wijk een thuiszorginstelling, welzijnsinstelling en wijkagent.

Deze 'frontlinie' neemt de verantwoordelijkheid - binnen het gewone werk - om samen met de bewoners de ogen, oren, voeten en handen van de wijk te zijn. ‘Je slaat daarmee twee vliegen in één klap. Voor bewoners is duidelijk op welke organisatie(s) er een beroep gedaan kan worden maar ook voor de organisaties zelf is helder welke rol ze hebben: in de frontlinie of in het backoffice’, aldus ter Berg.

Hoopgevend initiatief
Foto: Chris Pennarts
In Heerhugowaard is samenwerking met de gemeente een pilot van start gegaan en nu begint de Noord-Hollandse corporatie ook in Alkmaar. In iedere wijk is de samenstelling van bewoners en problematiek anders, dus is het belangrijk te kijken wat de meest logische partners zijn in die wijk. In een sterk vergrijzende omgeving zijn andere organisaties aan zet dan op een plek waar de werkeloosheid hoog is.

Monique ter Berg verwacht niet dat het aantal burgers dat zich tijdelijk of langdurig niet alleen redt, afneemt. Zij signaleert onder andere meer thuiswonende mensen met dementie. De bezuinigingen in de GGZ en maatschappelijke opvang zal leiden tot een grotere druk op de leefklimaat in de wijk. Voor de kwetsbare burgers is het belangrijk dat er een vangnet gevormd wordt, door familie, kennissen, buurtbewoners en zo nodig professionele hulpverleners. De WijkWegenWacht is om die reden een hoopgevend initiatief.

Burgerinitiatieven
Ook burgers hebben mooie initiatieven. Op diverse gebieden. Zo begon een burger een online marktplaats rond eten: via de website www.thuisafgehaald.nl kunnen mensen zien wie er kookt in de buurt en het eten wil delen. En het initiatief ‘urban farming’ van ‘stadsboeren’ in Amsterdam-West om met buurtbewoners in biologische aarde tuintjes te onderhouden op nog niet gebruikte bouwgrond. Van een heel andere orde dan de WijkWegenWacht, maar de diverse initiatieven laten zien dat verantwoordelijkheid genomen wordt, door burgers, door ondernemers, door professionals.

Meer weten?


Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.

maandag 30 juli 2012

Meer dan een mooi woord voor Scrabble: Woonzorgindicatieadviseur

Het aantal verzorgingshuisplaatsen daalt de komende jaren. Wat gebeurt er met de mensen die (nog) niet in aanmerking komen voor het verpleeghuis, maar ook niet zelfstandig kunnen blijven wonen? Soms kom je dan ineens mooie ontwikkelingen tegen die een stukje van het antwoord geven. Bijvoorbeeld: de woonzorgindicatieadviseur. Woningcorporaties Woonservice Meander, Woonlinie en Woningstichting Land van Altena werken samen in een woonruimteverdelingssysteem. In de dorpen waar deze corporaties werkzaam zijn, worden bepaalde woningen gelabeld als ‘woonzorgwoning’. De woningen variëren van aanleunwoningen tot woonzorgcentra. De woonzorgindicatieadviseur begeleidt mensen die in aanmerking komen voor deze woningen van aanvraag tot acceptatie van de woning.

Meedenken
Foto Willem Mes PhotographyTrudy Roubos is woonzorgindicatieadviseur. Zij blijkt een hartelijke en doorgewinterde oud-wijkverpleegkundige, in dienst van welzijnsorganisatie Trema. Jarenlang werkte zij in de wijk en bezocht en ondersteunde er heel wat gezinnen. Nu doet zij dat nog steeds, maar dan als woonzorgindicatieadviseur. Zij verzorgt een woonzorgindicatie voor deze mensen en kijkt samen met hen naar de woonwens. Ze helpt met het formuleren van die woonwens en blijft ook daarna in contact met hen.

Door haar brede blik, haar grote ervaring, kijkt Trudy naar het totaalplaatje. ‘Als op een derde verdieping een 81-jarige oudere met reuma denkt dat een aanvraag voor een traplift voldoende is, dan kijk ik samen met de bewoner of dat inderdaad de meest geschikte oplossing is gezien haar toekomst met beroep op zorg. Vaak blijkt verhuizen naar een woonzorgcomplex een betere oplossing voor de specifieke zorgvraag van deze oudere. En soms merk ik dat mensen wel een andere woning willen, maar dat verhuizen het werkelijke probleem niet oplost.’

Foto Chris PennartsWonen op maat
Trudy geeft mensen een woonzorgindicatie als zij met de bewoner tot de conclusie komt dat verhuizen naar een woonzorgcomplex passend is. Voordeel van deze werkwijze voor de corporatie is dat de juiste mensen op de juiste plekken wonen. Zorgorganisaties kunnen zorg geconcentreerd aanbieden en bewoners wonen in een toegankelijke woning met passende voorzieningen en activiteiten in hun omgeving. Trudy hoort en ziet veel en merkt veranderingen die plaatsvinden in de samenleving als geen ander op. Zo signaleert zij dat het aantal mensen met een psychische beperking die thuis wonen toeneemt, door strengere wet- en regelgeving. Zo werd zij door een vrouw gebeld die zich zorgen maakte om haar broer. Met wat uitzoekwerk en het inschakelen van haar contacten kon de man naar het wooncomplex verhuizen, mét begeleiding.

Jantje-mooi-weer
‘Er zijn veel meer mensen met een psychische beperking dan je denkt. Vooral in de leeftijd van 50 tot 70 jaar. De zogenoemde ‘Jantje-mooi-weer-types’. Dat zijn mensen die altijd roepen: ‘ lekker weertje he?’ Maar die eigenlijk weinig zelfredzaam zijn, terwijl dat niet echt opvalt. In die tijd dat zij jonger waren, werden er niet veel diagnoses gesteld als tegenwoordig wel het geval is. Nu zorgen nóg oudere ouders voor deze mensen, of een broer of zus. Maar dat houdt op als de ouders overlijden en de andere familieleden hulpbehoevend worden. Ik merk dat deze groep groeit en wat zwervend is.’

Ook treft Trudy steeds meer mensen met beginnende of zelfs gevorderde dementie die thuis wonen. Die helpt zij op weg naar de juiste voorzieningen of verwijst ze door naar dementie-consulenten. Een woonzorgindicatieadviseur vult niet de gaten die er in het aanbod zijn, maar kan er wel voor zorgen dat mensen een passende woning vinden, de juiste voorzieningen krijgen. De adviseur kan mensen informeren en op weg helpen. Dat is nu hard nodig. Om te voorkomen dat mensen tussen wal en schip raken.
Meer weten?


Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.