donderdag 30 augustus 2012

De Zin van het Zintuig

Foto: Peter Dedecker Flickr.com
Op de Placa Reial in Barcelona met zijn fontein, straatlantaarns van Gaudi en wuivende palmbomen, was het gezellig druk. Alle tapas restaurantjes liepen vol, maar bij één restaurant, Les Quinze Nits, begon zich al vlot een rij wachtende mensen te vormen. Wat was daar het culinaire geheim? Was het de frisheid van de gazpacho, de nootachtige smaak van de jamon iberico, de knoflook saus bij de gamba’s of waren het de met tonijn gevulde piquillo pepertjes? Zonder mijn gebrekkige Spaans vroeg ik een willekeurige wachtende ‘Please, can you tell me, why are you waiting in this queue?’. Het antwoord was zowel amusant als verrassend ‘Well, everyone is waiting here in this queue, so, I’m waiting here too’. Ook een tweede wachtende gaf toe in de rij te staan, alleen om de reden dat andere mensen dat ook deden. Het wachten had dus niets te maken met hun persoonlijke keuze voor het restaurant. Als kuddedieren gaan we dus in de rij staan zonder te weten waarvoor en we vertrouwen voor het ware zintuiglijke genot het smaakzintuig van anderen.
Het opmerkelijke is dat we dat ook met onze huisvesting doen. We nemen zelf niet de tijd om te voelen, te luisteren, te kijken, te betasten….maar vragen direct aan een architect, een adviseur, een inrichter, een stoelenleverancier, een kleurspecialist, een geurdeskundige, een kurkfabrikant of desnoods een futuroloog wat te doen. En zij doen dan al of niet gewapend met bouwbesluit en wat NEN’s een (God zegen de) greep uit hun pakketje aangeleerde tools waarna de arme gebouwgebruikers vervolgens gemiddeld 15 jaar kunnen gaan ‘nagenieten’ al of niet met oordopjes, zonnebril of tranquillizers. 
En dat alles gebeurt terwijl elk mens, ook u en ik, is toegerust met een sensorisch hoogstandje van een verfijnd en ultiem uitgebalanceerd zintuigstelsel dat op een zuivere manier de weg toont in het labyrint van huisvestingskeuzes. Een zintuigstelsel bovendien dat zodanig is ingericht dat het ons ondersteunt in onze eigen ontwikkeling. Het enige wat we moeten doen is zelf de ogen te openen, te luisteren en te voelen. Die zintuigen kunnen we uitstekend gaan benutten om de best passende werk- en leefomgeving te kunnen aansturen.

Op 9 oktober 2012 organiseert het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg een bijeenkomst waar een methode uit de doeken wordt gedaan hoe we met onze zintuiglijke informatie kunnen sturen op een omgeving die bij ons past. Een breder beeld zal worden geschetst wat onze zintuigen exact te vertellen hebben, niet als losse op zich zelf staande informatiebronnen, maar in hun onderlinge samenhang waarbij wordt gefocust op de Zin van het zintuig. We leren daar begrijpen waarom bepaalde plekken in onze omgeving prettig aanvoelen en waarom bijvoorbeeld bepaalde werkplekken of zitjes in gebouwen altijd leeg zijn. U krijgt er ook nog een aardig boekje bij. Wie weet, tot ziens!

Meer weten?


Iris Bakker (Levenswerken) is onderzoeker aan de TU Delft en verrichtte samen met Jan de Boon (de Werkplaats gsb) jarenlang onderzoek naar de werking van de zintuigen en de mogelijkheden om via het vormgeven van de omgeving te sturen op de ervaring die de omgeving biedt. De door hen ontwikkelde methode is samen met een aantal zorgorganisaties en het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg uitgewerkt en zodanig vertaald naar de praktijk dat het breed toepasbaar is. In het boek 'Zorg voor mens en omgeving: Het zintuig als maatstaf' staan visies en achtergronden beschreven en wordt de methode aan de hand van een aantal stappen nader toegelicht.

maandag 27 augustus 2012

WijkWegenWacht helpt mensen op weg

Eigen verantwoordelijkheid. Je leest en hoort het overal. We moeten (weer) meer onze verantwoordelijkheid nemen. Zowel in de zorg voor elkaar, voor familie als voor onszelf. Corporatie Woonwaard experimenteert met andere instellingen uit het maatschappelijk middenveld en wijkbewoners met een project waarbij niet alleen burgers maar ook professionals hun verantwoordelijkheid nemen. ‘Vooral in aandachtswijken is de hoeveelheid hulpverlenende instanties groot’, aldus Monique ter Berg, beleidsadviseur bij woningcorporatie Woonwaard. ‘Wie is er dan verantwoordelijk voor wat? Hoe kunnen we effectiever en efficiënter werken dan de enorme buurt- en zorgnetwerken? Vroeger was het overzichtelijk: je had het schoolhoofd, de dokter en de pastoor. Zij werden aangesproken op hun kennis, ervaring en verantwoordelijkheid.’

Signaleringsfunctie
Foto: Chris PennartsWoonwaard kwam op het idee om in diverse wijken een beperkt aantal organisaties te vragen om samen met bewoners verantwoordelijkheid te nemen voor de signaleringsfunctie. De corporatie nam het initiatief tot een project, dat als werktitel de WijkWegenWacht heeft, om mensen op weg te helpen. Organisaties uit het maatschappelijk middenveld die in een wijk het meest te zoeken hebben, vormen het wegenwachtteam. In de ene wijk kunnen dat een wijkagent, corporatie en GGZ-instelling zijn, in de andere wijk een thuiszorginstelling, welzijnsinstelling en wijkagent.

Deze 'frontlinie' neemt de verantwoordelijkheid - binnen het gewone werk - om samen met de bewoners de ogen, oren, voeten en handen van de wijk te zijn. ‘Je slaat daarmee twee vliegen in één klap. Voor bewoners is duidelijk op welke organisatie(s) er een beroep gedaan kan worden maar ook voor de organisaties zelf is helder welke rol ze hebben: in de frontlinie of in het backoffice’, aldus ter Berg.

Hoopgevend initiatief
Foto: Chris Pennarts
In Heerhugowaard is samenwerking met de gemeente een pilot van start gegaan en nu begint de Noord-Hollandse corporatie ook in Alkmaar. In iedere wijk is de samenstelling van bewoners en problematiek anders, dus is het belangrijk te kijken wat de meest logische partners zijn in die wijk. In een sterk vergrijzende omgeving zijn andere organisaties aan zet dan op een plek waar de werkeloosheid hoog is.

Monique ter Berg verwacht niet dat het aantal burgers dat zich tijdelijk of langdurig niet alleen redt, afneemt. Zij signaleert onder andere meer thuiswonende mensen met dementie. De bezuinigingen in de GGZ en maatschappelijke opvang zal leiden tot een grotere druk op de leefklimaat in de wijk. Voor de kwetsbare burgers is het belangrijk dat er een vangnet gevormd wordt, door familie, kennissen, buurtbewoners en zo nodig professionele hulpverleners. De WijkWegenWacht is om die reden een hoopgevend initiatief.

Burgerinitiatieven
Ook burgers hebben mooie initiatieven. Op diverse gebieden. Zo begon een burger een online marktplaats rond eten: via de website www.thuisafgehaald.nl kunnen mensen zien wie er kookt in de buurt en het eten wil delen. En het initiatief ‘urban farming’ van ‘stadsboeren’ in Amsterdam-West om met buurtbewoners in biologische aarde tuintjes te onderhouden op nog niet gebruikte bouwgrond. Van een heel andere orde dan de WijkWegenWacht, maar de diverse initiatieven laten zien dat verantwoordelijkheid genomen wordt, door burgers, door ondernemers, door professionals.

Meer weten?


Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.

maandag 30 juli 2012

Meer dan een mooi woord voor Scrabble: Woonzorgindicatieadviseur

Het aantal verzorgingshuisplaatsen daalt de komende jaren. Wat gebeurt er met de mensen die (nog) niet in aanmerking komen voor het verpleeghuis, maar ook niet zelfstandig kunnen blijven wonen? Soms kom je dan ineens mooie ontwikkelingen tegen die een stukje van het antwoord geven. Bijvoorbeeld: de woonzorgindicatieadviseur. Woningcorporaties Woonservice Meander, Woonlinie en Woningstichting Land van Altena werken samen in een woonruimteverdelingssysteem. In de dorpen waar deze corporaties werkzaam zijn, worden bepaalde woningen gelabeld als ‘woonzorgwoning’. De woningen variëren van aanleunwoningen tot woonzorgcentra. De woonzorgindicatieadviseur begeleidt mensen die in aanmerking komen voor deze woningen van aanvraag tot acceptatie van de woning.

Meedenken
Foto Willem Mes PhotographyTrudy Roubos is woonzorgindicatieadviseur. Zij blijkt een hartelijke en doorgewinterde oud-wijkverpleegkundige, in dienst van welzijnsorganisatie Trema. Jarenlang werkte zij in de wijk en bezocht en ondersteunde er heel wat gezinnen. Nu doet zij dat nog steeds, maar dan als woonzorgindicatieadviseur. Zij verzorgt een woonzorgindicatie voor deze mensen en kijkt samen met hen naar de woonwens. Ze helpt met het formuleren van die woonwens en blijft ook daarna in contact met hen.

Door haar brede blik, haar grote ervaring, kijkt Trudy naar het totaalplaatje. ‘Als op een derde verdieping een 81-jarige oudere met reuma denkt dat een aanvraag voor een traplift voldoende is, dan kijk ik samen met de bewoner of dat inderdaad de meest geschikte oplossing is gezien haar toekomst met beroep op zorg. Vaak blijkt verhuizen naar een woonzorgcomplex een betere oplossing voor de specifieke zorgvraag van deze oudere. En soms merk ik dat mensen wel een andere woning willen, maar dat verhuizen het werkelijke probleem niet oplost.’

Foto Chris PennartsWonen op maat
Trudy geeft mensen een woonzorgindicatie als zij met de bewoner tot de conclusie komt dat verhuizen naar een woonzorgcomplex passend is. Voordeel van deze werkwijze voor de corporatie is dat de juiste mensen op de juiste plekken wonen. Zorgorganisaties kunnen zorg geconcentreerd aanbieden en bewoners wonen in een toegankelijke woning met passende voorzieningen en activiteiten in hun omgeving. Trudy hoort en ziet veel en merkt veranderingen die plaatsvinden in de samenleving als geen ander op. Zo signaleert zij dat het aantal mensen met een psychische beperking die thuis wonen toeneemt, door strengere wet- en regelgeving. Zo werd zij door een vrouw gebeld die zich zorgen maakte om haar broer. Met wat uitzoekwerk en het inschakelen van haar contacten kon de man naar het wooncomplex verhuizen, mét begeleiding.

Jantje-mooi-weer
‘Er zijn veel meer mensen met een psychische beperking dan je denkt. Vooral in de leeftijd van 50 tot 70 jaar. De zogenoemde ‘Jantje-mooi-weer-types’. Dat zijn mensen die altijd roepen: ‘ lekker weertje he?’ Maar die eigenlijk weinig zelfredzaam zijn, terwijl dat niet echt opvalt. In die tijd dat zij jonger waren, werden er niet veel diagnoses gesteld als tegenwoordig wel het geval is. Nu zorgen nóg oudere ouders voor deze mensen, of een broer of zus. Maar dat houdt op als de ouders overlijden en de andere familieleden hulpbehoevend worden. Ik merk dat deze groep groeit en wat zwervend is.’

Ook treft Trudy steeds meer mensen met beginnende of zelfs gevorderde dementie die thuis wonen. Die helpt zij op weg naar de juiste voorzieningen of verwijst ze door naar dementie-consulenten. Een woonzorgindicatieadviseur vult niet de gaten die er in het aanbod zijn, maar kan er wel voor zorgen dat mensen een passende woning vinden, de juiste voorzieningen krijgen. De adviseur kan mensen informeren en op weg helpen. Dat is nu hard nodig. Om te voorkomen dat mensen tussen wal en schip raken.
Meer weten?


Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.

woensdag 6 juni 2012

Zoen- en zoefstroken brengen jong en oud in beweging

'Leuk, we gaan zaterdag naar oma!', juichte een meisje uit mijn straat. Zij is net tien geworden. 'Dan ga ik daar eerst even op de computer want oma geeft zo'n gaaf spel. Daarna met oma voetbal kijken. Maar ook nog even samen rennen in het park.' Kijk, dat vind ik nu bemoedigende opmerkingen. Zeker in het EU jaar waarin 'Active Ageing and Intergenerational Solidarity' centraal staat. Op de Corporatiedag van Aedes, vereniging van woningcorporaties, woonde ik een workshop over sport en bewegen bij.

Buurten in beweging
Het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) probeert buurten letterlijk en figuurlijk in beweging te krijgen. De medewerkers van het NISB zien sport en bewegen als instrumenten om maatschappelijk urgente problemen als eenzaamheid, onveiligheid en integratie aan te pakken. Zij geloven dat sport en bewegen bijdragen aan de verbetering van leefbaarheid in de buurt. Ik geloof dat het generaties bij elkaar kan brengen. Met name kinderen en ouderen zijn vaak in hun eigen buurt actief. Speeltoestellen kunnen door jong en oud benut worden. Het NISB heeft een programma met sportcoaches. Jongeren krijgen een opleiding tot sportcoach en organiseren activiteiten in de buurt. De resultaten van dit project zijn positief. Er is minder schooluitval, minder overlast in de buurt door jongeren en het bevordert een gezonde leefstijl. 

Brede stoepen en voldoende bankjes
Verder kwam tijdens de sessie ook BVO aan bod en daarvan werd ik zo mogelijk nog enthousiaster: Beweeg Vriendelijke Omgevingen! Hoe kun je wijken zodanig inrichten dat zij uitnodigen om te bewegen? Een brede stoep waar veel zon komt, heeft al een gunstig effect. Kinderen gaan daar namelijk vaker spelen. Ouderen bewegen meer als zij weten dat er voldoende bankjes zijn om uit te rusten. Vanzelfsprekend is een schone, toegankelijke en groene omgeving ook prettig om in actie te komen. Een beetje speelse uitdaging kan ook helpen: in Stockholm zijn de trappen van het metrostation omgevormd tot pianotoetsen. Met geluid! De roltrap heeft daar het nakijken want jong en oud neemt de pianotrap.

NISB/Jan Schartman
Zoenen en zoeven in Enschede
Dichter bij huis zijn ook inspirerende voorbeelden te vinden, zoals in de Enschedese wijk Roombeek. Daar is een zoen- en zoefstrook nabij een school gemaakt. Voor en na school kunnen ouders hun kinderen afzetten en daarna is deze strook 'gewoon' een atletiekbaan. Daar rennen en spelen de kinderen volop. In deze wijk is er voor gezorgd dat kinderen veilig naar school kunnen lopen. Verder is de wijk zodanig ingericht dat het met de fiets makkelijker en sneller gaat om ergens te komen dan met de auto.

Beweegtuin
NISB/Colijn van Noort
Er zijn veel speelmogelijkheden voor alle leeftijden. Maar soms is het fijn om mensen een duw in de rug te geven: in Bennekom gaat een fysiotherapeut met ouderen aan de slag in een beweegtuin voor ouderen. In de beweegtuin staan speel- en sporttoestellen die voor ouderen prettig zijn. Daarna wordt er gezamenlijk koffie gedronken. Het sociale aspect is zeker niet onbelangrijk. Individueel gaan ouderen niet zo snel aan de toestellen bungelen, blijkt uit de praktijk. Of er moet een kleinkind meegaan, zoals het meisje uit mijn straat.

Rol WWZ-organisaties?
Hebben corporaties en zorg- en welzijnsorganisaties hier een rol in? Als er al aanbod is, dan is het niet handig iets nieuws te beginnen. Maar aanbieders kunnen kijken waar verbinding mogelijk is, zodat afstemming en zichtbaarheid plaatsvindt. Sportclubs kunnen bijvoorbeeld aanbod ontwikkelen op braakliggend terrein! Gemeenten en aanbieders van wonen, zorg en welzijn kunnen allianties aangaan met sportaanbieders. Daar liggen kansen. En geld! Door een subsidiemaatregel in het kader van het programma Sportimpuls kunnen partijen in samenwerking met sportaanbieders financiële ondersteuning krijgen bij diverse programma's. Een mooie kans, lijkt me in deze financieel krappe tijden.

Braakliggend terrein 
In de workshop geven deelnemers aan dat zij niet zo snel gedacht hebben aan sport en bewegen als instrument. Een deelneemster van een corporatie uit Almelo zegt dat zij kansen ziet, omdat er veel braakliggend terrein is in haar stad en sporten en bewegen kan helpen het imago van een buurt op te poetsen. Andere deelnemers hoor ik geanimeerd praten over die zoen- en zoefstrook. Dat is toch uitnodigend voor jong en oud? Misschien roepen kinderen dan voortaan: 'Joepie, we gaan naar oma! Even zoenen en zoeven bij haar in de buurt!'

Meer weten?
  • Op de bijeenkomst Lokale kracht op 5 september geeft het NISB een workshop over 'beweegvriendelijke wijken'. Ook is er aandacht voor het programma 'Meer Bewegen voor Ouderen' van de ouderenbonden.
  • Het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg komt na de zomer met een overzicht van voorbeelden van projecten die sport en bewegen en wonen samenbrengen. 

Door: Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten. 


donderdag 19 april 2012

Wat doe jij voor de maatschappij?

‘Het is hoog tijd om sociale dienstplicht voor ouderen in te stellen’. Deze gewaagde uitspraak viel tijdens het boeiende debat dat ActiZ vorige week organiseerde in het kader van de veelzeggende campagne ‘Het nieuwe ouder worden’. Een senior, actief bij de landelijke ouderenbonden, pleitte tijdens dit debat voor het verplichten van ouderen zich in te zetten voor de maatschappij. Dat zette me aan het denken. Is dat een oplossing voor de verschraling van de zorg? Voor het toenemend aantal kwetsbare burgers? Dat aantal lijkt te gaan groeien, juist door die verschraling, de beleidsveranderingen. In de krant staan de laatste tijd meer berichten van acties door gemeenten om ook wat van burgers terug te verlangen…

Nu is het zeker waar dat er de komende jaren veel handen nodig zijn, zowel aan het bed als ervoor. Denk aan het begeleiden van ouderen naar allerlei activiteiten, het gezelschap houden van mensen, op pad gaan met mensen met beperkingen. Het aantal ouderen groeit, er dreigt personeelstekort en door het verschralen van met name welzijnsvoorzieningen vallen mensen tussen wal en het schip. Juist de groep die nu gebruik maakt van voorzieningen die wegbezuinigd worden - mensen met een psychische beperking en mensen die het net (niet) redden - wordt het hardst geraakt. Zij zouden gebaat kunnen zijn bij vrijwilligers die hen bijstaan, waar nodig met professionele ondersteuning.

Actieve ouderen
Zou het helpen om mensen te verplichten zich in te zetten? Doen juist de ouderen al niet ongelooflijk veel, al dan niet in georganiseerd verband? Via de kerk, via verenigingen of in familieverband zijn er veel actieve ouderen. Even op de kleinkinderen passen, vaak structureel, soms incidenteel. Even een boodschap voor de buurvrouw of op ziekenbezoek bij kennissen. Dat gebeurt echt heel veel. Gelukkig!

Bij de ouderenbonden zijn veel actieve vrijwilligers die bewonderenswaardig veel uren in hun werk stoppen. Zo heb ik regelmatig contact met een actief ouder echtpaar, mijnheer en mevrouw Hartogs. Ze zijn actief bij de Sesam academie, zitten in cliëntenraden en participeren in werkgroepen van ouderenbonden en wijkoverleggen. Fascinerend en bewonderenswaardig. Ze gaan jaarlijks op vakantie met een dementerende schoonzus om diens partner te ontlasten. Daarnaast gaan ze regelmatig zelf een weekend weg, bezoeken kunsttentoonstellingen en waren ook aanwezig bij het ActiZ debat. Zoals zij hun leven inrichten, vind ik echt prachtig. Het past bij hen. Zo zie ik het mezelf ook doen, idealiter. Maar het is niet voor ieder weggelegd.

De juiste aanpak
Het daadwerkelijk verplichten van ouderen zich in te zetten lijkt mij wat ver gaan. Maar ik denk dat meer ouderen zich kunnen inzetten. Ik ben er van overtuigd dat als je mensen – jong en oud, met en zonder beperking - aanspreekt op hun talenten, kennis en kwaliteiten, zij zich zeker willen inspannen. Meer dan nu gebeurt. Er zijn soms wat belemmeringen om te participeren, variërend van het ontbreken van financiën tot allerhande vaardigheden. En nog vaker: doordat mensen niet gevraagd zijn. Die belemmeringen zijn vaak op te lossen met de juiste aanpak.

Wat houdt die aanpak in? Nou, dat is vaak vrij eenvoudig: als organisaties aansluiten bij wat mensen kunnen en willen, dan zijn er genoeg vrijwilligers te vinden. Binnen zorgorganisaties kunnen familie, vrienden en buren ook goed meehelpen, als er duidelijke en open afspraken zijn met professionals. En goede communicatie over verwachtingen over en weer!

Goed voorbeeld doet goed volgen
Buiten de zorgorganisaties is ook veel mogelijk. Daar zijn talloze voorbeelden van, zoals het project in ‘Buren voor Buren’ in Pendrecht en het project ‘Welzijn op recept’ in Nieuwegein (overigens staan dergelijke voorbeelden ook centraal tijdens de bijeenkomst Lokale kracht; power in wonen, welzijn en zorg van het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg op 7 juni). Goed vrijwilligersbeleid is essentieel, maar ook: bekendheid geven aan aansprekende lokale initiatieven, mensen uitdagen en aanspreken op hun talenten, aansluiten bij wensen van de moderne ‘flex’vrijwilligers. Ook zal het gezegde ‘goed voorbeeld doet goed volgen’ gaan gelden. Het lijkt nu al hip te worden: mensen praten al vaker met elkaar over hun bijdrage aan de samenleving. Ik hoor dit steeds vaker in de trein. Gesprekken in de trant van ‘wat doe jij eigenlijk voor de maatschappij?’. Hoe meer je doet, hoe hipper, zo lijkt het wel.

Nu de noodzaak groter wordt en mensen zich meer inzetten, is het meer gemeengoed aan het worden. Dan is verplichting niet meer nodig… En toch is en blijft het, los van het feit dat vrijwilligers nu en in de toekomst hard nodig zijn, óók zaak te investeren in het vinden van voldoende en gekwalificeerde professionele zorg. Want lijfelijke zorg bijvoorbeeld, dat is voor de meeste mensen het prettigst als dat door professionals wordt geboden en niet door vrijwilligers. De vraag hoe het prachtberoep van professioneel zorgverlener weer aantrekkelijker wordt, heeft mijns inziens nóg meer prioriteit dan de vraag of sociale dienstplicht voor ouderen ingevoerd moet worden.


Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.

vrijdag 16 maart 2012

Cohousing, Europese revival van een sociaal sterk concept

Internationale aandacht voor gemeenschappelijk wonen

Op uitnodiging mocht ik als gastspreker in het weekend van 11 maart 2012 een internationale conferentie in Tours bijwonen over “self-managed cohousing”. In goed Nederlands: gemeenschappelijk wonen in zelfbeheer. Lidewij Tummers, een Rotterdamse architecte die verbonden is aan de TU Delft en al jaren zeer begaan met dit onderwerp, kreeg als gastonderzoeker bij de Universiteiten van Tours en Orléans de kans om kennis over dit thema uit heel Europa bijeen te brengen. En dat deed ze.

Cohousend Europa
In het kader van Le Studium en haar betrokkenheid bij alternatieve manieren van omgaan met vastgoed trof heel cohousend Europa elkaar. Van Luc Jonckheere uit België tot Marta Corubolo uit Italië en Michael Lafond uit Berlijn. Een speciaal onderdeel van het programma was gereserveerd voor Adri Duivesteijn en Jaccqueline Tellinga die het verhaal van het Homeruskwartier in Almere kwamen vertellen.

De conferentie vond plaats in het oude Hotel de Ville van Tours, een fenomenaal gebouw dat de conferentie een grandeur verleende dat voor Nederlandse begrippen ongekend was.
Wat zeer frappant bleek te zijn, was dat het Lidewij gelukt is om in het hart van Frankrijk een conferentie in het Engels te organiseren. Iets dat voor Franse begrippen uniek is. Voor een aantal Fransen bleek het helaas ook onverteerbaar en was het een reden om weg te blijven.

Revival van cohousing
De conferentie kende een programma met boeiende presentaties van mensen die dicht op de dagelijkse praktijk van cohousing zitten tot puur wetenschappelijke studies en boekpresentaties. De sprekers waren het roerend met elkaar eens dat er sprake is van een “revival”. Cohousing ademt voor velen nog de sfeer van de jaren tachtig en dat geldt voor de meeste Europese landen.

Groeiende belangstelling voor gemeenschappelijk wonen
Het gemeenschappelijk wonen kent echter een groeiende belangstelling. In de loop van de negentiger jaren is de belangstelling voor cohousing afgenomen maar sinds een jaar of vijf zit deze woonvorm duidelijk weer in de lift.
Dit signaleert het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg overigens ook. Al in december 2008 organiseerde het kenniscentrum een kenniscafé over dit onderwerp naar aanleiding van het boeiende rapport ‘Gemeenschappelijk wonen op leeftijd’ van Verwey-Jonker Instituut.
Dit jaar gaat het Kenniscentrum ook activiteiten rond dit thema ontwikkelen en dat lijkt me gezien de groeiende interesse in binnen- en buitenland een goede zaak.

Met gebouwde omgeving sociaal gedrag beïnvloeden
De toenemende aandacht blijkt regelmatig in de media maar zoals op deze conferentie bleek, wordt tegenwoordig ook erg veel onderzoek naar cohousing gepleegd. Wat voor velen erg boeiend is, zijn de mogelijkheden van cohousing om invloed uit te oefenen op het sociale gedrag van de bewoners. Kan de gebouwde omgeving zó ontworpen worden dat deze een positieve uitwerking heeft op het sociale gedrag van de mens? En hoe organiseer je het proces van de totstandkoming van huisvestingsprojecten?

Annet Ritsema sprak over de “intermediate size” om aan te geven dat de schaal van projecten wezenlijk is op het welzijn van de bewoner. Voor professor Yves Cabannes (University College London) ligt de sleutel in de coöperatieve aanpak door bewoners zelf.

Toenemend individualisme
Over de reden van de revival, en daarmee de relevantie van het onderwerp, werd veel gesproken. Wellicht is het een reactie op het toenemende individualisme in de laatste decennia. Maar het kan ook te maken hebben met de elkaar opvolgende crises of de verrechtsing in Europa. Duidelijk was wel dat er volop positieve kansen in cohousing schuilen en er een enorme potentie voor deze woonvormen bestaat.

De tweedaagse conferentie heeft veel nieuwe inzichten opgeleverd. Cohousing komt het meest voor in Duitsland, Denemarken en Nederland. Daar hebben we het over duizenden projecten. In België en Zweden komen enkele honderden projecten voor. In Frankrijk gaat het slechts om tientallen. En in landen als Noorwegen is het daarentegen vrijwel onbekend.

30% Europese bevolking interesse in cohousing
Uit onderzoek blijkt ook dat in bijna alle Europese landen zo´n 30% van de bevolking interesse heeft in cohousing. Een positieve uitzondering daarin is Italië waar meer dan de helft voorstander is van deze woonvorm. Toch woont op dit moment slechts 0,3% van alle mensen in een gemeenschappelijke woonvorm.

Uit de internationale contacten blijkt ook dat er veel begripsverwarring bestaat over cohousing. Cohousing in België is iets anders dan cohousing in Duitsland, Nederland of Engeland. Habitat groupé, Centraal wonen, Mietkasernen, allemaal begrippen die vormen van Cohousing kunnen zijn. Maar dat niet voor iedereen zijn.
Ik dacht, laat ik voor 1 keer de wijste zijn. En nu eens een keer niet met het eigen concept "Karakterpanden" voor de dag komen. Dat doe ik een volgende keer wel weer.
Bernard Smits

PS. Lees ook de tekst van mijn bijdrage op de conferentie

Bernard Smits is directeur van de Woningbouwvereniging Gelderland (WBVG). Kenmerkend voor de panden van deze kleine woningbouwvereniging is de grote mate van zelfbeheer en betrokkenheid. De WBVG bezit uitsluitend projecten gemeenschappelijke wonen en heeft bijzondere aandacht voor de sociale component: gezamenlijke activiteiten en zorg voor elkaar.



maandag 5 maart 2012

Welzijn op recept


"We zitten in een sociale spagaat", aldus Dennis Duiker, directeur van Movactor, een bijzonder goed functionerende welzijnsorganisatie, actief in Nieuwegein en Woerden. Hij bedoelt hiermee dat we langer doorwerken, maar tegelijkertijd ook meer zorg bieden. Althans, dat zijn de verwachtingen gezien de toekomst waarin er meer ouderen komen, minder personeel beschikbaar is en bestaande regelingen versoberen. Duiker heeft een aansprekende visie om niet uit te scheuren bij deze spagaat. Het gaat erom dat we individu en samenleving motiveren en toerusten. Hij ziet drie oplossingen om mensen toe te rusten iets voor elkaar te betekenen én het mentaal vermogen van mensen te versterken. 

Sociaal contact bevordert ons welzijn.
Foto: Chris Pennarts
Sociale verkeerspleinen
Als eerste wil hij meer ‘sociale verkeerspleinen’ in de wijk creëren. Plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, waar mensen gastvrij ontvangen worden. In het restaurant Fair’s gesitueerd in het stadhuis van Nieuwegein werkt vriendelijk personeel. Van groot belang en behoort tot de dimensie ‘toegankelijkheid’. Dat wordt nog wel eens onderschat! 

Gelegenheid bieden voor inzet
Ten tweede is het belangrijk om mensen de gelegenheid te bieden zich in te zetten (‘gelegenheid’ bieden) en te ondersteunen (‘capaciteit’). Je moet in twee opzichten dus ‘kunnen’. De gelegenheid hebben en het kunnen qua capaciteit. Zo kan mevrouw Jansen met Parkinson misschien de kinderen van de heer van der Brink naar school brengen zodat hij zijn buurman kan helpen voordat hij naar zijn werk gaat.

Versterken mentaal vermogen
Ten derde is het versterken van het mentale vermogen van mensen essentieel. Dat is de basis voor maatschappelijke ondersteuning.  Hij baseert zich onder andere op het boek ‘Mentaal vermogen. Investeren in geluk’ van Jan Auke Walburg. Iets betekenen voor een ander, (vrijwilligers)werk, gezond leven en sociaal contact. Duiker meent dat we meer moeten kijken naar kwaliteit van leven, dat we arrangementen bieden en meer verbinding zoeken tussen wonen, zorg en welzijn. Zo kent hij een praktijkvoorbeeld van  een alleenstaande oudere man die dankzij de cursus ‘mannen met pannen’ nu in een nabijgelegen buurthuis voor bezoekers kookt. Terwijl hij na het overlijden van zijn vrouw de eerste jaren geen pan heeft aangeraakt omdat hij dat in zijn leven nog niet eerder had gedaan. Hij slikte pillen tegen van alles en was ‘chemisch gelukkig’.

Welzijn is onderdeel zorg
Het verbinden van deskundigheden in wonen, zorg en welzijn  krijgt in Nieuwegein vorm via de nauwe samenwerking met gezondheidscentrum Roerdomp en EMC Nieuwegein. Dennis Duiker werkt heel nauw samen met Jan Joost Meijs en Karen de Groot van Gezondheidscentrum de Roerdomp en Erik Asbreuk van EMC Nieuwegein. Zij investeren in preventie en menen dat welzijn een essentieel onderdeel is van zorg en lang voor indicatie begint, maar ook daarnaast een grote rol blijft spelen. Misschien wel de grootste.
 
Behoefte aan contact en zingeving
De huisartsen merkten dat zeker een derde van hun patiënten met ‘vage’ klachten op het spreekuur kwamen, waarbij duidelijk was dat zij behoefte hebben aan contact en aan zingeving. Het idee om de banden met welzijnsorganisatie aan te halen was geboren. Met deze methode gaan mensen die bij de huisarts komen met psychosociale klachten meedoen aan welzijnsactiviteiten zoals bewegen, creatieve activiteiten of met elkaar koken en eten. De huisarts verwijst dus door naar deze activiteiten. Mensen maken dan zelf een keuze uit een welzijnsarrangement. En verhogen uiteindelijk zelf hun welbevinden. 

Methode Welzijn op recept
De methode ‘Welzijn op recept’ is op basis van dit idee en samen met Jan Walburg ontwikkeld. Er vindt nu onderzoek plaats naar de effecten van deze methode. Eind 2013 is dit onderzoek gereed. Zorg en welzijn zitten helemaal op één lijn in Nieuwegein. Ik meen dat samenwerking met de eerstelijnszorg ook in de rest van Nederland meerwaarde biedt.



Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.




maandag 27 februari 2012

Zo werkt het niet

Eerder deze week haalde ik koffie bij een - voor mij nieuwe - automaat. Voor een collega vulde ik een bekertje cappuccino. Thuis is het maken van een cappuccino een heel karwei omdat er ook melk gekookt en opgeschuimd moet worden. Hier kan een kind de was doen. Twee rijen knopjes en daaronder twee schenktuitjes. Knopje cappuccino ingedrukt, bekertje eronder, even wachten, klaar.

Zo werkt het niet...
Ik koos zelf voor de warme chocolademelk uit het rechter rijtje knopjes. Ik plaatste mijn bekertje onder het rechter tuitje en ging op zoek naar een lepeltje op de kast achter mij. Toen ik mij weer omdraaide zag ik de straal chocolademelk uit het linker tuitje stromen, terwijl mijn bekertje leeg en roerloos onder het rechter tuitje stond te wachten. Ik keek toe, zelf ook roerloos met het lepeltje in mijn handen. Gelukkig was de automaat voorzien van een opvangbak. Daar hadden de ontwerpers (wellicht door schade en schande wijs geworden) dan weer wel aan gedacht.

Te slim af
Later die dag stond ik voor dezelfde automaat voor twee kopjes drinkbouillon. Niet voor één gat te vangen besloot ik de automaat deze keer te slim af te zijn. Ik vulde beide bekertjes met de inhoud van een zakje bouillonpoeder en plaatste onder ieder tuitje een bekertje. Daarna drukte ik in het rechter rijtje op de knop ‘water’ en wachtte. Het water kwam in tegenstelling tot de chocolademelk wél uit het rechter tuitje.
  
Zo werkt het wel...

Pas later zag ik boven het rechter tuitje in het zwarte kunststof een aantal golvende zwarte reliëflijnen. Ik heb het niet verder onderzocht, maar het lijkt erop dat het rechter tuitje alleen water serveert. Maar waarom staan een deel van de keuzes die links geserveerd worden in het rechter rijtje? Omdat beide rijtjes dan evenveel knopjes hebben??? Het oog wil ook wat en zolang je het apparaat niet gebruikt, is er niets aan de hand. Maar als je dat wel doet, is het dweilen met de kraan open.

De mens past zich aan
De hele dag door past een mens zich aan zijn omgeving aan, niet alleen aan koffieautomaten. Ook ons huis heeft allerlei (on)mogelijkheden die je elke dag ervaart. Hoe vaak loopt u door een donkere hal voordat u het lichtknopje bereikt? Nog zo iets. Op een of andere manier zit voor iedereen langer dan anderhalve meter het sleutelgat uit het zicht verborgen onder de greep. Geef mij maar vast een seniorenslot, daarbij zit het sleutelgat tenminste boven de klink!
En wat te denken van spaarlampen die zo traag op gang komen dat je al onder aan de trap ligt voordat de lamp voldoende licht geeft? En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Als woningen beter geschikt zouden zijn, dan zou het leven een stuk makkelijker en aangenamer worden. En dan zouden ook niet zoveel aanpassingen voor ouderen en anderen nodig zijn.

Door Monique Wijnties, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Het realiseren van wonen en zorg juist als ook intensieve zorg nodig is, is de rode draad in haar werk bij het Kenniscentrum. Haar aandachtsgebieden zijn: het ontwerpprogramma 'Zorg in Woningen', kleinschalig groepswonen, healing environment, zorghotels en eerder ook het tweedelijnszorgcentrum.

maandag 20 februari 2012

Ontmoeten in Nederland en Japan

Hoe kun je ontmoetingsgericht bouwen? Deze uitdaging bracht op 16 februari jl. veel mensen naar de bijeenkomst die het Kenniscentrum samen met Coalitie Erbij organiseerde. Anderen ontmoeten is een universele wens. Zo ook in het gebied in Japan dat 11 maanden geleden door de tsunami werd getroffen. Daar wordt nu niet vóór maar dóór ouderen een café opgezet. De naam van het café? Ibasho, Japans voor ‘een plek om jezelf te zijn’. Hopelijk volgen wereldwijd vele Ibasho cafés.

We kunnen de materiële én sociale omgeving zo maken dat die uitnodigt anderen te ontmoeten, maar we kunnen het niet afdwingen. De architect Herman Hertzberger – op 16 februari in een lezing aangehaald - spreekt bij het vormgeven van de gebouwde omgeving van ‘ruimte maken én ruimte laten’. De kunst is de ruimte zo te maken dat die uitnodigt én ruimte laat voor invulling.

Japanse veerkracht 
De wens anderen te ontmoeten is universeel. In Japan leven sinds de tsunami – nu 11 maanden geleden – veel mensen in tijdelijke huisvesting. Een groot gebied dat voor de tsunami vol stond met hoge gebouwen is nog steeds een grote lege vlakte met her en der bergen van schroot.

Enkele gebouwen trotseren de leegte. En de bewoners trotseren de gevolgen van de ramp. Ze hebben alles verloren. Ze hebben elkaar nog én hun veerkracht. Ze zijn blij dat ze zoveel hulp hebben gekregen, maar willen maar wat graag ook zelf weer iets voor elkaar en anderen betekenen.

Ten tijde van de tsunami werkte ik met Emi Kiyota en drie anderen aan een boek met Japanse, Australische, Amerikaanse en Europese voorbeelden van wonen en zorg voor ouderen. Emi Kiyota – zelf Japanse - woont al jaren in de Verenigde Staten. Ze was afgelopen week voor het eerst na de tsunami in het rampgebied. Ze kwam om samen met ouderen een Ibasho café te ontwikkelen, mogelijk gemaakt door een donatie van OperationUSA. OperationUSA wilde iets voor de ouderen in het rampgebied betekenen.
Emi Kiyota wist ze te overtuigen niet iets vóór, maar iets mét en ván ouderen te ontwikkelen. Geheel volgens de filosofie van de not-for-profit organisatie Ibasho die Emi naast haar betaalde baan oprichtte.

Embracing imperfectness gracefully
Emi Kiyota pleit voor ruimte voor imperfectie omdat je pas ergens jezelf kunt zijn als er ruimte voor is, als niet alles ingevuld is. Ze nodigt ouderen dan ook uit om vanaf het begin zelf invulling aan een plan te geven. Het is de manier om ‘ruimte te maken en ruimte te laten’ voor de ouderen zoals Hertzberger de gebouwlijke ruimte creërde.

Ouderen hebben net als anderen de behoefte zichzelf te zijn en mee te doen en niet aan de kantlijn te staan. “We zouden een café moeten maken waar ouderen de thee serveren in plaats van bediend te worden. We willen nuttig zijn, iets voor anderen betekenen.” zeggen Japanse ouderen. Als we een plek creëren waar onze grootmoeders het gevoel hebben bediend te worden, dan komen ze niet, dan blijven ze in hun tijdelijke huisvesting zonder met anderen in contact te komen.

Ibasho: een plek om jezelf te zijn
Een Ibasho café is een café ván ouderen: vorm gegeven door ouderen en als coöperatie gerund door ouderen. Het versterkt hun gevoel van eigenwaarde. Een café waar iedereen van alle leeftijden welkom is voor een kop koffie of thee en wellicht iets te eten. Een café waar ouderen en anderen zichzelf kunnen zijn.

Het café in Japan wordt het eerste Ibasho café ter wereld. Hopelijk volgen er meer, veel meer. Het idee is dat de coöperatie een percentage reserveert om volgende Ibasho cafés mogelijk te maken. Zeg nou zelf hoeveel geld is er nou nodig om een Ibasho café in bijvoorbeeld Ethiopië op te zetten? Een Ibasho café ergens in Nederland lijkt me net zo geweldig. Wij hebben de donaties van de anderen niet nodig, maar de inspiratie deel ik graag.

Emi Kiyota spreekt 20 maart 2012 in Nederland bij de lancering van het boek “Design for Aging’. Meer hierover binnenkort op www.kcwz.nl
Volg het Ibasho café in Japan via http://ibashoblog.wordpress.com/
Vragen over Ibasho café kunt u stellen via m.wijnties@kcwz.nl

Door Monique Wijnties, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Het realiseren van wonen en zorg juist als ook intensieve zorg nodig is, is de rode draad in haar werk bij het Kenniscentrum. Haar aandachtsgebieden zijn: het ontwerpprogramma 'Zorg in Woningen', kleinschalig groepswonen, healing environment, zorghotels en eerder ook het tweedelijnszorgcentrum.

donderdag 16 februari 2012

Age the way you like

Mogen mensen ook kiezen voor ‘inactive ageing? Dat vroeg Professor Thomas Sharf, verbonden aan Irish Centre for Social Gerontology zich af tijdens het congres over active ageing. Dit boeiende congres werd op 9 februari 2012 georganiseerd door tijdschrift Geron en de Hogeschool in Den Haag. En  Sharf had nog een prikkelende vraag: Waarom praten we wel over ‘healthy  ageing’en ‘active ageing’and ‘succesful ageing’ bij ouderen en spreken we niet zo als het andere leeftijdsgroepen betreft? ‘Healthy adolescence’ bijvoorbeeld.

Sharf heeft interessante punten te pakken. Natuurlijk mogen mensen ook kiezen om niet actief ouder te worden. Alleen is het belangrijk dat de voorwaarden om oud te worden zoals mensen het zelf willen er voor iedereen zijn. En dat is nog lang niet het geval. Er zijn heel wat obstakels te vinden, bijvoorbeeld in de infrastructuur. Heel wat ouderen ondervinden hinder bij de mobiliteit: velen bevinden zich halverwege het zebrapad, terwijl het licht alweer op groen springt. Voor de auto’s, wel te verstaan. Hoeveel ouderen drinken urenlang geen glas water, of blijven thuis, omdat zij bang zijn dat ze op weg naar een activiteit geen toilet vinden? Een behoorlijk percentage ouderen zou wel willen deelnemen aan allerhande activiteiten, maar heeft er onvoldoende middelen voor. We zijn nog lang niet voorbereid op ‘active ageing.’ Niet iedereen heeft dezelfde kansen en keuzemogelijkheden. Tinie Kardol, bestuurder van Stichting Mariënstede in Vught en professor Active Ageing aan de Vrije Universiteit Brussel, vertelt op dit congres dat 5 tot 20% van de ouderen in armoede leeft en 30 tot 40% niet mee doet.

Effect van langer doorwerken
Een ander punt dat Kardol aanstipte is dat we het effect van langer doorwerken niet mogen onderschatten. Nu verricht 34% van de 60-plussers mantelzorg. Hij voorspelt dat dit gaat afnemen naarmate mensen langer gaan doorwerken. En dan te bedenken dat jonge vrouwen juist makkelijker aan het werk blijven als hun ouders, de zestigplussers dus, helpen bij het oppassen op de kinderen. Ook merkt hij op dat 63% van de ouderen buren inschakelt voor tijdelijke hulp. Dat percentage gaat omhoog naarmate kinderen verder weg wonen, langer werken. Maar is de buurt daar klaar voor? En zijn de buren aanwezig of zijn zij ook aan het werk?

Maak intergenerationele verbindingen zichtbaar
Het tweede deel van de slogan van het EU jaar: ’intergenerationele solidariteit’ is misschien wel het belangrijkste gedeelte. Uitwisseling van generaties vormt de basis voor iedere samenleving, aldus Fleur Thomése, onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam, tijdens het eerder genoemde congres. Ouderen zorgen voor kennisoverdracht, zorg voor kleinkinderen en kinderen, maar ook voor continuïteit. Zij vormen het collectieve geheugen van de maatschappij. Dit ‘kapitaal’ blijft en het is belangrijk dit te gebruiken. Jongeren kunnen ouderen ook helpen, en kunnen ouderen ook wat leren.

Thomése pleit ervoor om intergenerationele verbindingen sterker en meer zichtbaar te maken. Hoe kan dit? De stichting ‘Get oud’ heeft portretten gemaakt van ouderen terwijl zij gekleed waren in de kleding die past bij het beroep dat de oudere graag had willen worden. Op diverse basisscholen zijn op initiatief van Get oud kinderen ouderen gaan interviewen en kwam het gesprek op gang over beroepen. Ontmoeting tussen generaties blijkt goed te werken. Investeer daarom in  relaties, los van leeftijd en ongeacht welk medium je ervoor gebruikt. Thomas Sharf vindt het EU jaar een prachtig moment om met elkaar te debatteren en: ‘to remind ourselves of the value of the intergenerational contract that underpins our welfare system.’ 
Dus misschien kunnen we dit EU jaar pleiten voor an: age the way you like. En dan kunnen wij er met elkaar, jong en oud, voor zorgen dat iedereen die mogelijkheid ook krijgt.


Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.



EU zet in op active ageing in 2012
Gaat u als corporatie en zorgorganisatie aan de slag met het EU-jaarthema voor 2012 'Active ageing and intergenerational solidarity'? Laat het ons weten! Met deze inventarisatie krijgen we een beeld van de verschillende plannen, kunnen we activiteiten op elkaar afstemmen of verder brengen!

donderdag 26 januari 2012

Op zoek naar ontmoeting in het seniorencomplex


Binnenkort organiseren we als Kenniscentrum (met Coalitie Erbij) een bijeenkomst over wonen en eenzaamheid. We gaan op zoek naar ideeën en voorbeelden van ontmoetingsgericht bouwen. Alvast een voorproefje:

De echo van eenzaamheid
Het onherbergzame atrium
De trend is wel een beetje over maar ze staan er natuurlijk nog volop: woonzorgcomplexen met een atrium. Bedoeld voor ontmoeting maar vooral symbool van het wensdenken van architecten en opdrachtgevers. Want wie gaat er gezellig zitten onder het hoge glazen dak terwijl drie verdiepingen aan voordeuren meekijken? Nee, over het algemeen is het atrium vooral leeg. De keurig gerangschikte stoelen rond de tafeltjes ten spijt. En als je de voordeur uitstapt van je appartement en naar beneden kijkt in het atrium, lacht de eenzaamheid je als het ware tegemoet.

Atrium Akropolis bij kerstviering
Alleen Hans Becker van Humanitas in Rotterdam is er in geslaagd leven te brengen in het atrium door het restaurant van het Akropolis-complex er op aan te laten sluiten.

Brievenbussen met een bankje
Mijn schoonvader gaat zo’n vier keer per dag naar de brievenbussen bij de ingang van het 55+plus complex waar hij woont. Want misschien komt hij dan wel iemand tegen en kan hij even een praatje maken. Het doet mij denken aan de kleine ontmoetingen waar sociologe Talja Blokland een aantal jaar geleden over schreef.

De toevallige ontmoetingen bij de bakker of de bushalte, de terloopse praatjes of alleen een groet waardoor we ons thuis weten in onze omgeving en ons daardoor prettiger en veiliger voelen. Zouden we daar misschien wat meer mee kunnen doen? Een strategisch geplaatst bankje of leestafel zodat het makkelijker wordt om even te blijven hangen en de kans op een onmoeting wordt vergroot.

Terras van voren
Ook een leuk idee zag ik in Leidsche Rijn. De galerij voor de ouderenwoningen is veel breder dan normaal. De bewoners hebben er hun tuinstoelen neergezet en gebruiken de galerij als hun eigen balkon. Dat levert veel kansen op voor ontmoeting en niet onbelangrijk, je kunt er gewoon gaan zitten en wel zien wat er gebeurt. En dat lijkt me een belangrijke voorwaarde als het gaat om maatregelen rond wonen en eenzaamheid. Want niemand krijgt graag het etiket eenzaam opgeplakt. Ontmoeten in seniorencomplexen: het moet wel een beetje vanzelf gaan.

Denk met ons mee op 16 februari. We ontmoeten u graag.

Door Daniëlle Harkes, manager van het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. De samenwerking tussen woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties en gemeenten en de ontwikkeling van woonservicegebieden en multifunctionele accomodaties zijn binnen het Kenniscentrum haar aandachtsgebieden.

dinsdag 24 januari 2012

Gouwe ouwe omgeving voor een goede gezondheid?


Experimenten op tv met een groep mensen in een huis boeien me niet erg. Maar het programma ‘Krasse knarren’ heeft mijn aandacht weten te vangen. Een week lang woonden vijf oudere bekende Nederlanders 'in' de jaren zeventig. Voor dit doel was een villa geheel in stijl ingericht. De vraag is of de tijdelijke bewoners zich in die omgeving jonger en vitaler gaan voelen? Deze vraag raakt de kern van het zoeken naar een healing environment die bijdraagt aan het fysiek, mentaal en sociaal welbevinden. Dus dook ik achter de pc om de eerste aflevering via Uitzending gemist in te halen.

Het programma is gebaseerd op een onderzoek van de Amerikaanse sociaal-psycholoog Ellen Langer. In 1981 bedacht zij dit experiment om te bekijken of mensen door terug te gaan in de tijd, zich geestelijk en lichamelijk jonger kunnen voelen. De BBC zond vorig jaar al een soortgelijk programma uit en nu is het de beurt aan John Leddy (81), Mimi Kok (77), Ed van Thijn (77), Marie-Cécile Moerdijk (82) en Henk van der Horst (72).

De 70'er jaren villa heeft retro-behang, een oranje keuken en is uitgerust met fonduestel, typemachines i.p.v. computers etc. De tijdelijke bewoners kennen elkaar vooral ook uit de jaren zeventig toen ze allen een actief leven leidden. Nu ze anders in het leven staan, is de overgang naar een huis met vijf bewoners voor sommigen wel groot: Marie-Cécile Moerdijk kiest er thuis voor zoveel mogelijk alleen te zijn omdat ze hele dagen wil schrijven ; Mimi Kok vertelt eenzaam te zijn en geniet van het gezelschap in de villa.

En nu maar afwachten of de bewoners zich anders gedragen dan thuis. De invloed van een nieuwe retro omgeving, het ondernemen van dagelijkse zinvolle activiteiten en het gezelschap is het bestuderen waard. Op zolder zitten twee onderzoekers die de bewoners op monitoren kunnen horen en zien. Zij hebben de bewoners vooraf bevraagd en onderzocht en zullen dat na afloop weer doen. Ik pak het minder wetenschappelijk aan. Ik kruip voor de buis en geniet van de veerkracht van mensen.

Krasse knarren kijken?
Eerste aflevering nog te zien via Uitzending gemist.
Tweede aflevering dinsdagavond 24 januari 2012 20:30 uur, Nederland 1
Derde aflevering dinsdagavond 31 januari 2012 20:30 uur, Nederland 1

Door Monique Wijnties, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Het realiseren van wonen en zorg juist als ook intensieve zorg nodig is, is de rode draad in haar werk bij het Kenniscentrum. Haar aandachtsgebieden zijn: het ontwerpprogramma 'Zorg in Woningen', kleinschalig groepswonen, healing environment, zorghotels en eerder ook het tweedelijnszorgcentrum.