Posts tonen met het label klantparticipatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label klantparticipatie. Alle posts tonen

maandag 20 februari 2012

Ontmoeten in Nederland en Japan

Hoe kun je ontmoetingsgericht bouwen? Deze uitdaging bracht op 16 februari jl. veel mensen naar de bijeenkomst die het Kenniscentrum samen met Coalitie Erbij organiseerde. Anderen ontmoeten is een universele wens. Zo ook in het gebied in Japan dat 11 maanden geleden door de tsunami werd getroffen. Daar wordt nu niet vóór maar dóór ouderen een café opgezet. De naam van het café? Ibasho, Japans voor ‘een plek om jezelf te zijn’. Hopelijk volgen wereldwijd vele Ibasho cafés.

We kunnen de materiële én sociale omgeving zo maken dat die uitnodigt anderen te ontmoeten, maar we kunnen het niet afdwingen. De architect Herman Hertzberger – op 16 februari in een lezing aangehaald - spreekt bij het vormgeven van de gebouwde omgeving van ‘ruimte maken én ruimte laten’. De kunst is de ruimte zo te maken dat die uitnodigt én ruimte laat voor invulling.

Japanse veerkracht 
De wens anderen te ontmoeten is universeel. In Japan leven sinds de tsunami – nu 11 maanden geleden – veel mensen in tijdelijke huisvesting. Een groot gebied dat voor de tsunami vol stond met hoge gebouwen is nog steeds een grote lege vlakte met her en der bergen van schroot.

Enkele gebouwen trotseren de leegte. En de bewoners trotseren de gevolgen van de ramp. Ze hebben alles verloren. Ze hebben elkaar nog én hun veerkracht. Ze zijn blij dat ze zoveel hulp hebben gekregen, maar willen maar wat graag ook zelf weer iets voor elkaar en anderen betekenen.

Ten tijde van de tsunami werkte ik met Emi Kiyota en drie anderen aan een boek met Japanse, Australische, Amerikaanse en Europese voorbeelden van wonen en zorg voor ouderen. Emi Kiyota – zelf Japanse - woont al jaren in de Verenigde Staten. Ze was afgelopen week voor het eerst na de tsunami in het rampgebied. Ze kwam om samen met ouderen een Ibasho café te ontwikkelen, mogelijk gemaakt door een donatie van OperationUSA. OperationUSA wilde iets voor de ouderen in het rampgebied betekenen.
Emi Kiyota wist ze te overtuigen niet iets vóór, maar iets mét en ván ouderen te ontwikkelen. Geheel volgens de filosofie van de not-for-profit organisatie Ibasho die Emi naast haar betaalde baan oprichtte.

Embracing imperfectness gracefully
Emi Kiyota pleit voor ruimte voor imperfectie omdat je pas ergens jezelf kunt zijn als er ruimte voor is, als niet alles ingevuld is. Ze nodigt ouderen dan ook uit om vanaf het begin zelf invulling aan een plan te geven. Het is de manier om ‘ruimte te maken en ruimte te laten’ voor de ouderen zoals Hertzberger de gebouwlijke ruimte creërde.

Ouderen hebben net als anderen de behoefte zichzelf te zijn en mee te doen en niet aan de kantlijn te staan. “We zouden een café moeten maken waar ouderen de thee serveren in plaats van bediend te worden. We willen nuttig zijn, iets voor anderen betekenen.” zeggen Japanse ouderen. Als we een plek creëren waar onze grootmoeders het gevoel hebben bediend te worden, dan komen ze niet, dan blijven ze in hun tijdelijke huisvesting zonder met anderen in contact te komen.

Ibasho: een plek om jezelf te zijn
Een Ibasho café is een café ván ouderen: vorm gegeven door ouderen en als coöperatie gerund door ouderen. Het versterkt hun gevoel van eigenwaarde. Een café waar iedereen van alle leeftijden welkom is voor een kop koffie of thee en wellicht iets te eten. Een café waar ouderen en anderen zichzelf kunnen zijn.

Het café in Japan wordt het eerste Ibasho café ter wereld. Hopelijk volgen er meer, veel meer. Het idee is dat de coöperatie een percentage reserveert om volgende Ibasho cafés mogelijk te maken. Zeg nou zelf hoeveel geld is er nou nodig om een Ibasho café in bijvoorbeeld Ethiopië op te zetten? Een Ibasho café ergens in Nederland lijkt me net zo geweldig. Wij hebben de donaties van de anderen niet nodig, maar de inspiratie deel ik graag.

Emi Kiyota spreekt 20 maart 2012 in Nederland bij de lancering van het boek “Design for Aging’. Meer hierover binnenkort op www.kcwz.nl
Volg het Ibasho café in Japan via http://ibashoblog.wordpress.com/
Vragen over Ibasho café kunt u stellen via m.wijnties@kcwz.nl

Door Monique Wijnties, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Het realiseren van wonen en zorg juist als ook intensieve zorg nodig is, is de rode draad in haar werk bij het Kenniscentrum. Haar aandachtsgebieden zijn: het ontwerpprogramma 'Zorg in Woningen', kleinschalig groepswonen, healing environment, zorghotels en eerder ook het tweedelijnszorgcentrum.

vrijdag 1 april 2011

Ach, de buurt vangt het wel op

Er zijn grenzen aan wat de buurt kan en wil opvangen. Dat was een belangrijke opmerking die ik hoorde op de bijeenkomst Wonen in een Buurgemeenschap van 25 maart. De bijeenkomst van de SEV ging in op het boeiende experiment Bloemrijk in Krimpen aan den IJssel. ‘Dit project is zo bijzonder, omdat het zo gewoon is’, aldus Jeroen Singelenberg van de SEV. Wat het experiment zo bijzonder maakt is dat de bewoners streven naar een buurgemeenschap. Dus een buurt waar mensen elkaar kennen, elkaar helpen en samen activiteiten ondernemen.

Het burenproject Bloemrijk is nog niet voltooid. De eerste 71 woningen en een ontmoetingsruimte zijn al gereed en de andere 116 woningen volgen dit jaar. Toch is er al een evaluatie verricht van dit initiatief door woningcorporatie Qua Wonen en Zorgberaad Midden-Holland. Uit de evaluatie blijkt dat er regelmatig leuke activiteiten zijn in de ontmoetingsruimte. Ook blijkt de buurtcoach van onschatbare waarde te zijn. De corporatie en de gemeente financieren samen deze functionaris. De buurtcoach is in dienst van een welzijnsorganisatie. De coach ondersteunt bewonersinitiatieven en helpt bij het invullen van het onderling dienstbetoon en onderhoudt contacten met andere relevante organisaties. Dat onderlinge dienstbetoon, ofwel burenhulp, moet nog van de grond komen. Het wachten was op een website met speciaal voor het project ontwikkelde programma’s.

Buurovereenkomst
Bewoners tekenen niet alleen een huurovereenkomst als ze er komen wonen, maar ook een buurovereenkomst. Daarin staat omschreven dat zij zich een aantal uren per week inzetten voor de buurt. Uit de evaluatie blijkt dat de bewoners de overeenkomst van harte onderschrijven. Bijna de helft van de bewoners geeft aan meer contact te hebben met de buren dan in hun vorige woonsituatie. Nagenoeg veertig procent van de geïnterviewden zegt dat mensen in Bloemrijk meer voor elkaar over hebben dan in een gewone buurt. Op informele wijze is er al vrij veel onderlinge burenhulp. Meer dan de helft van de bewoners heeft al hulp geboden en hulp gekregen van de buren.

Als straks de website werkt, de formele opzet van onderling dienstbetoon, zeggen de nog niet actieve bewoner zich in te willen zetten. Eén bewoner, ook aanwezig op de bijeenkomst geeft het volgende hierbij aan: ‘Ik vraag me af of het goed blijft werken als we het formeel gaan organiseren. Nu doen we het gewoon voor elkaar en dat is juist zo leuk.’

Geen draagvlak = no-go
De betrokken corporatie Qua Wonen en het zorgberaad Midden-Holland pakken het project met enthousiasme en bevlogenheid aan. Zij hameren er terecht op dat het essentieel is om voldoende draagvlak te creëren. Geen draagvlak = no-go. Het traject moet je ook de tijd te gunnen. Ze vertellen dat het ‘loslaten’ en het initiatief bij de bewoners laten niet eenvoudig, maar erg nodig is. Zij lijken daarin goed te slagen. Wat dat betreft denk ik dat Bloemrijk kansrijk en succesvol zal zijn. Ik vraag me wel af hoe ver de rek gaat in de burenhulp.  Wat kan en wil een buurt opvangen? Waar liggen de grenzen? Kun je die vooraf wel benoemen? En help je het om zeep als je het op formele wijze gaat organiseren? Mikken we niet teveel op de draagkracht van een buurt? Ach, de buurt vangt het wel op! Maar hoeveel kan en wil een buurt hebben?

Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.