vrijdag 16 maart 2012

Cohousing, Europese revival van een sociaal sterk concept

Internationale aandacht voor gemeenschappelijk wonen

Op uitnodiging mocht ik als gastspreker in het weekend van 11 maart 2012 een internationale conferentie in Tours bijwonen over “self-managed cohousing”. In goed Nederlands: gemeenschappelijk wonen in zelfbeheer. Lidewij Tummers, een Rotterdamse architecte die verbonden is aan de TU Delft en al jaren zeer begaan met dit onderwerp, kreeg als gastonderzoeker bij de Universiteiten van Tours en Orléans de kans om kennis over dit thema uit heel Europa bijeen te brengen. En dat deed ze.

Cohousend Europa
In het kader van Le Studium en haar betrokkenheid bij alternatieve manieren van omgaan met vastgoed trof heel cohousend Europa elkaar. Van Luc Jonckheere uit België tot Marta Corubolo uit Italië en Michael Lafond uit Berlijn. Een speciaal onderdeel van het programma was gereserveerd voor Adri Duivesteijn en Jaccqueline Tellinga die het verhaal van het Homeruskwartier in Almere kwamen vertellen.

De conferentie vond plaats in het oude Hotel de Ville van Tours, een fenomenaal gebouw dat de conferentie een grandeur verleende dat voor Nederlandse begrippen ongekend was.
Wat zeer frappant bleek te zijn, was dat het Lidewij gelukt is om in het hart van Frankrijk een conferentie in het Engels te organiseren. Iets dat voor Franse begrippen uniek is. Voor een aantal Fransen bleek het helaas ook onverteerbaar en was het een reden om weg te blijven.

Revival van cohousing
De conferentie kende een programma met boeiende presentaties van mensen die dicht op de dagelijkse praktijk van cohousing zitten tot puur wetenschappelijke studies en boekpresentaties. De sprekers waren het roerend met elkaar eens dat er sprake is van een “revival”. Cohousing ademt voor velen nog de sfeer van de jaren tachtig en dat geldt voor de meeste Europese landen.

Groeiende belangstelling voor gemeenschappelijk wonen
Het gemeenschappelijk wonen kent echter een groeiende belangstelling. In de loop van de negentiger jaren is de belangstelling voor cohousing afgenomen maar sinds een jaar of vijf zit deze woonvorm duidelijk weer in de lift.
Dit signaleert het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg overigens ook. Al in december 2008 organiseerde het kenniscentrum een kenniscafé over dit onderwerp naar aanleiding van het boeiende rapport ‘Gemeenschappelijk wonen op leeftijd’ van Verwey-Jonker Instituut.
Dit jaar gaat het Kenniscentrum ook activiteiten rond dit thema ontwikkelen en dat lijkt me gezien de groeiende interesse in binnen- en buitenland een goede zaak.

Met gebouwde omgeving sociaal gedrag beïnvloeden
De toenemende aandacht blijkt regelmatig in de media maar zoals op deze conferentie bleek, wordt tegenwoordig ook erg veel onderzoek naar cohousing gepleegd. Wat voor velen erg boeiend is, zijn de mogelijkheden van cohousing om invloed uit te oefenen op het sociale gedrag van de bewoners. Kan de gebouwde omgeving zó ontworpen worden dat deze een positieve uitwerking heeft op het sociale gedrag van de mens? En hoe organiseer je het proces van de totstandkoming van huisvestingsprojecten?

Annet Ritsema sprak over de “intermediate size” om aan te geven dat de schaal van projecten wezenlijk is op het welzijn van de bewoner. Voor professor Yves Cabannes (University College London) ligt de sleutel in de coöperatieve aanpak door bewoners zelf.

Toenemend individualisme
Over de reden van de revival, en daarmee de relevantie van het onderwerp, werd veel gesproken. Wellicht is het een reactie op het toenemende individualisme in de laatste decennia. Maar het kan ook te maken hebben met de elkaar opvolgende crises of de verrechtsing in Europa. Duidelijk was wel dat er volop positieve kansen in cohousing schuilen en er een enorme potentie voor deze woonvormen bestaat.

De tweedaagse conferentie heeft veel nieuwe inzichten opgeleverd. Cohousing komt het meest voor in Duitsland, Denemarken en Nederland. Daar hebben we het over duizenden projecten. In België en Zweden komen enkele honderden projecten voor. In Frankrijk gaat het slechts om tientallen. En in landen als Noorwegen is het daarentegen vrijwel onbekend.

30% Europese bevolking interesse in cohousing
Uit onderzoek blijkt ook dat in bijna alle Europese landen zo´n 30% van de bevolking interesse heeft in cohousing. Een positieve uitzondering daarin is Italië waar meer dan de helft voorstander is van deze woonvorm. Toch woont op dit moment slechts 0,3% van alle mensen in een gemeenschappelijke woonvorm.

Uit de internationale contacten blijkt ook dat er veel begripsverwarring bestaat over cohousing. Cohousing in België is iets anders dan cohousing in Duitsland, Nederland of Engeland. Habitat groupé, Centraal wonen, Mietkasernen, allemaal begrippen die vormen van Cohousing kunnen zijn. Maar dat niet voor iedereen zijn.
Ik dacht, laat ik voor 1 keer de wijste zijn. En nu eens een keer niet met het eigen concept "Karakterpanden" voor de dag komen. Dat doe ik een volgende keer wel weer.
Bernard Smits

PS. Lees ook de tekst van mijn bijdrage op de conferentie

Bernard Smits is directeur van de Woningbouwvereniging Gelderland (WBVG). Kenmerkend voor de panden van deze kleine woningbouwvereniging is de grote mate van zelfbeheer en betrokkenheid. De WBVG bezit uitsluitend projecten gemeenschappelijke wonen en heeft bijzondere aandacht voor de sociale component: gezamenlijke activiteiten en zorg voor elkaar.



maandag 5 maart 2012

Welzijn op recept


"We zitten in een sociale spagaat", aldus Dennis Duiker, directeur van Movactor, een bijzonder goed functionerende welzijnsorganisatie, actief in Nieuwegein en Woerden. Hij bedoelt hiermee dat we langer doorwerken, maar tegelijkertijd ook meer zorg bieden. Althans, dat zijn de verwachtingen gezien de toekomst waarin er meer ouderen komen, minder personeel beschikbaar is en bestaande regelingen versoberen. Duiker heeft een aansprekende visie om niet uit te scheuren bij deze spagaat. Het gaat erom dat we individu en samenleving motiveren en toerusten. Hij ziet drie oplossingen om mensen toe te rusten iets voor elkaar te betekenen én het mentaal vermogen van mensen te versterken. 

Sociaal contact bevordert ons welzijn.
Foto: Chris Pennarts
Sociale verkeerspleinen
Als eerste wil hij meer ‘sociale verkeerspleinen’ in de wijk creëren. Plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, waar mensen gastvrij ontvangen worden. In het restaurant Fair’s gesitueerd in het stadhuis van Nieuwegein werkt vriendelijk personeel. Van groot belang en behoort tot de dimensie ‘toegankelijkheid’. Dat wordt nog wel eens onderschat! 

Gelegenheid bieden voor inzet
Ten tweede is het belangrijk om mensen de gelegenheid te bieden zich in te zetten (‘gelegenheid’ bieden) en te ondersteunen (‘capaciteit’). Je moet in twee opzichten dus ‘kunnen’. De gelegenheid hebben en het kunnen qua capaciteit. Zo kan mevrouw Jansen met Parkinson misschien de kinderen van de heer van der Brink naar school brengen zodat hij zijn buurman kan helpen voordat hij naar zijn werk gaat.

Versterken mentaal vermogen
Ten derde is het versterken van het mentale vermogen van mensen essentieel. Dat is de basis voor maatschappelijke ondersteuning.  Hij baseert zich onder andere op het boek ‘Mentaal vermogen. Investeren in geluk’ van Jan Auke Walburg. Iets betekenen voor een ander, (vrijwilligers)werk, gezond leven en sociaal contact. Duiker meent dat we meer moeten kijken naar kwaliteit van leven, dat we arrangementen bieden en meer verbinding zoeken tussen wonen, zorg en welzijn. Zo kent hij een praktijkvoorbeeld van  een alleenstaande oudere man die dankzij de cursus ‘mannen met pannen’ nu in een nabijgelegen buurthuis voor bezoekers kookt. Terwijl hij na het overlijden van zijn vrouw de eerste jaren geen pan heeft aangeraakt omdat hij dat in zijn leven nog niet eerder had gedaan. Hij slikte pillen tegen van alles en was ‘chemisch gelukkig’.

Welzijn is onderdeel zorg
Het verbinden van deskundigheden in wonen, zorg en welzijn  krijgt in Nieuwegein vorm via de nauwe samenwerking met gezondheidscentrum Roerdomp en EMC Nieuwegein. Dennis Duiker werkt heel nauw samen met Jan Joost Meijs en Karen de Groot van Gezondheidscentrum de Roerdomp en Erik Asbreuk van EMC Nieuwegein. Zij investeren in preventie en menen dat welzijn een essentieel onderdeel is van zorg en lang voor indicatie begint, maar ook daarnaast een grote rol blijft spelen. Misschien wel de grootste.
 
Behoefte aan contact en zingeving
De huisartsen merkten dat zeker een derde van hun patiënten met ‘vage’ klachten op het spreekuur kwamen, waarbij duidelijk was dat zij behoefte hebben aan contact en aan zingeving. Het idee om de banden met welzijnsorganisatie aan te halen was geboren. Met deze methode gaan mensen die bij de huisarts komen met psychosociale klachten meedoen aan welzijnsactiviteiten zoals bewegen, creatieve activiteiten of met elkaar koken en eten. De huisarts verwijst dus door naar deze activiteiten. Mensen maken dan zelf een keuze uit een welzijnsarrangement. En verhogen uiteindelijk zelf hun welbevinden. 

Methode Welzijn op recept
De methode ‘Welzijn op recept’ is op basis van dit idee en samen met Jan Walburg ontwikkeld. Er vindt nu onderzoek plaats naar de effecten van deze methode. Eind 2013 is dit onderzoek gereed. Zorg en welzijn zitten helemaal op één lijn in Nieuwegein. Ik meen dat samenwerking met de eerstelijnszorg ook in de rest van Nederland meerwaarde biedt.



Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.




maandag 27 februari 2012

Zo werkt het niet

Eerder deze week haalde ik koffie bij een - voor mij nieuwe - automaat. Voor een collega vulde ik een bekertje cappuccino. Thuis is het maken van een cappuccino een heel karwei omdat er ook melk gekookt en opgeschuimd moet worden. Hier kan een kind de was doen. Twee rijen knopjes en daaronder twee schenktuitjes. Knopje cappuccino ingedrukt, bekertje eronder, even wachten, klaar.

Zo werkt het niet...
Ik koos zelf voor de warme chocolademelk uit het rechter rijtje knopjes. Ik plaatste mijn bekertje onder het rechter tuitje en ging op zoek naar een lepeltje op de kast achter mij. Toen ik mij weer omdraaide zag ik de straal chocolademelk uit het linker tuitje stromen, terwijl mijn bekertje leeg en roerloos onder het rechter tuitje stond te wachten. Ik keek toe, zelf ook roerloos met het lepeltje in mijn handen. Gelukkig was de automaat voorzien van een opvangbak. Daar hadden de ontwerpers (wellicht door schade en schande wijs geworden) dan weer wel aan gedacht.

Te slim af
Later die dag stond ik voor dezelfde automaat voor twee kopjes drinkbouillon. Niet voor één gat te vangen besloot ik de automaat deze keer te slim af te zijn. Ik vulde beide bekertjes met de inhoud van een zakje bouillonpoeder en plaatste onder ieder tuitje een bekertje. Daarna drukte ik in het rechter rijtje op de knop ‘water’ en wachtte. Het water kwam in tegenstelling tot de chocolademelk wél uit het rechter tuitje.
  
Zo werkt het wel...

Pas later zag ik boven het rechter tuitje in het zwarte kunststof een aantal golvende zwarte reliëflijnen. Ik heb het niet verder onderzocht, maar het lijkt erop dat het rechter tuitje alleen water serveert. Maar waarom staan een deel van de keuzes die links geserveerd worden in het rechter rijtje? Omdat beide rijtjes dan evenveel knopjes hebben??? Het oog wil ook wat en zolang je het apparaat niet gebruikt, is er niets aan de hand. Maar als je dat wel doet, is het dweilen met de kraan open.

De mens past zich aan
De hele dag door past een mens zich aan zijn omgeving aan, niet alleen aan koffieautomaten. Ook ons huis heeft allerlei (on)mogelijkheden die je elke dag ervaart. Hoe vaak loopt u door een donkere hal voordat u het lichtknopje bereikt? Nog zo iets. Op een of andere manier zit voor iedereen langer dan anderhalve meter het sleutelgat uit het zicht verborgen onder de greep. Geef mij maar vast een seniorenslot, daarbij zit het sleutelgat tenminste boven de klink!
En wat te denken van spaarlampen die zo traag op gang komen dat je al onder aan de trap ligt voordat de lamp voldoende licht geeft? En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Als woningen beter geschikt zouden zijn, dan zou het leven een stuk makkelijker en aangenamer worden. En dan zouden ook niet zoveel aanpassingen voor ouderen en anderen nodig zijn.

Door Monique Wijnties, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Het realiseren van wonen en zorg juist als ook intensieve zorg nodig is, is de rode draad in haar werk bij het Kenniscentrum. Haar aandachtsgebieden zijn: het ontwerpprogramma 'Zorg in Woningen', kleinschalig groepswonen, healing environment, zorghotels en eerder ook het tweedelijnszorgcentrum.

maandag 20 februari 2012

Ontmoeten in Nederland en Japan

Hoe kun je ontmoetingsgericht bouwen? Deze uitdaging bracht op 16 februari jl. veel mensen naar de bijeenkomst die het Kenniscentrum samen met Coalitie Erbij organiseerde. Anderen ontmoeten is een universele wens. Zo ook in het gebied in Japan dat 11 maanden geleden door de tsunami werd getroffen. Daar wordt nu niet vóór maar dóór ouderen een café opgezet. De naam van het café? Ibasho, Japans voor ‘een plek om jezelf te zijn’. Hopelijk volgen wereldwijd vele Ibasho cafés.

We kunnen de materiële én sociale omgeving zo maken dat die uitnodigt anderen te ontmoeten, maar we kunnen het niet afdwingen. De architect Herman Hertzberger – op 16 februari in een lezing aangehaald - spreekt bij het vormgeven van de gebouwde omgeving van ‘ruimte maken én ruimte laten’. De kunst is de ruimte zo te maken dat die uitnodigt én ruimte laat voor invulling.

Japanse veerkracht 
De wens anderen te ontmoeten is universeel. In Japan leven sinds de tsunami – nu 11 maanden geleden – veel mensen in tijdelijke huisvesting. Een groot gebied dat voor de tsunami vol stond met hoge gebouwen is nog steeds een grote lege vlakte met her en der bergen van schroot.

Enkele gebouwen trotseren de leegte. En de bewoners trotseren de gevolgen van de ramp. Ze hebben alles verloren. Ze hebben elkaar nog én hun veerkracht. Ze zijn blij dat ze zoveel hulp hebben gekregen, maar willen maar wat graag ook zelf weer iets voor elkaar en anderen betekenen.

Ten tijde van de tsunami werkte ik met Emi Kiyota en drie anderen aan een boek met Japanse, Australische, Amerikaanse en Europese voorbeelden van wonen en zorg voor ouderen. Emi Kiyota – zelf Japanse - woont al jaren in de Verenigde Staten. Ze was afgelopen week voor het eerst na de tsunami in het rampgebied. Ze kwam om samen met ouderen een Ibasho café te ontwikkelen, mogelijk gemaakt door een donatie van OperationUSA. OperationUSA wilde iets voor de ouderen in het rampgebied betekenen.
Emi Kiyota wist ze te overtuigen niet iets vóór, maar iets mét en ván ouderen te ontwikkelen. Geheel volgens de filosofie van de not-for-profit organisatie Ibasho die Emi naast haar betaalde baan oprichtte.

Embracing imperfectness gracefully
Emi Kiyota pleit voor ruimte voor imperfectie omdat je pas ergens jezelf kunt zijn als er ruimte voor is, als niet alles ingevuld is. Ze nodigt ouderen dan ook uit om vanaf het begin zelf invulling aan een plan te geven. Het is de manier om ‘ruimte te maken en ruimte te laten’ voor de ouderen zoals Hertzberger de gebouwlijke ruimte creërde.

Ouderen hebben net als anderen de behoefte zichzelf te zijn en mee te doen en niet aan de kantlijn te staan. “We zouden een café moeten maken waar ouderen de thee serveren in plaats van bediend te worden. We willen nuttig zijn, iets voor anderen betekenen.” zeggen Japanse ouderen. Als we een plek creëren waar onze grootmoeders het gevoel hebben bediend te worden, dan komen ze niet, dan blijven ze in hun tijdelijke huisvesting zonder met anderen in contact te komen.

Ibasho: een plek om jezelf te zijn
Een Ibasho café is een café ván ouderen: vorm gegeven door ouderen en als coöperatie gerund door ouderen. Het versterkt hun gevoel van eigenwaarde. Een café waar iedereen van alle leeftijden welkom is voor een kop koffie of thee en wellicht iets te eten. Een café waar ouderen en anderen zichzelf kunnen zijn.

Het café in Japan wordt het eerste Ibasho café ter wereld. Hopelijk volgen er meer, veel meer. Het idee is dat de coöperatie een percentage reserveert om volgende Ibasho cafés mogelijk te maken. Zeg nou zelf hoeveel geld is er nou nodig om een Ibasho café in bijvoorbeeld Ethiopië op te zetten? Een Ibasho café ergens in Nederland lijkt me net zo geweldig. Wij hebben de donaties van de anderen niet nodig, maar de inspiratie deel ik graag.

Emi Kiyota spreekt 20 maart 2012 in Nederland bij de lancering van het boek “Design for Aging’. Meer hierover binnenkort op www.kcwz.nl
Volg het Ibasho café in Japan via http://ibashoblog.wordpress.com/
Vragen over Ibasho café kunt u stellen via m.wijnties@kcwz.nl

Door Monique Wijnties, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Het realiseren van wonen en zorg juist als ook intensieve zorg nodig is, is de rode draad in haar werk bij het Kenniscentrum. Haar aandachtsgebieden zijn: het ontwerpprogramma 'Zorg in Woningen', kleinschalig groepswonen, healing environment, zorghotels en eerder ook het tweedelijnszorgcentrum.

donderdag 16 februari 2012

Age the way you like

Mogen mensen ook kiezen voor ‘inactive ageing? Dat vroeg Professor Thomas Sharf, verbonden aan Irish Centre for Social Gerontology zich af tijdens het congres over active ageing. Dit boeiende congres werd op 9 februari 2012 georganiseerd door tijdschrift Geron en de Hogeschool in Den Haag. En  Sharf had nog een prikkelende vraag: Waarom praten we wel over ‘healthy  ageing’en ‘active ageing’and ‘succesful ageing’ bij ouderen en spreken we niet zo als het andere leeftijdsgroepen betreft? ‘Healthy adolescence’ bijvoorbeeld.

Sharf heeft interessante punten te pakken. Natuurlijk mogen mensen ook kiezen om niet actief ouder te worden. Alleen is het belangrijk dat de voorwaarden om oud te worden zoals mensen het zelf willen er voor iedereen zijn. En dat is nog lang niet het geval. Er zijn heel wat obstakels te vinden, bijvoorbeeld in de infrastructuur. Heel wat ouderen ondervinden hinder bij de mobiliteit: velen bevinden zich halverwege het zebrapad, terwijl het licht alweer op groen springt. Voor de auto’s, wel te verstaan. Hoeveel ouderen drinken urenlang geen glas water, of blijven thuis, omdat zij bang zijn dat ze op weg naar een activiteit geen toilet vinden? Een behoorlijk percentage ouderen zou wel willen deelnemen aan allerhande activiteiten, maar heeft er onvoldoende middelen voor. We zijn nog lang niet voorbereid op ‘active ageing.’ Niet iedereen heeft dezelfde kansen en keuzemogelijkheden. Tinie Kardol, bestuurder van Stichting Mariënstede in Vught en professor Active Ageing aan de Vrije Universiteit Brussel, vertelt op dit congres dat 5 tot 20% van de ouderen in armoede leeft en 30 tot 40% niet mee doet.

Effect van langer doorwerken
Een ander punt dat Kardol aanstipte is dat we het effect van langer doorwerken niet mogen onderschatten. Nu verricht 34% van de 60-plussers mantelzorg. Hij voorspelt dat dit gaat afnemen naarmate mensen langer gaan doorwerken. En dan te bedenken dat jonge vrouwen juist makkelijker aan het werk blijven als hun ouders, de zestigplussers dus, helpen bij het oppassen op de kinderen. Ook merkt hij op dat 63% van de ouderen buren inschakelt voor tijdelijke hulp. Dat percentage gaat omhoog naarmate kinderen verder weg wonen, langer werken. Maar is de buurt daar klaar voor? En zijn de buren aanwezig of zijn zij ook aan het werk?

Maak intergenerationele verbindingen zichtbaar
Het tweede deel van de slogan van het EU jaar: ’intergenerationele solidariteit’ is misschien wel het belangrijkste gedeelte. Uitwisseling van generaties vormt de basis voor iedere samenleving, aldus Fleur Thomése, onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam, tijdens het eerder genoemde congres. Ouderen zorgen voor kennisoverdracht, zorg voor kleinkinderen en kinderen, maar ook voor continuïteit. Zij vormen het collectieve geheugen van de maatschappij. Dit ‘kapitaal’ blijft en het is belangrijk dit te gebruiken. Jongeren kunnen ouderen ook helpen, en kunnen ouderen ook wat leren.

Thomése pleit ervoor om intergenerationele verbindingen sterker en meer zichtbaar te maken. Hoe kan dit? De stichting ‘Get oud’ heeft portretten gemaakt van ouderen terwijl zij gekleed waren in de kleding die past bij het beroep dat de oudere graag had willen worden. Op diverse basisscholen zijn op initiatief van Get oud kinderen ouderen gaan interviewen en kwam het gesprek op gang over beroepen. Ontmoeting tussen generaties blijkt goed te werken. Investeer daarom in  relaties, los van leeftijd en ongeacht welk medium je ervoor gebruikt. Thomas Sharf vindt het EU jaar een prachtig moment om met elkaar te debatteren en: ‘to remind ourselves of the value of the intergenerational contract that underpins our welfare system.’ 
Dus misschien kunnen we dit EU jaar pleiten voor an: age the way you like. En dan kunnen wij er met elkaar, jong en oud, voor zorgen dat iedereen die mogelijkheid ook krijgt.


Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.



EU zet in op active ageing in 2012
Gaat u als corporatie en zorgorganisatie aan de slag met het EU-jaarthema voor 2012 'Active ageing and intergenerational solidarity'? Laat het ons weten! Met deze inventarisatie krijgen we een beeld van de verschillende plannen, kunnen we activiteiten op elkaar afstemmen of verder brengen!

donderdag 26 januari 2012

Op zoek naar ontmoeting in het seniorencomplex


Binnenkort organiseren we als Kenniscentrum (met Coalitie Erbij) een bijeenkomst over wonen en eenzaamheid. We gaan op zoek naar ideeën en voorbeelden van ontmoetingsgericht bouwen. Alvast een voorproefje:

De echo van eenzaamheid
Het onherbergzame atrium
De trend is wel een beetje over maar ze staan er natuurlijk nog volop: woonzorgcomplexen met een atrium. Bedoeld voor ontmoeting maar vooral symbool van het wensdenken van architecten en opdrachtgevers. Want wie gaat er gezellig zitten onder het hoge glazen dak terwijl drie verdiepingen aan voordeuren meekijken? Nee, over het algemeen is het atrium vooral leeg. De keurig gerangschikte stoelen rond de tafeltjes ten spijt. En als je de voordeur uitstapt van je appartement en naar beneden kijkt in het atrium, lacht de eenzaamheid je als het ware tegemoet.

Atrium Akropolis bij kerstviering
Alleen Hans Becker van Humanitas in Rotterdam is er in geslaagd leven te brengen in het atrium door het restaurant van het Akropolis-complex er op aan te laten sluiten.

Brievenbussen met een bankje
Mijn schoonvader gaat zo’n vier keer per dag naar de brievenbussen bij de ingang van het 55+plus complex waar hij woont. Want misschien komt hij dan wel iemand tegen en kan hij even een praatje maken. Het doet mij denken aan de kleine ontmoetingen waar sociologe Talja Blokland een aantal jaar geleden over schreef.

De toevallige ontmoetingen bij de bakker of de bushalte, de terloopse praatjes of alleen een groet waardoor we ons thuis weten in onze omgeving en ons daardoor prettiger en veiliger voelen. Zouden we daar misschien wat meer mee kunnen doen? Een strategisch geplaatst bankje of leestafel zodat het makkelijker wordt om even te blijven hangen en de kans op een onmoeting wordt vergroot.

Terras van voren
Ook een leuk idee zag ik in Leidsche Rijn. De galerij voor de ouderenwoningen is veel breder dan normaal. De bewoners hebben er hun tuinstoelen neergezet en gebruiken de galerij als hun eigen balkon. Dat levert veel kansen op voor ontmoeting en niet onbelangrijk, je kunt er gewoon gaan zitten en wel zien wat er gebeurt. En dat lijkt me een belangrijke voorwaarde als het gaat om maatregelen rond wonen en eenzaamheid. Want niemand krijgt graag het etiket eenzaam opgeplakt. Ontmoeten in seniorencomplexen: het moet wel een beetje vanzelf gaan.

Denk met ons mee op 16 februari. We ontmoeten u graag.

Door Daniëlle Harkes, manager van het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. De samenwerking tussen woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties en gemeenten en de ontwikkeling van woonservicegebieden en multifunctionele accomodaties zijn binnen het Kenniscentrum haar aandachtsgebieden.

dinsdag 24 januari 2012

Gouwe ouwe omgeving voor een goede gezondheid?


Experimenten op tv met een groep mensen in een huis boeien me niet erg. Maar het programma ‘Krasse knarren’ heeft mijn aandacht weten te vangen. Een week lang woonden vijf oudere bekende Nederlanders 'in' de jaren zeventig. Voor dit doel was een villa geheel in stijl ingericht. De vraag is of de tijdelijke bewoners zich in die omgeving jonger en vitaler gaan voelen? Deze vraag raakt de kern van het zoeken naar een healing environment die bijdraagt aan het fysiek, mentaal en sociaal welbevinden. Dus dook ik achter de pc om de eerste aflevering via Uitzending gemist in te halen.

Het programma is gebaseerd op een onderzoek van de Amerikaanse sociaal-psycholoog Ellen Langer. In 1981 bedacht zij dit experiment om te bekijken of mensen door terug te gaan in de tijd, zich geestelijk en lichamelijk jonger kunnen voelen. De BBC zond vorig jaar al een soortgelijk programma uit en nu is het de beurt aan John Leddy (81), Mimi Kok (77), Ed van Thijn (77), Marie-Cécile Moerdijk (82) en Henk van der Horst (72).

De 70'er jaren villa heeft retro-behang, een oranje keuken en is uitgerust met fonduestel, typemachines i.p.v. computers etc. De tijdelijke bewoners kennen elkaar vooral ook uit de jaren zeventig toen ze allen een actief leven leidden. Nu ze anders in het leven staan, is de overgang naar een huis met vijf bewoners voor sommigen wel groot: Marie-Cécile Moerdijk kiest er thuis voor zoveel mogelijk alleen te zijn omdat ze hele dagen wil schrijven ; Mimi Kok vertelt eenzaam te zijn en geniet van het gezelschap in de villa.

En nu maar afwachten of de bewoners zich anders gedragen dan thuis. De invloed van een nieuwe retro omgeving, het ondernemen van dagelijkse zinvolle activiteiten en het gezelschap is het bestuderen waard. Op zolder zitten twee onderzoekers die de bewoners op monitoren kunnen horen en zien. Zij hebben de bewoners vooraf bevraagd en onderzocht en zullen dat na afloop weer doen. Ik pak het minder wetenschappelijk aan. Ik kruip voor de buis en geniet van de veerkracht van mensen.

Krasse knarren kijken?
Eerste aflevering nog te zien via Uitzending gemist.
Tweede aflevering dinsdagavond 24 januari 2012 20:30 uur, Nederland 1
Derde aflevering dinsdagavond 31 januari 2012 20:30 uur, Nederland 1

Door Monique Wijnties, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Het realiseren van wonen en zorg juist als ook intensieve zorg nodig is, is de rode draad in haar werk bij het Kenniscentrum. Haar aandachtsgebieden zijn: het ontwerpprogramma 'Zorg in Woningen', kleinschalig groepswonen, healing environment, zorghotels en eerder ook het tweedelijnszorgcentrum.

donderdag 22 december 2011

Contact in zicht


Gisteren reed ik met de trein langs Amsterdam Muiderpoort. Mijn grootouders woonden vlakbij dit station. Ik dacht terug aan onze uitstapjes samen. Ik nam mijn opa de laatste jaren van zijn leven regelmatig mee naar musea, tentoonstellingen, de dierentuin. Mijn oma zorgde er dan voor dat hij er ‘keurig’ uitzag. ‘Kan ik daarna lekker ‘snoeven’ bij mijn vrienden op het Waterlooplein. Dat ik maar mooi met mijn kleindochter op stap ben geweest en weer heel wat gezien heb’, zei mijn opa iedere keer opnieuw.

Het groepje ouderen waar hij dagelijks mee kletste op het Waterlooplein kromp. Hoewel er ook ‘nieuwe’ aanschoven, maar die kende mijn opa niet. ‘Die weten helemaal niet wat mijn achtergrond is’, zei opa. Toch is het mogelijk om vrienden te maken ook op latere leeftijd. Er zijn zelfs cursussen voor. Juist als het groepje bekenden kleiner wordt, is het fijn als je toch je netwerk uitbreidt. En dat kan. Ook als een oudere verhuist naar een verzorgings- of verpleeghuis. Zo ben ik diep onder de indruk van het project ‘Contact in zicht’. Dat is een eenvoudig maar succesvol project. Ik hoorde ervan op een mooi congres Erbij horen, erbij zijn, dat op 24 november plaatsvond.

Gespreksgroepen
Het project ‘Contact in zicht’ zijn gespreksgroepen voor nieuwe bewoners van verzorgingshuizen. In tien bijeenkomsten over tien verschillende onderwerpen leren de bewoners elkaar kennen. Zij praten over verschillende onderwerpen. Mensen nemen persoonlijke spullen mee. Het is fijn dat bewoners elkaar helemaal leren kennen. Dan ben je weer de mevrouw die lerares was van beroep, zo goed kan zingen en zo houdt van vogels, vier kleinkinderen heeft. Er ontstaat begrip voor elkaar en een volledig beeld.  De persoonlijke uitnodiging, het ophalen en wegbrengen van en naar de kamers van de bewoners, het aanspreken van het individu, het contact met elkaar, de verschillende thema’s per sessie en de positieve benadering zijn belangrijk voor het succes.

Welterustenclubje
Voor, tijdens, en een half jaar en een heel jaar na de sessie, werd door Nan Stevens van de Radboud Universiteit Nijmegen onder de deelnemers gemeten in hoeverre zij zich eenzaam voelden. Het gevoel van eenzaamheid bleek afgenomen bij deelnemers.  De groepen bleven vaak na de bijeenkomsten bij elkaar. Zo is een groep een ‘welterustenclubje’ gestart. Zij wensen elkaar via de telefoon goedenacht. Een ander groepje mediteert met elkaar. Karen van Kordelaar en Alice Pleiter hebben materiaal ontwikkeld voor de gespreksgroepen die zij in verpleeghuis Nijestee in Nijmegen toepassen. Het is ook te gebruiken voor zelfstandig wonende ouderen.  Een eenvoudig principe, dat nog werkt ook!

Handreiking eenzaamheid
Hilde van Xanten (Movisie) en ik zijn bezig met het schrijven van een handreiking over eenzaamheid, bedoeld voor gemeenten en hun samenwerkingspartners vanuit het programma W+W+Z=Maak het samen. Wij willen graag dit soort projecten in het zonnetje zetten. Om eenzaamheid te voorkomen en te verminderen. Daarnaast organiseren de Coalitie Erbij en het Kenniscentrum Wonen-Zorg op donderdag 16 februari 2012 een bijeenkomst met als thema: ontmoetingsgericht bouwen. U hoort in januari meer over deze initiatieven!

Mist
Bij de voorbereiding van deze activiteiten denk ik regelmatig aan mijn opa. Hoe waardevol die middagjes op stap waren voor hem en voor mij. Hij was volgens mij niet eenzaam, maar ik zag wel hoe klein de wereld aan het worden was. En hoe belangrijk hij het vond dat mensen hem ‘helemaal’ zagen, zijn geschiedenis kende en zijn verhalen begrepen. Ik geloof daarom in projecten als ‘Contact in zicht.’ En in plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, zoals het openbare bankje op het Waterlooplein. Want soms is het zicht op contact mistig of vertroebeld.

Meer informatie:
http://www.waalboog.nl/
http://www.erbijhorenerbijzijn.nl/


Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.

dinsdag 6 december 2011

De zorg is een goede buur

“Nou, ik kan het wel merken dat die zorgorganisaties door al die fusies nu wel heel groot zijn geworden” zo begon mijn oom toen ik hem weer eens sprak. Ik zette mij al schrap voor het verhaal dat zou gaan volgen.

"Tegenwoordig", zo vervolgde hij, "is het zorgcentrum St. Jan, bij ons in de straat, onderdeel van BrabantZorg" en die verandering was duidelijk te merken. "Ze doen hele mooie dingen voor de mensen daar en niet alleen voor de mensen in St. Jan, ze richten zich op heel de buurt er omheen". Ik ging verzitten en werd nieuwsgierig hoe mijn oom als buurtbewoner dat dan merkte.


Kruisheren klooster
"Wij hebben nu als buurtvereniging een Jeu de Boulesbaan in de tuin van Huize St. Jan. Die is daar aangelegd met geld van de gemeente. En de bewoners van St. Jan kunnen de baan ook gebruiken. We spelen nu vaak een potje Jeu de Boules met elkaar." Zijn verhaal was echter nog niet afgelopen. “Nu heeft BrabantZorg ook de kapel en het klooster er pal naast gekocht. De Kruisheren liepen al een tijd met de gebouwen te leuren.

Glimmende ogen
BrabantZorg maakt in het klooster appartementen en de kapel wordt een ontmoetings- en activiteiten-centrum. Zo mooi dat die gebouwen behouden blijven. Ze hebben al verteld dat het een heel open centrum wordt waar we allemaal welkom zijn. Helemaal achterin staat een devotiekapel en die wordt ook opgeknapt." Mijn oom - vooraan in de 70 en nog heel actief - blijft hopelijk nog jaren samen met zijn vrouw zelfstandig wonen, maar zijn ogen glommen bij zoveel moois.

Verpleeghuisvrees
Een dag later hoorde ik van het onderzoek waarin beschreven wordt dat verpleeghuisvrees voor familie een drempel is om op bezoek te komen. Die verpleeghuisvrees lijkt BrabantZorg voor de buurtbewoners rond St. Jan weg genomen te hebben. Dank zij een Jeu de Boulesbaan en mooie plannen voor het klooster en de kapel worden bewoners van het zorgcentrum weer wijkbewoner en worden de wijkbewoners zoals mijn oom een prima ambassadeur voor het zorgcentrum.

Door Monique Wijnties, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Het realiseren van wonen en zorg juist als ook intensieve zorg nodig is, is de rode draad in haar werk bij het Kenniscentrum. Haar aandachtsgebieden zijn: het ontwerpprogramma 'Zorg in Woningen', kleinschalig groepswonen, healing environment, zorghotels en eerder ook het tweedelijnszorgcentrum.

donderdag 17 november 2011

Big in Japan

Eenzaamheid, personeelstekort en het groeiende aantal dementerenden. Dat zijn de grootste knelpunten in Japan wat betreft de ouderenzorg, volgens enkele Japanse kenners. Op dit moment bezoekt een delegatie uit Japan Nederland om meer te weten hoe de ouderenzorg is georganiseerd. Zij brachten deze week een werkbezoek aan Humanitas in Rotterdam, aan zorgorganisatie Beweging 3.0. te Amersfoort en aan het Odensehuis in Amsterdam. Ik mocht de delegatie vertellen wat de trends in wonen, zorg en welzijn zijn in Nederland.

De 23 Japanners waren afkomstig van de overheid, of werkzaam in de zorg of het bedrijfsleven. Volgens een onderzoekster is er weinig communicatie tussen zorgorganisaties en organisaties die zich bezighouden met wonen, ook bij de overheid zijn afdelingen niet op de hoogte van elkaars activiteiten. Zij bestudeert de woonservicegebieden in Nederland en is erg geïnteresseerd in de succes- en faalfactoren. Zij onderzoekt in opdracht van de Japanse overheid de mogelijkheid voor het introduceren van woonservicegebieden in steden als Tokyo. ‘Japan wil een community based comprehensive care system in 2025 gereed hebben ’,aldus de onderzoekster.

Maar wij kunnen ook van Japan leren. Japan werkt bijvoorbeeld met een ruilsysteem: Fureai Kippu. Dit werkt als volgt: mensen die andere helpen sparen hiermee punten, die op een ‘tijdrekening’ komen te staan. Deze punten kunnen zij zelf inwisselen als zij een zorgvraag hebben. Taken hebben verschillende waarden. Mee helpen boodschappen doen levert minder punten op dan persoonlijke verzorging. Dit systeem levert veel tevredenheid op bij vrijwilligers en bij hulpvragers door het principe van wederkerigheid en het gevoel van waardering. In Nederland zijn er de LETS.

Eric Schlangen van Bureau Habipro wil in een tweejarig Europees project onderzoeken of een time banking systeem in landen in Europa aanslaat . Eric Boele-De Zeeuw van bureau New Tribes Civil Society Projects is al langer bezig met ruilprojecten en heeft tijdens bijeenkomsten die we als kenniscentrum organiseren voor corporaties en zorgorganisaties ook zijn ideeën rond ruilprojecten gepresenteerd, geïnspireerd door het Japanse systeem.

Zo’n ruilsysteem is één van de mogelijkheden om de groeiende vergrijzing het hoofd te bieden. In Japan zijn organisaties druk doende met het zoeken naar mogelijkheden zorg betaalbaar te houden en voldoende personeel te vinden. En dat is niet zo gek als je kijkt naar de cijfers. Volgens onderzoek (2010) van Leyden Academy on vitality and ageing en het NIDI (Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut) behoorde Nederland tot in de jaren zestig tot de landen met de hoogste levensverwachting ter wereld, nu is dat Japan. De levensverwachting van Japanse mannen bij de geboorte is 79, van vrouwen 86 jaar. In Nederland is dat voor mannen 77, voor vrouwen 81 jaar. Japan bereidt zich dus zeker niet voor niets voor. De drie thema’s die zij noemen als grootste knelpunt, spelen in Nederland ook. Uitwisseling is daarom zeker zinvol en boeiend. Kennis ruilen levert weliswaar geen punten op maar heeft wel waarde!

Meer informatie:
Onderzoek NIDI/Leyden Academy
Japan, snelst verouderende land ter wereld
VN-rapport Ageing in Japan: The health and wealth of older persons
World Health Organisation-gegevens Japan

Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.

donderdag 6 oktober 2011

Al spelend problemen oplossen

Institute for the future
Spelenderwijs problemen oplossen leek lange tijd net zo reëel als slapend rijk worden. Die droom is nu voorbij. Spelen werkt. Onlangs losten 57.000 gamers in tien dagen een tien jaar oud medisch raadsel op waar wetenschappers met hun krachtigste computers geen antwoord op hadden.

Tot voor kort leek de oplossing ver weg. Het raadsel was uit vele miljoenen mogelijkheden de juiste opbouw van een bepaald enzym te vinden. Het betreffende enzym biedt een mogelijk medicijn voor aids. Een goede reden om het probleem groots aan te pakken dus. Het probleem werd in een ‘game’, een computerspel verpakt. Gamers wereldwijd gingen de uitdaging aan. Wetenschappers beoordeelden tussentijds de oplossingen van de gamers en schaafden het resultaat bij. Binnen tien dagen leidde deze ultieme co-creatie tot de oplossing.

Gaming can make a better world
Al eerder was ik verrast en geboeid door de mogelijkheid om met gamen oplossingen te vinden voor de problemen in ‘real life’. Voor gamers misschien geen verrassing, maar voor mij als niet-gamer ging een wereld open.

Als Jane McGonigal in een online te bewonderen presentatie stelt dat met games de werkelijke problemen net zo makkelijk op te lossen zouden moeten zijn als virtuele problemen, reageert de zaal wat lacherig. Dat gaat al snel voorbij als zij vervolgens toont wat de mogelijkheden zijn van mensen die al spelend samen een probleem aanvallen.
   
Ieder op (de top van) zijn eigen niveau en met de kans op een beloning en om door te groeien naar een hoger level. Gamers bereiken zelfs af en toe een ‘epic win’: een resultaat dat zo overweldigend, zo buiten-gewoon is dat je er in de verste verte geen voorstelling van had totdat je het bereikte. Gamers zijn daardoor ook meer dan gemiddeld overtuigd dat er een oplossing is.

Wie dacht dat gamen een niet sociaal gebeuren is heeft het mis. Mensen mogen elkaar na het spelen van een spel meer dan daarvoor, ook als de ander ons verslagen heeft. Al gamend ontstaat een sociaal netwerk. Omdat veel mensen zich beter voelen wanneer ze spelen, omdat ze graag onderdeel zijn van een groep en omdat er een kans bestaat een ‘epic win’ te bereiken werken mensen graag mee aan het vinden van oplossingen voor ingewikkelde problemen.

Wake up call
De presentatie van Jane Mc Gonical was inspirerend, maar het oplossen van de enzympuzzel schudde me pas echt wakker. Spelend problemen oplossen werkt: mensen doen mee én het biedt oplossingen. Voor zeer reële vraagstukken, voor vraagstukken waar we de oplossing niet voor kunnen vinden en vast ook voor complexe vraagstukken waar we wel een idee hebben over de oplossingsrichting, maar we nog wel de nodige hindernissen moeten nemen.

De problemen op het gebied wonen, welzijn en zorg worden in de toekomst al groot genoeg door vergrijzing en ontgroening. Ze zijn door de economische ontwikkelingen echter nog complexer geworden. Stel dat we bij het vinden van oplossingen geholpen zouden worden door eenzelfde denkkracht van een grote groep gamers. Jonge mensen, ervaren gamers die weten dat er af en toe een epic win te halen is en ervaren mensen, jonge gamers die weten welke reële problemen en hindernissen er zijn en die via de game een voorstelling krijgen van mogelijke oplossingen en kunnen beoordelen welke kansrijk zijn.

Ik ben uitermate nieuwsgierig naar de buitengewone oplossingen waarvan ik me nu nog geen voorstelling kan maken. Bovendien zou alleen al het spelen van een dergelijke game verbindingen tussen generaties kunnen leggen die hoopvol stemmen over de toekomst van wonen, welzijn en zorg.

Door Monique Wijnties, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Het realiseren van wonen en zorg juist als ook intensieve zorg nodig is, is de rode draad in haar werk bij het Kenniscentrum. Haar aandachtsgebieden zijn: het ontwerpprogramma 'Zorg in Woningen', kleinschalig groepswonen, healing environment, zorghotels en eerder ook het tweedelijnszorgcentrum.

maandag 3 oktober 2011

Van wietplantage tot zorgboerderij


Toen Arjo Buijs hoorde dat de ontmantelde wietplantage aan de Nooreindseweg in Pijnacker te huur zou komen, werd een droom werkelijkheid. Een zorgboerderij starten voor ouderen met geheugen-problemen. Waar dieren, moestuin en het weer het ritme van de dag bepalen en waar ouderen krijgen wat ze nodig hebben; structuur, buitenlucht en liefde. Nu woont Arjo met zijn gezin in de voormalige wietdrogerij en waar de wietplantjes groeiden, snijden nu de oudere bezoekers de groente voor de soep die voor de lunch gegeten wordt.


Laveren tussen regels
Arjo werkt al 30 jaar in de zorg. Als manager binnen reguliere instellingen weet hij hoe regels de dagelijkse gang van zaken kunnen bepalen en de logica van het gewone huiselijke leven verdringen. Dat zou op zijn zorgboerdeij niet gebeuren. Maar als aspirant-boer merkte hij al snel hoeveel regels de landbouw met zich mee brengt; mestboekhouding, dierziektepreventie, noem maar op. Door studenten van de landbouwschool liet hij onderzoeken wat de optimale schaal is om wel dieren te houden maar niet te verzuipen in de regels. Daarom maar twee varkens; Jet Cotelet en Bram Achterham, en een bescheiden hoeveelheid kippen, geiten, konijnen, katten en een hond. Voldoende voor een ruime keus aan karweitjes, geknuffel en gespreksstof maar zonder de administratieve lasten van een moderne boer.

Hond voor in de regen
Eigenlijk zijn we niet van die hondenmensen, bekent Arjo. Maar Chante, de vriendelijke labrador, vervult een belangrijke rol. Elke dag wil Chante wandelen, ook in de regen. Dus elke dag trekken de bezoekers er samen met een vrijwilliger op uit. Resultaat; inspanning, buitenlucht en voldoende prikkels zorgen voor een goede nachtrust en helpen om een gezond dag en nacht ritme te handhaven. En Chante? Die is ook dik tevreden met alle aandacht.

Pannenkoeken bakken en ramen lappen
Met een delegatie ’ActiZ-vrijwilligers voor één dag’ komen we pannenkoeken bakken en ramen lappen. Zo’n boerderij blijkt veel meer ramen te hebben dan je in eerste instantie denkt. Ook het aantal pannenkoeken blijkt een stuk groter dan bij ons thuis. Maar beiden lukt. Daarnaast hebben we ook tijd om de boerderij te bekijken, het verhaal van Arjo te horen, gezellig mee  te eten, om een blokje om te lopen met een aantal bezoekers, heerlijk in de zon te zitten met thee, koffie en kruidkoek en ons te laven aan de prettige sfeer op de boerderij. Structuur, buitenlucht en liefde; daar gedijen we buitengewoon goed bij.

Meer info
Lees meer over de zorgboerderij op www.zorgboerderijbuitengewoon.nl Inmiddels is een tweede zorgboerderij voor dagverzorging gestart en is Arjo druk met de plannen voor een derde boerderij waar ouderen ook kunnen wonen.

Door Daniëlle Harkes, manager van het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. De samenwerking tussen woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties en gemeenten en de ontwikkeling van woonservicegebieden en multifunctionele accomodaties zijn binnen het Kenniscentrum haar aandachtsgebieden.