donderdag 26 mei 2011

’Van gezellig word je gezond’

'Van gezellig word je gezond.' Dat is een uitspraak van een bewoonster van de Turkse Woongroep De Tweede Lente. Zij woont naar volle tevredenheid in deze woongroep die zij zelf heeft opgericht met behulp van een woonadviseur. Er zijn momenteel ruim vijfhonderd woongroepen voor ouderen waarvan er 54 voor oudere migranten zijn. Het valt niet mee om een woongroep op te richten. Het kost veel tijd, geduld en vaardigheden. Maar als de woongroep er eenmaal is, zijn de bewoners erg tevreden.

Om de ouderen te ondersteunen met het realiseren van een woongroep, is Woonsaem opgericht en op 19 mei 2011 officieel van start gegaan. Woonsaem is de officiële naam van het Kenniscentrum Gemeenschappelijk Wonen Oudere Migranten. Woonsaem wil bevorderen dat oudere migranten zelf het initiatief kunnen nemen om hun eigen bijzondere woonvorm te realiseren, die past bij hun eigen leefstijl en cultuur. Het is een initiatief van Stiching Het RC Maagdenhuis. Het Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten (NOOM), CABO Amsterdam, Amsterdams Steunpunt wonen, de Landelijke Vereniging Groepswonen voor Ouderen, zijn ketenpartners en ondersteunen dit initiatief.

Ik ben ervan overtuigd dat Woonsaem in een grote behoefte voorziet. Er is groeiende belangstelling voor woongroepen. Maar het duurt ongelooflijk lang om een groep van de grond te krijgen. Zo’n zeven tot negen jaar. Dat is te knots. Dat moet echt anders en dat kan ook anders. Woonsaem laat zien dat zij er voor de ouderen zijn, om hen te ondersteunen. Het is onmisbaar voor ouderen een steun in de rug te krijgen van professionals waar nodig, zonder dat het initiatief overgenomen wordt.

Ouderen hebben veel kennis en talenten in huis. Deze kunnen zij inzetten bij het vormgeven van hun eigen woonwens. Maar dan is het wel belangrijk dat zij kunnen terugvallen op professionals. Kees Penninx en Heleen van Deur van bureau Active Age hebben onderzoek gedaan bij bestaande woongroepen. Op basis hiervan ontwikkelen zij momenteel een ’doe-het-zelf-pakket’voor oudere migranten die een woongroep starten. Het pakket is concreet en praktisch en kan voor ouderen een handige leidraad vormen. Maar ook voor professionals is het nuttig materiaal.

Penninx en van Deur vertellen dat de bewoners die zij opzochten voor het onderzoek zo ontzettend stráálden. ’Mensen hebben er bewust voor gekozen en voelen zich familie van elkaar’, zei van Deur tijdens de oprichtingsbijeenkomst van Woonsaem. Freddy May van het NOOM voegde toe: ’Mensen kunnen hun verleden met elkaar delen. En voor elkaar zorgen. Dat is zeker fijn nu zij zich realiseren dat de kinderen ook een eigen leven hebben.’ Eén dame van een Surinaamse woongroep woonde al 15 jaar in een woongroep maar had momenteel een conflict met een medebewoonster. Dat hoort er ook allemaal bij. Woonsaem kan daarin ook een rol spelen door o.a. mediation aan te bieden, zodat problemen opgelost kunnen worden. Want van gezellig word je gezond!

Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.

woensdag 4 mei 2011

Je kunt er ook mee bellen

Nederlanders zonder mobiele telefoon zijn moeilijk te vinden. Binnen een paar jaar geldt dat ook voor landgenoten zonder smartphone. Dat je met de smartphone kunt bellen is inmiddels van ondergeschikt belang. Er zijn ongeveer 4,5 miljoen mensen die actief mobiel internetten. Geschat wordt dat in 2012 dit 7,5 miljoen mensen zullen zijn. De smartphone was eerst voor de 'snelle jelle's', de hypegevoeligen. Maar Nederland kent geen 7,5 miljoen hippe, snelle jelles met een jachtig leven en honderden e-mails in hun inbox. We mogen dus wel concluderen dat de smartphone en de daarbij horende apps zijn ingeburgerd. Dit geldt voor jong en oud, getuige onderstaand filmpje:
(al heeft deze senior een tablet en geen smartphone, hij internet er wel mooi mobiel mee!)


Smartphones bieden veel mogelijkheden. Niet alleen voor de zakelijke gebruiker. Nee, de smartphone is de centrale levenscomputer voor iedereen. Je onderhoudt je netwerken via mail, sms, twitter, facebook, hyves, what's app, linkedin en alle andere lijntjes naar je vrienden en (vak)familie. Je surft naar de website van de supermarkt of je op Koninginnedag nou wel of niet kunt winkelen. Je kijkt op het kaartje waar je je nu in een onbekende stad bevindt. De medische wereld kent ook veel applicaties voor mobiele telefoons en tablets. De wereld van wonen en zorg spiekt nog door het sleutelgat naar alle mogelijkheden. De wereld van apps en smartphones is voor veel organisaties avontuurlijk en onbekend. Is het niet enorm kostbaar? Waar moet je beginnen? Daarom zet het Kenniscentrum de deur op een kier om kennis te maken met deze wereld. Op 14 juni 2011 organiseren we in Utrecht de workshop 'Is een app een optie?'. Niet omdat iedereen een app moet maken, maar omdat het kán en heel erg slimme oplossingen kan bieden.

Als u geïnteresseerd bent in het (laten) ontwikkelen van apps, of in ieder geval wilt weten of het voor u relevant is: kom dan naar de workshop 'Is een app een optie'? U leert dan in een middag de basis en kunt u met vakgenoten brainstormen over de ontwikkeling en inzet van apps. U kunt uzelf eenvoudig online opgeven hiervoor. Mocht u er niet uitkomen, dan kunt u natuurlijk ook even bellen voor wat hulp hierbij.

Sjoerd Smits werkt tijdelijk bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg als webmaster. Hij beheert met Suzan van den Boer de website van het Kenniscentrum en schrijft artikelen hiervoor. Tevens adviseert hij over social media, communicatie en innovaties op internet.

vrijdag 15 april 2011

EU-regelgeving desastreus voor nieuwbouw ouderen

Door nieuwe Europese regelgeving kunnen ouderenhuisvesters nauwelijks nog nieuwe woningen bouwen.  Nieuwe huurwoningen voor ouderen zijn zo onrendabel dat nieuwbouw alleen mogelijk is in een combinatie van goedkopere en duurdere huurwoningen. De nieuwe staatssteunregels verhinderen echter dat dit soort projecten wordt gefinancierd met de gebruikelijke garantstelling in de sociale woningbouw.  Wanneer Minister Donner zijn standpunt handhaaft, komen kwetsbare ouderen stevig in de knel. Binnenkort debatteert de Tweede Kamer opnieuw met Minister Donner.

Afgelopen 1 januari is voor de Nederlandse corporaties nieuwe Europese regelgeving van kracht geworden. Doelstelling van deze regelgeving is het tegengaan van verstrekking van staatssteun aan activiteiten, welke ook door de commerciële partijen uitgevoerd zouden kunnen worden.  De activiteiten die wel toegestaan zijn onder de Europese beschikking worden aangeduid als ‘Diensten van Algemeen en Economisch Belang’ (DAEB). Het is aan de lidstaten zelf om vervolgens te bepalen waar de grens getrokken moet worden tussen DAEB en niet-DAEB activiteiten. Nederland heeft er voor gekozen om de grens te trekken bij een huurprijs van 652 euro per maand. Hieraan is gekoppeld dat de woningen met een huurprijs beneden de 652 euro, bij mutatie voor 90% moeten worden toegewezen aan huishoudens met een bruto inkomen lager dan 33.614 euro

In de nieuwe regeling is geregeld voor welke woningen de corporaties wel en geen staatssteun mogen ontvangen. Deze steun bestaat onder andere uit  borging van leningen door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Borging is cruciaal, omdat deze faciliteit een woningcorporatie in staat stelt tegen een lager rentetarief een lening af te sluiten. In de nieuwe regeling komen alleen woningen met een huurprijs onder de 652 euro komen in aanmerking voor borging. Ouderenhuisvesters raken door deze nieuwe regelgeving stevig in de knel. Bouwkosten voor woningen geschikt voor ouderen met één of meer functiebeperkingen zijn namelijk veel hoger. En dus is een hogere huur noodzakelijk voor een sluitende exploitatie.

Kosten
Minister Donner heeft aan de kamer aangegeven dat  ouderenwoningen nauwelijks meer kosten dan reguliere appartementen. Dat is onjuist. Ouderenwoningen die wij bouwen kosten ongeveer vijftien procent (is gemiddeld 37.000 euro) meer dan een doorsnee appartement. De reden voor deze extra kosten is dat voor deze woningen verschillende aanpassingen worden getroffen. De woning moet bijvoorbeeld ruimer zijn, zodat bewoners met een rolstoel zich makkelijk door hun woning kunnen verplaatsen en dat intensieve zorgverlening  in de woning kan plaatsvinden. Ook de gedeelde ruimtes zijn speciaal aangepast.  Er wordt gebruik gemaakt van bredere gangen, schuif- in plaats van draaideuren en minimaal twee liften. Ook zorgen we ervoor dat er een recreatiezaal en ruimte voor een huismeester aanwezig zijn. Willen wij de aanvullende investeringen tegen een lage huurprijs kunnen realiseren in combinatie met zorgvoorzieningen in de directe omgeving,  dan is een projectomvang noodzakelijk van minimaal honderd woningen. Met deze kwalitatieve invulling kan een oudere, ook met functiebeperkingen tot op hoge leeftijd zelfstandig blijven wonen. Als gevolg van de hogere investeringskosten is de huurprijs van een dergelijke ouderenwoning gemiddeld 200 tot 250 euro hoger dan van een regulier appartement. Dat was in de afgelopen jaren ook al zo.

Hogere financieringslast
Bij nieuwbouw van ouderenhuisvesting zal ongeveer een derde deel bestaan uit kleinere appartementen en de rest uit wat grotere appartementen. Dat sluit perfect aan bij de vraag uit de markt. De woningen met een huurprijs boven de 652 euro kunnen niet meer met WSW-borging gefinancierd worden en krijgen een financieringslast  die 1 à 1,5 procent hoger is dan bij borging. Deze hogere rentelasten nopen tot een verhoging van de huur  met maximaal 220 euro per maand, zonder dat zij daar extra kwaliteit voor terug krijgen.

Omvang
Omdat het doorbelasten van de hogere huurprijs niet realiseerbaar is en er onvoldoende vraag is naar woongebouwen waarin, mede als gevolg van de minimale omvang  uitsluitend woningen met een  huurprijs onder 652 euro zijn opgenomen, zal de bouw van deze specifieke ouderenwoningen volledig stil vallen.

Concurrentievervalsing
Uitgangspunt van de Europese regelgeving is het tegengaan van concurrentievervalsing. De particuliere sector heeft echter in het verleden dergelijke huisvesting voor kwetsbare ouderen niet willen aanbieden tegen een huur tussen 800 en 1000 euro en heeft evenmin aangegeven dat in de toekomst wel te willen doen.   De reden is dat de rendementen te laag of zelfs aanwezig zijn.  En dus ligt hier specifiek een taak voor woningcorporaties.

Vermogensvorming
Willen wij ook in de toekomst kunnen blijven investeren in sociale huurwoningen, dan zullen wij ons huidige vermogen op peil moeten houden. De verhuur van sociale huurwoningen is per definitie verliesgevend.  ‘Algemene’ woningcorporaties kunnen deze verliezen compenseren door verkoop van bestaand bezit. Voor ouderenhuisvesters is dit helaas niet mogelijk, omdat de doelgroep zich daar niet voor leent. Op grond hiervan zijn wij genoodzaakt het Robin Hood principe  toe te passen: woningen met een hogere huurprijs dragen bij aan de woningen met een sociale huurprijs.

Uitzondering op EU regelgeving
In Zweden ontstond enkele jaren geleden een vergelijkbare situatie, waarbij geen enkele partij nieuwbouw voor kwetsbare ouderen wilde of kon realiseren tegen een voor lagere inkomens betaalbare huurprijs. Onder die omstandigheden was ook de Europese Commissie van mening dat faciliteiten ter bevordering van  nieuwbouw op dit terrein – binnen bepaalde grenzen - verenigbaar zijn met de Europese regelgeving.

Oplossing
Een goede oplossing voor dit probleem is dat de minister ook voor de hogere prijsklasse WSW-borging verleent, zodat ook de huisvesting voor kwetsbare ouderen in de toekomst gewaarborgd blijft. De opstelling van de Europese Commissie in de Zweedse casus rechtvaardigt deze oplossing. De toewijzingscriteria voor ouderenwoningen met een huurprijs beneden de 652 euro kan gehandhaafd blijven en de duurdere ouderenwoningen kunnen worden toegewezen aan huurders met een inkomen tussen de 33.614 en de 43.000 euro. Voor de definitie van ouderenwoning zou aansluiting gezocht kunnen worden bij het Woonkeur Pluspakket Zorg. Deze maatregel is voor het Rijk budgetneutraal. Voor ouderen is het alles of niets.

Gerard de Heide, adjunct directeur financiën van SOR (woningcorporatie voor senioren) schreef dit opiniestuk na onze berichtgeving over dit onderwerp op kcwz.nl.

vrijdag 1 april 2011

Ach, de buurt vangt het wel op

Er zijn grenzen aan wat de buurt kan en wil opvangen. Dat was een belangrijke opmerking die ik hoorde op de bijeenkomst Wonen in een Buurgemeenschap van 25 maart. De bijeenkomst van de SEV ging in op het boeiende experiment Bloemrijk in Krimpen aan den IJssel. ‘Dit project is zo bijzonder, omdat het zo gewoon is’, aldus Jeroen Singelenberg van de SEV. Wat het experiment zo bijzonder maakt is dat de bewoners streven naar een buurgemeenschap. Dus een buurt waar mensen elkaar kennen, elkaar helpen en samen activiteiten ondernemen.

Het burenproject Bloemrijk is nog niet voltooid. De eerste 71 woningen en een ontmoetingsruimte zijn al gereed en de andere 116 woningen volgen dit jaar. Toch is er al een evaluatie verricht van dit initiatief door woningcorporatie Qua Wonen en Zorgberaad Midden-Holland. Uit de evaluatie blijkt dat er regelmatig leuke activiteiten zijn in de ontmoetingsruimte. Ook blijkt de buurtcoach van onschatbare waarde te zijn. De corporatie en de gemeente financieren samen deze functionaris. De buurtcoach is in dienst van een welzijnsorganisatie. De coach ondersteunt bewonersinitiatieven en helpt bij het invullen van het onderling dienstbetoon en onderhoudt contacten met andere relevante organisaties. Dat onderlinge dienstbetoon, ofwel burenhulp, moet nog van de grond komen. Het wachten was op een website met speciaal voor het project ontwikkelde programma’s.

Buurovereenkomst
Bewoners tekenen niet alleen een huurovereenkomst als ze er komen wonen, maar ook een buurovereenkomst. Daarin staat omschreven dat zij zich een aantal uren per week inzetten voor de buurt. Uit de evaluatie blijkt dat de bewoners de overeenkomst van harte onderschrijven. Bijna de helft van de bewoners geeft aan meer contact te hebben met de buren dan in hun vorige woonsituatie. Nagenoeg veertig procent van de geïnterviewden zegt dat mensen in Bloemrijk meer voor elkaar over hebben dan in een gewone buurt. Op informele wijze is er al vrij veel onderlinge burenhulp. Meer dan de helft van de bewoners heeft al hulp geboden en hulp gekregen van de buren.

Als straks de website werkt, de formele opzet van onderling dienstbetoon, zeggen de nog niet actieve bewoner zich in te willen zetten. Eén bewoner, ook aanwezig op de bijeenkomst geeft het volgende hierbij aan: ‘Ik vraag me af of het goed blijft werken als we het formeel gaan organiseren. Nu doen we het gewoon voor elkaar en dat is juist zo leuk.’

Geen draagvlak = no-go
De betrokken corporatie Qua Wonen en het zorgberaad Midden-Holland pakken het project met enthousiasme en bevlogenheid aan. Zij hameren er terecht op dat het essentieel is om voldoende draagvlak te creëren. Geen draagvlak = no-go. Het traject moet je ook de tijd te gunnen. Ze vertellen dat het ‘loslaten’ en het initiatief bij de bewoners laten niet eenvoudig, maar erg nodig is. Zij lijken daarin goed te slagen. Wat dat betreft denk ik dat Bloemrijk kansrijk en succesvol zal zijn. Ik vraag me wel af hoe ver de rek gaat in de burenhulp.  Wat kan en wil een buurt opvangen? Waar liggen de grenzen? Kun je die vooraf wel benoemen? En help je het om zeep als je het op formele wijze gaat organiseren? Mikken we niet teveel op de draagkracht van een buurt? Ach, de buurt vangt het wel op! Maar hoeveel kan en wil een buurt hebben?

Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.

maandag 14 februari 2011

Eetbare balkons en vensterbanken, duurzaamheid in de wijk

Per toeval belandde ik tijdens de manifestatie van de Buurtalliantie bij de workshop Duurzaamheid in projecten. Ik wilde eigenlijk naar de workshop over Welzijn Nieuwe stijl, maar die zat overvol. Ik zocht een plekje om lekker even te zitten en schoof aan in een zaaltje waar wel plek was. Waar ging deze workshop eigenlijk over? Wat? Over eetbare balkons en vensterbanken? Hoor ik dat goed? Wat heeft dat nu weer te maken met de manifestatie en met leefbaarheid in buurten en wijken?

Mevrouw Bessie Schadee van het project Gezonde Gronden wist meteen mijn aandacht te trekken. ‘Ik doe aan sociale, ecologische en economische duurzaamheid met mijn projecten’, begon de kwieke oudere dame.  ‘Ik leid met geld van het regionale Fonds 1818 docenten op die op hun beurt weer mensen uitleggen hoe zij op hun balkons en op hun vensterbanken kruiden, groenten en andere gezonde voeding kunnen kweken. En alles duurzaam, he? De bakken, de spullen, alles is duurzaam.

Mensen krijgen meteen uitleg over gezonde voeding en gewoonten. We verzamelen lekkere, gezonde recepten van de producten die ze zelf kunnen kweken.’ Zij werkt voornamelijk in achterstandwijken. Een bijkomend voordeel van het project is dat zij mensen weet te activeren die voorheen weinig tot niet participeerden in de buurt. Er komen mensen van allerlei achtergronden en nationaliteiten. Sommigen spreken slecht Nederlands, maar leren door de cursus meteen een aardig woordje te spreken. Er ontstaan vriendschappen en duurzame contacten in de buurt.

Sociaal Duurzaam
Er zijn cursussen voor vrouwen, maar binnenkort starten ze ook in het Vadercentrum in de buurt. Het is dus in sociaal opzicht ook duurzaam te noemen. Bovendien kan het ook werk opleveren in de buurt. ‘Op een braakliggend terrein gaan we een tuin inrichten waar een biologische boer, gevlucht uit Darfur, aan de slag kan. Een jongere gaat in het kader van een afstudeerstage de boer ondersteunen. De corporatie heeft ons gevraagd het terrein te gebruiken en financiert dit traject. We gaan met onze docenten binnenkort in een verzorgingshuis ook aan de slag met oudere bewoners. Zij hebben interesse in het kweken van groenten in hun vensterbanken. Verse kruiden is toch iets anders dan geraniums, niet?’

Gezonde grond
Bessie Schadee ziet toekomst in de projecten. Ze schetst een toekomstbeeld waarin er nog meer mensen in steden wonen ten koste van het platteland. Stedelingen moeten ook allemaal eten, dus is het zaak ieder hoekje te gebruiken om producten te kweken. ‘In de V.S. spreekt men al over ‘food deserts’ in grote steden. Hiermee wordt bedoeld dat mensen met een beperkt inkomen, die in het centrum van een stad wonen,  geen auto  hebben, niet meer aan verse groenten kunnen komen. Al die supermarkten liggen een behoorlijk eindje uit de stad. 'Met mijn project zorg ik ervoor dat mensen uit hun eigen stad en regio kunnen eten van gezonde grond. Een gezonde bodem geeft gezonde planten, gezonde dieren en ook gezonde mensen’, zegt de gedreven Schadee. De kwieke dame geeft toe dat ze vannacht nog bezig was met een projectvoorstel en heel vaak tot laat in de avond bezig is met haar vrijwilligerswerk. Over duurzaamheid gesproken!  Zij zet zich vol passie in voor haar eetbare balkons. En die hebben meer met Welzijn te maken dan ik in het begin van de workshop had kunnen vermoeden.

Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.

donderdag 13 januari 2011

Eenzaamheid verwacht je niet

'Ik had me mijn huidige leven anders voorgesteld. Ik had echt niet verwacht dat het mij zou kunnen gebeuren. Ik ben erg eenzaam', zo vertelde een Turkse man van begin 60 mij onlangs in een interview. 'Ik ben vijf jaar geleden gescheiden en sindsdien eenzaam.' Het verbaasde me enigszins, omdat hij toch een aantal keren per week actief is, vrienden heeft en kinderen. 'De activiteiten, dat is maar even. Een dag heeft 24 uur, hoor.'

Vaak denk ik bij eenzaamheid aan hele oude mensen met flink wat lichamelijke beperkingen. Dat is een misvatting. Eenzaamheid komt namelijk onder álle lagen van de bevolking voor én onder alle leeftijdsgroepen. De groep 35 tot 55-jarige alleenstaande vaders of moeders en koppels met problemen vormen een risicogroep, net als langdurig zieken of mensen met een chronische beperking. Maar ook studenten kunnen flink eenzaam zijn.

Volgens Jenny de Jong Gierveld, emeritus hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam, hangen gevoelens van eenzaamheid ook voor een groot deel samen met verwachtingen die mensen hebben. Ze zei dit op een bijeenkomst over eenzaamheid van corporatie Thuisvester. De Turkse oudere man die ik sprak, had ook andere verwachtingen. Hoogleraar sociale gerontologie aan de Vrije Universiteit Nan Stevens zei tijdens een bijeenkomst over sociale restaurants in november vorig jaar, dat mensen ook niet geleerd hebben om met gevoelens van eenzaamheid om te gaan. Deze gevoelens zijn ook uitermate onplezierig, zeker als je het niet verwacht.

Eenzaamheid krijgt aandacht
In het land blijft eenzaamheid niet onopgemerkt. Momenteel trekt Coalitie Erbij er hard aan om eenzaamheid onder de aandacht te brengen. Bij de Coalitie zijn verschillende partijen aangesloten, zoals de CG-raad, Mezzo, De Zonnebloem, Humanitas, Van Harte Resto, Ouderenfonds, KPMG, Rode Kruis, Leger des Heils, Sensoor, Mo-groep, Forum, Raad van Kerken, ANGO.

Ook aanbieders van wonen, zorg en welzijn hebben het thema in het vizier. Corporaties zijn onder meer vaak betrokken bij de Van Harte Resto's, buurtrestaurants voor mensen met een smalle beurs. Ze spelen een rol bij de Thuishuizen, een woonconcept voor ouderen die dreigen te vereenzamen, die dit jaar voor het eerst de deuren openen. Ook zijn er andere initiatieven zoals Stichting SOlink die studenten en ouderen aan elkaar koppelen: studenten huren een kamer bij ouderen. Maar ook oudere initiatieven zoals de buurtkamer in Enschede. Deze 'huiskamers' functioneerden sinds enkele jaren in buurten. Inmiddels zijn er plannen bij de gemeente om er samen met aanbieders zogenaamde Huiskamers van de Buurt van te maken, gekoppeld aan bestaande voorzieningen, maar nog altijd gericht op voorkomen van eenzaamheid en ontmoeten.

Ontmoetingsgericht bouwen
Als Kenniscentrum denken we dat er ook nog stappen te maken zijn bij het bouwen van complexen. Het 'ontmoetingsgericht' bouwen kan een stimulans gebruiken. Ook al heeft eenzaamheid veel te maken met verwachtingen, is het toch ook zaak zoveel mogelijk drempels tot ontmoeting weg te nemen en ervoor te zorgen dat mensen van alle leeftijden en van allerlei pluimages elkaar tegenkomen, samen een praatje maken of activiteiten ondernemen. Daarom organiseert het Kenniscentrum samen met Coalitie Erbij het komende jaar een prijsvraag om ideeën rond bouwen tegen eenzaamheid te verzamelen en mensen te inspireren ermee aan de slag te gaan. Binnenkort komen we met meer informatie over de prijsvraag op de site van het Kenniscentrum!

Het Kenniscentrum Wonen-Zorg organiseert samen met Aedes een bijeenkomst over Eenzaamheid en corporaties op 15 februari 2011. Meld u aan bij p.story@aedes.nl 035 6268200 of y.witter@kcwz.nl 030 2739635!

Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.

vrijdag 10 december 2010

Cultuursensitieve zorg ontstempelen

‘Laten we niet meer praten over interculturalisatie, maar gewoon over zorg’, zegt Jos Artz, van ’s Heerenloo tijdens Olympiade Conferentie over cultuursensitieve zorg onlangs georganiseerd door COSBO Utrecht. ‘Laat doelgroepen ‘los’ en denk niet meer in wij/zij, maar denk aan ‘gezamenlijk’. Organiseer de ontmoeting. We zijn niet gelijk aan elkaar maar wel gelijkwaardig. Verbindingen ontstaan vanuit de ontmoeting. Laten wij elkaar waardevrij ontmoeten.’ Zijn woorden raken de hele zaal en mij ook. Vooral bij zijn toevoeging: ontmoeten is ook eigenlijk ontstempelen, want een ‘moet’ is een ‘stempel’.

Egaliseren
Dat is iets wat we in de ouderenzorg soms tegenkomen: dat we iemand al een stempel opplakken en invullen wat zijn of haar woonzorgwensen zijn. Ik denk dat we meer kunnen luisteren naar ieder zijn of haar unieke verhaal. ‘Zonder iemand te egaliseren’. Dat laatste zei een deelneemster aan de conferentie expliciet. Ik vind dat we het verhaal van de oudere meer kunnen gebruiken dan we nu doen in de ouderenzorg en zeker het verhaal van de oudere migrant, omdat hij/zij vaak een enerverend verhaal heeft. Gebruik de kracht van deze verhalen. De ene oudere heeft nu eenmaal een andere vraag dan de andere oudere.

Gewoon
Als we dit structureel toepassen (het waardenvrij ontmoeten en luisteren naar ieders unieke verhaal), dan wordt interculturalisatie ook wat ‘normaler’. Dan is het gewoon een kwestie van aansluiten op een mogelijke zorgvraag van een iemand. Volgens Freddy May van het NOOM (Netwerk van Organsiaties van Oudere Migranten) is ‘ontmoeten’ ook het geven van vertrouwen, en is het iets dat tijd kost. Maar hij benadrukt ook dat op termijn interculturalisatie ‘gewoon gevonden moet worden.’ Datzelfde komt ook naar voren in een interview op de speciale site over interculturalisatie van ActiZ;  Marcel van Woensel, bestuurder van Laurens Zorgkompas in Rotterdam en bestuurder Thijs Meulemans van Zorggroep Elde in Brabant. Zij zeggen ook dat interculturalisatie op den duur normaal moet worden. Dat betekent dat er geen speciale projecten meer nodig zijn en dat zowel cliënten als zorgpersoneel en directies en besturen van zorgorganisaties volledig gewend zijn aan een multiculturele ouderenzorg. Zover is het nog niet. Maar er wordt hard aan gewerkt: cultuursensitiviteit is essentieel voor toekomst van de ouderenzorg, aldus beide bestuurders.

Praktijkvoorbeelden
Aan die cultuursensitiviteit wordt inderdaad heel hard gewerkt, tot mijn vreugde. De talloze initiatieven rond cultuurspecifieke voorzieningen liegen er niet om: van een centrum voor oudere migranten en hun mantelzorgers in Arnhem tot een wooncomplex voor Turkse ouderen. Dát zijn praktische voorbeelden van aansluiten op vragen van mensen. Die vragen verschillen per persoon en kunnen over een aantal jaar weer anders zijn. Daar gaan aanbieders van wonen,zorg en welzijn nu al flexibeler mee om.

Steeds meer zorgorganisaties zijn bezig met cultuursensitieve zorg en proberen meer bekendheid te krijgen bij de oudere migranten. Zij treden hiertoe in contact met oudere migranten. Zo hebben zorgorganisatie Hilverzorg met de ANBO en intercultureel platform Bekend maakt Bemind onlangs een bijeenkomst voor oudere Turkse Hilversummers georganiseerd. Deze groep maakte op deze manier kennis met het wonen in een zorgcentrum. Een goed voorbeeld van het organiseren van een ontmoeting! Het luisteren naar verhalen, op een waardevrije manier. Dan hebben we het uiteindelijk niet meer over interculturele zorg, maar inderdaad gewoon over goede zorg op maat voor ieder die het nodig heeft.

Op de website van het Kenniscentrum Wonen-Zorg staan meer voorbeelden van cultuursensitieve zorg.

Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.

maandag 15 november 2010

'Even snel een SixPack gescoord'

Wie van u hoort wel eens iemand over een ‘SixPack’ spreken als het gaat over een groepswoning voor mensen met dementie? Ik hoor het wel eens en heb daarom toch eens een sixpack uit de supermarkt meegenomen. Aangenomen dat een traytje van zes blikjes bier bedoeld werd en niet zo’n strak getraind wasbordje van buikspieren.


Kijkend naar de blikjes heb ik geen enkele associatie met een woning. Maar als iemand het dan toch wil gebruiken ter inspiratie voor een ontwerp, tot welke gedachten zou het u dan kunnen brengen? Een gang met drie kamers links en drie kamers rechts. Ik mag hopen dat u er een huiskamer bij verzint. Waarschijnlijk aan het eind van de gang. Het andere eind van de gang loopt dood of wordt aangesloten op het woonzorgcentrum. En dat is het wel zo’n beetje. Meer kan ik er niet van maken.

Plattegrond
Het klinkt zo makkelijk ‘even een paar SixPacks neerzetten’. Ik zie echter zoveel ontwerpen die veel aantrekkelijker zijn. Een woonkamer in het midden bijvoorbeeld. Als de bewoner zijn kamer uitkomt ziet hij geen gang waarvan niet duidelijk is dat die de helft van de tijd toch ergens naartoe leidt. Een stap uit de privéleefomgeving is direct een stap in de gezamenlijke leefomgeving. Zoveel prettiger voor de bewoner en ook makkelijker voor de zorgverlener die toezicht moet houden. Of de woonkamer in het midden met de slaapkamers aan beide zijden. En dan is de plattegrond van de groepswoning nog maar één element. Echt, u kunt er zoveel meer van maken dan een SixPack.


Visie op zorg
Als u een woning voor mensen met dementie wilt ontwerpen laat u dan inspireren door echte woningen en door bijzondere woningen die ontworpen zijn vanuit een visie op de zorg voor mensen met dementie. Of door het onderzoek van AKTA en Vilans dat ons vertelt hoe mensen met dementie zich gedragen in verschillend ontworpen groepswoningen voor mensen met dementie. Er is niet één zaligmakend ontwerp. Er is genoeg stof tot nadenken voor opdrachtgevers én voor architecten. Maar laat u niet afremmen door 2 x 3 blikjes bier. U bent welkom om samen met ons op 2 december de Hogeweyk te bezoeken. Zij waren genomineerd voor de Hedy d’Ancona architectuurprijs. U ontmoet daar ook één van de onderzoekers van bovengenoemd onderzoek. Maak kennis met de visie en het ontwerp van Hogeweyk en de lessen uit het onderzoek. En dan serveren wij aan het eind van de middag een glaasje bier.


Door Monique Wijnties, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Het realiseren van wonen en zorg juist als ook intensieve zorg nodig is, is de rode draad in haar werk bij het Kenniscentrum. Haar aandachtsgebieden zijn: het ontwerpprogramma 'Zorg in Woningen', kleinschalig groepswonen, healing environment, zorghotels en eerder ook het tweedelijnszorgcentrum.

donderdag 11 november 2010

Samenleving van elastiek

In de Westerse samenlevingen overheerst het idee van individuele autonomie. Het huidige ouderenbeleid is gericht op de zelfstandigheid van ouderen, het zelf redden. Hierbij ligt de nadruk op het informele netwerk. Mensen dienen zichzelf te redden, moeten eerst een beroep doen op hun naasten en daarna pas een beroep doen op de professionele zorg. Maar in hoeverre kunnen we nóg meer een beroep doen op het informele netwerk? Is de rek er niet aan het uitgaan? Het is hoog tijd dat de we de gemeenschap weer 'terugorganiseren'.

In het land zijn er een groeiend aantal voorbeelden die laten zien dat dit op heel verschillende manieren al gebeurt. Het zijn initiatieven die mensen verbinden, die de kracht van ouderen tonen. Het zijn initiatieven van burgers in het algemeen en van de kwetsbaren onder ons. Ze laten zien wat anderen te bieden hebben, gericht op het ondersteunen van doelen en levensgeluk. Deze initiatieven horen bij de zoektocht naar een elastische maatschappij, waarin ouderen niet hun naasten 'uitrekken' maar waarin autonome mensen wel onderdeel blijven van hun netwerk of omgeving.

Particulier opdrachtgeverschap
In de wereld van wonen, zorg en welzijn pakken particuliere initiatiefnemers de handschoen op. Een aantal ouders van kinderen met autisme zetten bijvoorbeeld een geschikte woonvorm op. In het huidige aanbod vonden ze geen gewenste plek die voldeed aan de woonwensen van hun kinderen. Ze gingen daarop zelf om de tafel zitten met corporaties, gemeenten en projectontwikkelaars. Een ander goed voorbeeld is het prijswinnende 'Wiel & Deal', een initiatief van een studente met een beperking die graag op kamers wilde wonen. Zij regelde woningen voor studenten met een beperking tussen studenten zonder beperking. Zij regelt dat studenten zorg willen leveren en maakt afspraken met professionele zorg als achtervang. Nóg een voorbeeld: Stichting Solink matcht studenten bij ouderen met een (te) ruime woning. Zo kan de woningzoekende student wonen bij een eenzame oudere. Een jonge pianiste vond zo iemand om met haar muziek te maken!

'Huis van elastiek'
Toch kunnen niet alle groepen zo makkelijk eigen initiatieven nemen. Niet alle kwetsbare burgers kunnen dit zonder hulp. Maar ook daar zijn hoopvolle initiatieven te vinden in het land! Zoals Dar Es Salaam, een woongroep voor Marokkaanse ouderen in Den Haag. Met name de Marokkaanse alleenstaande vrouwen zijn minder zelfredzaam. Door te wonen in de groep kunnen ze samen naar de markt en zijn ze letterlijk samen sterk. Ook staan zij nu meer open voor de buurt en is er meer contact. Maar zonder hulp van hun kinderen, de corporatie Haag Wonen en SING (ondersteunt groepswonen voor ouderen in Den Haag) was het niet gelukt. Er zijn nieuwe initiatieven die de innovatie laten zien in woonzorgprojecten, zoals het theehuis voor islamitische ouderen met dementie, de thuishuizen voor eenzame ouderen of dementerende ouderen, (ecologische) woongroepen van o.a. kunstenaars, het Odensehuis (inloophuis voor dementerenden en hun naasten, de Herbergier waar een bewoonster zei: ‘dit is een huis van elastiek, want hier kan altijd alles.’ Dit zijn een aantal van de talloze geweldige voorbeelden waarin gedreven mensen, samen met de gemeenschap, mooie en duurzame voorzieningen tot stand brengen.

Als we in de wereld van wonen, zorg en welzijn deze initiatieven blijven ondersteunen, als we onze activiteiten ook richten op de kwetsbare burgers, als we de verbinding zoeken, leggen en onderhouden, dan zorgen we voor een elastische maatschappij waar de rek in blijft. Dan kunnen we met een gerust hart het ouder worden omarmen.


Deze blogpost is een verkorte weergave van de lezing die Yvonne Witter gaf op de Vrije Universiteit in Amsterdam tijdens de collegedag van BSG Kennisnetwerk ouder worden en samenleving. U kunt de volledige lezing downloaden.

Door Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, welzijn en zorg en buur(t)projecten.